Vandoen

“Ik zou zo geire willen leven in een wereld zonder geld!” De klanken van de kleine accordeon weerklinken vriendelijk over het plein; over de hoofden van een publiek dat er tegelijk wel en niet is.

De jonge accordeoniste heeft een Madonna-glimlach, een lief spleetje tussen de tanden, en draagt een stationspet die aan Wannes Van de Velde doet denken. Het oude deuntje gaat verder. De centjes rinkelen, de ogen twinkelen. Mensen lopen af en aan, maar niemand blijft staan. Toch niet langer dan één zin, nochtans zo welgemeend gezongen, en uitnodigend tot méér dan slechts dat luttele moment dat voor sommigen toch een euro waard was.

Het sociaal decorum ontbreekt, dat spreekt. Aan het eind van het lied is er slechts één iemand die klapt; de oude oma, die half doof is, maar niet doof genoeg om de liedjes van Walter De Buck niet meer te herkennen. Op de terrassen blijven mensen onverstoord verder murmelen, hun halve matrak stokbrood aansnijdend, of hun stukje religieuze kaas. Even óp-blikkend, en dan weer neer, naar hun haver-cappuccino.

Maar de accordeoniste speelt verder; de vingers druk dansend over de petieterige toetsen van de trekzak. Ze zingt steeds luider, met stembanden waarop je een keukenmes kunt slijpen, en die daarom niet lijken toe te behoren aan een jong persoon, maar aan een oude ziel die nog vele goede eeuwen in het verschiet heeft…

Ik maak een foto, leg een euro in het potje. Stapvoets lossen de tonen op, hoopvol, de lentelucht in. Ze zou alles willen geven “veur ne wereld met veel groen, waar nog veugels kunnen leven, en haar liedjes niet vandoen…”

#dagvandeaarde#wereldnatuurdag

Plaats een reactie