Vroeger gooide men een lege fles zonder veel gewetenswroeging in de glasbak. Dat gaf een tevreden gevoel. Men had de aarde gered, of tenminste een vrije middag. Tegenwoordig is een lege fles geen afval meer, maar een financiële belegging. Ze heeft een restwaarde gekregen, zoals een tweedehandsauto of een schoonmoeder met een eigen huis.
Meer en meer is de vuilnisbak een beursgenoteerde onderneming geworden.
Ik betrap mezelf erop dat ik een leeg flesje niet meer achteloos weggooi. Ik bewaar het. Eerst op het aanrecht. Dan in een tas. Vervolgens vergeet ik die tas drie weken in de gang, waar hij langzaam uitgroeit tot een monument van uitstelgedrag. Wanneer de verzameling lege flessen eindelijk groot genoeg is om de reis naar de supermarkt te verantwoorden, blijkt de automaat buiten werking.
“Probeer een andere winkel,” staat er vriendelijk op het scherm.
Dat is een merkwaardige raad, maar je volgt het advies en probeert het elders, kilometers verder.
Het valt me op: die automaten – als ze het al doen- hebben altijd een slecht karakter. Hij accepteert met een zekere hooghartigheid de ene fles, en weigert de volgende, hoewel beide flessen ooit broederlijk uit hetzelfde krat kwamen. Maar dat maak je die automaat niet wijs.
De machine draait de fles om.
Nog eens.
Nog een kwartslag.
De afgekeurde fles wordt mij uiteindelijk teruggegeven met een afkeurende puf. Omstanders kijken mee. Iedereen kent deze vernedering uit eigen ervaring.
Wanneer men alle flessen heeft ingeleverd en de automaat eindelijk piept, ervaart men een geluk dat volstrekt buiten verhouding staat tot de opbrengst. Het gewonnen bedrag verschijnt op het scherm: €2,60.
Daarvoor heeft men thuis een maand tegen een zak kleverige winkeltassen aangekeken, een kwartier in de rij gestaan en zich laten vernederen door een apparaat met de sociale vaardigheden van een parkeermeter.
En toch voelt men zich winnaar.
Dat is nog het grootste wonder van het statiegeldsysteem. Niet dat miljoenen flessen worden gerecycleerd, maar dat volwassen mensen bereid zijn een halve middag op te offeren om met de ernst van een bankier 2,60 euro terug te verdienen. Enfin, ik heb zelden zoveel moeite gedaan om mezelf een ijsje te trakteren.