Kalenderwinters II

Zo’n kou die aan de ribben blijft plakken, dat heb ik graag. Ik schreef al eens over mijn kalenderwinters in Machelen-aan-de-Leie, maar de stad hoeft er eigenlijk niet voor onder te doen. Wie de kerstmarkt vermijdt, en in de plaats daarvan een wandeling maakt langs de verlaten grachten, de uitgeluchte bomen en de in zichzelf gekeerde straatjes, zal moeten toegeven dat de stedelijke winter even mooi kan zijn als die op het platteland. Maar let op, ook hier moet je er op gekleed zijn.

Vorige week kocht ik een nieuwe muts, die volgens de verkoopster minstens drie soorten wol bevatte die gemaakt was van minstens evenveel beesten, waaronder Mongoolse jak en Chinese Kasjmirgeit. Je hebt zo van die boetiekjes waar ze je buiten de kleren ook een heel mooie uitleg verkopen…

Hoe dan ook, onder de wollige warmte van mijn nieuwe muts trok ik de stad in om het beste uit die korte, donkere middag te halen. De daken onder de rijp, ijsbloemen op de autoruiten, eksters op de begijnhofmuren en een laatste peer die zich krampachtig aan de tak van zijn boom vasthield voordat hij door diezelfde eksters werd opgegeten; allemaal dingen die mij de slotfacturen en alle andere besognes der mensheid weer even deden vergeten. Dingen waar Guido Gezelle vast jaloers op zou geweest zijn. De kunst van het kijken ben ik ondanks de kou en de donkerte nog steeds niet verleerd. En had ik er zelf een goed gedicht over kunnen schrijven, dan had ik dat vast gedaan, maar het is natuurlijk weer zo’n ouderwets stukje proza geworden… Wat anders?

Schilderij: ’Effet de neige’ – Gustave Caillebotte

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s