Stel je voor dat je tot aan je knieën
in zongewarmd water staat. Het flonkert.
Het lied van de zwarte merel echoot de avond in.
Het laatste licht van de dag streelt als een moederhand
over de wereld-met-haar-zorgen.
En dan breng jij je offers, zeg jij je gebeden op
voor de geesten onder je voeten en boven je hoofd.
Je roept aan, een magische spreuk.
Er is niemand, en toch lijkt iets te luisteren.
***
Suminagashi op kitakata papier