Kakkenheimer

Iets kopen op tweedehands.be brengt je naar de meest onwelriekende oksels van het Vlaanderenland. Kachtem… Ik had er nog nooit van gehoord. De naam komt van het Frankische ‘Kakkenheim’. Het ligt aan de Mandel, ergens tussen Duivelshoek en Kruipendaarde. Ik dacht spontaan aan Tolkien. West-Vlaanderen dus. Gelukkig vond ik een Chinese vrijwilliger die met mij het beoogde tafeltje wilde gaan ophalen. Vijfendertig euro voor ouderwets vakwerk? Dat is geen geld. En een mens moet soms wat moeite doen voor duurzaamheid.Kachtem ligt op een uur rijden van Gent, tussen de velden en de akkers, waar je nog van die lemen boerderijen vindt die vechten tegen tijd en memel. U weet wel, van die fermettes met witgekalkte bomen rond, en een aalput en rabarber in de tuin. ‘Te koop’ stond er bij een van die huisjes. Dat zou nog eens een idee zijn, dacht ik. Weg uit de stad, terug naar de natuur! Ik zou elke dag over iets anders kunnen schrijven: over de kleuren van een Kachtems onweer, bijvoorbeeld, het murmureren van de spreeuwen en de kruiden op de Mandeloever. Of over die heerlijke, onmiskenbare, authentieke strontgeur van ‘den buiten’. Een levenslange garantie. De Chinese vrijwilliger vond het een slecht idee. Een stadsmens wortelt niet in zandleem. Maar goed, ik hield het beeld over mijn simpele boerenleventje als ingeweken Kakkenheimer nog eventjes vast terwijl ik door de beloken raampjes van de bukhanka naar buiten keek. Wie weet. Ooit…De mensen die de tafel aanboden waren van die brave borsten die nog met twee woorden spreken; de pet op en de armen in de zij. Bij het demonteren van het meubel plofte er ineens een buidel op de grond. ‘Mien vrouwe neur hoed!’ riep de man verschrokken. Zo ging dat daar dus nog. Payconiq was geen optie. Ik betaalde veertig euro en zei dat hij de resterende vijf ‘hoedstukken’ mocht houden. Zoveel was dit Kachtems cursiefje mij wel waard…

Meisje in het rood

Er is weinig bekend over Geesje Kwak, het mysterieuze tienermeisje dat door de geschiedenis zou zijn vergeten als ze niet poseerde voor George Hendrik Breitner. Ze werd op 17 april 1877 geboren als Gezina Kwak in Zaandam, en verhuisde in 1893 naar Amsterdam. Ze werkte als naaister en verkoopster in een hoedenwinkel. Toevalligerwijs verhuisde Geesje naar de straat waar Breitners studio was. Hij merkte haar op, en al gauw begon ze voor hem te modelleren. Hun relatie was strikt professioneel en Breitner noteerde in zijn notitieboekje de precieze uren en duur van haar zittingen. Het feit dat Geesje een eenvoudig arbeidersmeisje was, prikkelde zijn gevoel voor sociaal bewustzijn. Hij betaalde haar na iedere zitting meteen uit, waardoor ze in staat was om zichzelf en haar familie van een beter leven te voorzien.Geesje, gehuld in een lange rode kimono met witte bloesems, liep rond in de studio of luierde met een Japanse pop op de divan. Soms ging ze voor de spiegel zitten terwijl Breitner haar schetste en fotografeerde. En het is maar goed dat hij dat deed, want in 1895 verhuisden Geesje en haar zus naar Zuid-Afrika, waar ze op amper tweeëntwintigjarige leeftijd stierf aan turberculose. De schoonheid van de vergankelijkheid; dat is wat Breitners schilderijen met Geesje voor mij symboliseren. Het is een treffende metafoor: de bloesems van de lente zijn delicaat en kortstondig, en je kunt ze maar beter bekijken voordat ze verdwijnen…