Hijgend bereiken we de top van de heuvel, en volgen de pijltjes naar het ‘Ermitage Saint-Walfroy’. Vulfilaïc, zoals hij oorspronkelijk heette, was de enige Europese ‘pilaarheilige’. In de zesde eeuw beklom hij deze heuvel, en bouwde er een zuil om vanaf die hoogte de heidenen te bekeren. Hij verliet de zuil quasi nooit.
De pilaar staat daar nog altijd. Een eigenaardige voetnoot in het landschap.
Maar deze heuvel was al heilig lang vóór Walfroy hem beklom. Eeuwenlang was hij gewijd aan Arduinna, de mysterieuze natuurgodin van de Ardennen, beschermster van wouden en wilde dieren, en misschien ook wel van iedereen die zich beter thuis voelt tussen bomen dan tussen mensen, en beter in de schaduw dan in het helle licht.
Ons Keltisch bloed warmt er onmiddellijk enkele graden van op.
We zien het allemaal voor ons: een open plek in het loofbos, badend in maanlicht. Een stenen altaar waarop honing, graan en kruiden worden geofferd. De geur van gebrande bijvoet en jeneverbessen opstijgend in de koele nachtlucht. Trommels vinden onze hartslag. Gewaden bewegen tussen de stammen. Iemand blaast op een hoorn. Ergens roept een uil, en de maagden dansen rondom het gigantische standbeeld van hun Arduinna! Arduinna!
De hele omgeving lijkt nog doordrongen van die sfeer…
Ik pluk een lindetakje als aandenken, wat bezemkruiskruid erbij. En woordeloos banen we onze weg weer naar beneden, naar het oogstfeest in het dorp.
