Verdronken land

Het Verdronken Land van Saeftinghe is een plek waar stil niet leeg is, maar gevuld. Je hoort er het happen van het slik, het klotsen van water tegen een onzichtbare grens. Het tjululuu van tureluurs, en Wannes Van De Velde.

De lucht hangt er zwaar, in parelgrijs, alsof ze de herinnering draagt aan het dorp dat ooit bestond, maar nu enkel nog in de modder geschreven staat. Wie hier loopt, waant zich te gast in een huis dat niet meer bestaat — het meubilair door de zeeslag verslonden, de muren zachtjes uitgegomd. En toch, er is aanwezigheid. Het land wiegt de stemmen van weleer, het miserere van de klokken. Vogels slaan hun vleugels als een biecht door het zwerk.

Met stugge dijken en kruiwagens heeft de mens tegen de eeuwigheid geworsteld — en verloren. Maar hier, tussen geulen en schorren, ligt het bewijs dat verliezen soms een vorm van winnen is. Want wat het dorp prijsgaf, schonk de zee terug in schoonheid: een land dat niet meer land is. Een tussengebied, een wiegelied van waterbrak.

Zo sta je daar dan, een beetje verloren, een beetje verheven. Het Verdronken Land legt zijn hand op je schouder en zegt: “Alles gaat voorbij. Ook dit moment, dus hou het vast.” En je knikt, want je hoort het, in het suizen van het riet, het trillen van de horizon, het zachte vergaan van je eigen gedachten tussen vuurboet en baak. In het zand nog een vuursteenpunt… En je gaat weer naar huis, door maan en tij verjaagd.

Plaats een reactie