Bloemenkransje, vreugdedansje

Het is midzomer en ik ben in Schengen, een plaatsje waar men zonder het te willen voortdurend van land wisselt.

Ik sta op een klif, tussen wijngaarden die loom tegen de helling leunen, en kijk uit op een stadje dat zich met middeleeuwse koppigheid aan het dal vastklampt. Beneden wordt het feest van Saint-Jean voorbereid; de zomerzonnewende, waarbij men, zoals het de mens betaamt, het onverklaarbare met rook en drank tegemoet treedt.

Vreugdevuren – hier ‘chavandes’ genoemd – staan op het punt ontstoken te worden. Straks worden er bloemen, kruiden en tarwe ingegooid. Waarom precies, weet niemand nog, maar het is goed dat het gebeurt.

Ter ere van goden die al duizenden zomers meegaan, zal er gecirkeldanst worden, en wijn worden gedronken. De volgende valt af te wachten.

Naakte maagden met bloemenkransen zijn vooralsnog afwezig. Ik heb in de verte iets wits zien bewegen, maar dat bleek een tafelkleed.

Niettemin is de avond jong.

Aan de andere kant van de berg viert men het ‘Spargelsilvester’; het afscheid van de laatste asperges, een groente die enkel met ceremonie te verdragen is. En ook de rabarber ondergaat zijn lot.

Huizen worden versierd met berkentakken, alsof men de natuur met eigen middelen wil terugwinnen. Jasmijn en rozen worden in slingers geweven. Water wordt uit bronnen geschept.

Men vult kommen en voegt eraan toe: Sint-janskruid, kaasjeskruid, linde, hondsroos, citroenverbena, vlier, wijnruit en rozemarijn. Een soort kruidenbouillon voor de ziel, die morgen aan de dauw wordt toevertrouwd. Met dat heilige water zal men elkaar zegenen.

Of tenminste nat maken.

Ik pluk wat krieken uit een boom en maak een vreugdedansje.

Dat volstaat voor deze maagd.

Plaats een reactie