Ergens klopt het niet, oudejaarsavond op zondag. Zondagavonden zijn er niet om te feesten, maar om lekker thuis te blijven, gezellig naar de radio te luisteren, met een welgevuld bord Belgische boerenkost voor je neus; cordon bleus met spruiten, bijvoorbeeld, of witloof met een boefkotelet. Niks dat ons tegenhield natuurlijk, want wij waren toch alleen thuis.
Maar je denkt: het is niet omdat we dit jaar geen invités hebben dat het daarom niet proper moet zijn. Bovendien gaat hier, in de straat, het jaarlijkse stadsvuurwerk door, waardoor je er nooit helemaal zeker van bent dat er niemand komt; dat er niet plots een kennis aanbelt, die je voor het raam heeft zien staan, en die dat vuurwerk liever vanuit jouw warme woonkamer bekijkt dan vanuit het een of ander trekkerig tochtgat. En je haalt gauw nog even de stofzuiger en de dweilstok boven. Voor het geval dat. En als je dan toch bezig bent kun je evengoed nog even het stof af doen, de was laten draaien en de Val Saint Lamberts opblinken. Daarna nog snel even de lakens strijken, want als de mensen hun mantels op bed willen leggen, wil je ook niet in verlegenheid komen met verfrommeld beddengoed. Spruitjeslucht verdrijven, muziekje op, champagne koud, verse onderbroek, haar in de krul… Het hoeft allemaal niet lang te duren, maar dan ben je tenminste gerust.
Je trekt het raam open, om te kijken of er al iemand aankomt, en door de stortende regen zie je in de verte plots dat bord flikkeren met ‘VUURWERK AFGELAST’.
Ach ja, het is tenminste proper…