Pomona

De tuin geurt naar vers gevallen regen. Een zweem kaneel in de lucht… Bij de buren hangt Pomona een vermoeid tussen haar laatste appels. De hoorn is leeggeschud. Nu het licht steeds verder van ons wegdraait, voel ik alles tegelijk. Dat vreemde mengsel van opluchting en verdriet wanneer je beseft dat iets voorbij is terwijl je er nog middenin lijkt te zitten. Een overvloed van wilde emoties omdat alles over het hoogtepunt heen is. De rozen hebben bruine randen. De hortensia’s verkleuren langzaam naar roest. De zonnebloemen buigen hun zware hoofden, en vergaan. En toch is er niets armoedigs aan. Integendeel. Juist nu wordt het prachtig. Het is een poëtisch-prachtig verval. Kamer voor kamer heeft de zomer het huis verlaten. Ze kijkt nog even om, in een lage streep licht, vanaf de lijsterbes. De zwaluwen vertrekken in stilte. De avonden worden al een beetje langer in hun donkerte en op die momenten zie ik, vanaf het kleine balkon, de creatie zoals ze is: gemaakt om te verdwijnen. Spinnen vangen vliegen, rollen ze op in hun rag. De havik vangt de duif, het karkas is voor de raven. De kwade meeuw neemt het zieke kuiken mee. Onder de laag gevallen bladeren: de collectieve moord van het allerkleinste gekruipsel, het eten en gegeten worden, het angstvallig schuilen, de rotting. De chaos van het allereerste uur. Geen eros, alleen tanatos. En langzaam gaan de ramen dicht.

Comments

Geef een reactie

Ontdek meer van Sarah De Grauwe

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder