Printer

Beste elektroketen,

Ik begrijp echt niet hoe u er telkens in slaagt mij een printer te verkopen die niet werkt. Nog nooit, nee, nog nooit heb ik daar geluk mee gehad! Ik zei nog: zo weinig mogelijk kleppen en rammelplastiek. En wat verkoopt u mij? Juist. With Canon you Cannot!
Een printer installeren anno 2018 blijkt nog altijd even omslachtig als in het jaar ‘91. Toen bracht mijn vader een gelijksoortig dragonder binnen. De Smith-Corona “Daisy”, heette ze. Een goedkoop stuk ongeluk. Ik hoor hem nog vloeken als een ketter bij de installatie van de inktpatronen. Dat van die appel en die boom, gaat vandaag wel degelijk op…
Met de handleiding ben je niks. In welke taal je ze ook leest, het blijft Chinees. En met de tekeningetjes vang je al helemaal niks aan. Volgens mij zijn het dezelfde illustratoren die plaatjes maken op tampon-doosjes. Die cartridges en tampons komen overal te zitten, behalve op de plek waar ze moeten zitten. Kunnen vreselijke ongelukken van komen, op je twaalfde… Hetzelfde geldt voor de evacuatierichtlijnen op het vliegtuig; daar moet je eerst bukken en blazen, je vals gebit uitwerpen en je bril uit het raam gooien alvorens in de sloep te springen. Met andere woorden: geen overlevingskansen mogelijk. En zo is het dus ook met het installeren van printers: openen, sluiten, configureren, uitlijnen, vullen, trekken, duwen, wringen en uiteindelijk tegen de grond smakken uit frustratie. En zo komt het dus dat mensen steeds printers kopen die al op het stort belanden nog voor de eerste bladzijde werd afgedrukt.

Ps: Ik heb er aan de kassa voor gekozen om geen extra garantie op het toestel te nemen maar ik heb mij inmiddels bedacht.

Met beleefde groeten,
Sarah De Grauwe

Mario

Het terras van een schipperscafé zonder schippers… en toch doet een van haar vaste klanten elke dag ‘de langen omvaart’; van thuis tot aan de toog. Een hele afstand voor iemand met ‘water in de knieën’. Geen houten been, maar een houten kop. Daar komt hij dan, onze straatpiraat: de lange haren keurig samen gebonden, de brilglazen proper opgeblonken. Mario is op z’n zondags, ook als is het woensdag.
De dagschotel is ook vandaag te duur. Dan maar weer een ‘potse notses’. Mario gooit met grimassen naar de kannenkijkers aan de tafeltjes rond zich. Een babbel zou smaken… een traktatie van één der onbekende drinkebroers nog meer. Tevergeefs.
Maar de waard is gul en schenkt hem een pilsje, een schouderklop en zijn laatste droge worst cadeau. “Merci patron”, roept Mario terwijl hij die laatste in zijn binnenzak laat glijden, “veur den ‘ond!” De pint bewaart hij voor zichzelf, “want ‘onden drinken geen bier.” Mario vindt zichzelf best geestig. Terecht. Uit diezelfde binnenzak tovert hij foto’s tevoorschijn van een living zonder licht en een lappenkat in een kartonnen doos. Of die nu overleden of overreden was, heb ik niet goed begrepen. Niet erg, komt immers op hetzelfde neer…
Medelijden zou misplaatst zijn. Mario is een held. Een held op versleten pantoffels, van wie iedereen en tegelijktijd ook niemand houden kan. Uit sympathie, en omdat zijn hond ook Sarah heet, doe ik er een Duvel bij. Mario, jij bent de mensen nog voor het slapengaan alweer vergeten, maar wees gerust, zij jou niet. Santé!