Aan alle kleine vrouwen daarbuiten:
dat je keuzes in overvloed hebt,
en grote vrouwen om je heen
die je beschermen, wiegen en onderwijzen,
die je tonen hoe je wijs kunt kiezen,
die je kleren naaien en de scheurtjes in je hart,
die voor je koken: warm, voedzaam, memorabel.
Dat je leert lezen, schrijven, jezelf uitdrukken.
Dat je boeken verzamelt, en juwelen uit de zee.
Dat je vele dieren ontmoet, om voor te zorgen.
Dat je de diepten in jezelf verkent, en die in anderen.
Dat je waarachtig liefhebt, met hartstochtelijke wildheid.
Dat de natuur je gids is, het draaiende wiel je kompas.
Dat geen kruid, bloem of boom je onbekend blijft.
Dat je leven gekleurd wordt door het licht van vele dagen,
en dat je beschermd blijft tegen ongeluk.
Verberg je amuletten nooit, maar draag ze met trots.
Zoek je godinnen niet — zij zullen naar je toekomen.
Teken spiralen in het zand, tel de sterren zoals je wensen.
Dat je de wijsheid van de maan ontvangt, maand na maand,
tot je je eigen afnemende fase bereikt — vervuld,
en zilverglanzend.