Er zijn zo van die mensen die je niet echt kent, maar op termijn wel kunt gaan missen. Het zijn de stille figuranten in de film van ons leven; ze zijn aanwezig zonder deel te nemen.Zo is het bijvoorbeeld lang geleden dat ik de dame met het maltezertje nog eens zag. In mijn hoofd heette dat vrouwtje Geneviève. Geneviève, ja, dat paste bij haar. Ze zag eruit als zo’n Parijse absintdrinkster op Montmartre; met een lang en uitgemergeld gezicht, donker omwalde ogen, en buiten de lijntjes gestifte lippen. Haar mond had de kleur van verlangen, haar wangen die van lang verloren lust. Haar figuur sprak honger en ontbering, en in haar kleren hing de geur van tweedehands en vervlogen ‘Eau de Soir’. Om haar hoofd droeg ze altijd een zijden sjaaltje, zoals Grace Kelly. Grace… een naam die haar zo niet nog beter had gepast. Want van alle dingen die ze verloren was, had ze haar gratie toch behouden. Ik bewonderde dat brave mens…Nu is het lang geleden dat ik haar heb gezien en ik vraag me af of ze nog leeft. Het is dat soort mensen dat van de wereld gaat zonder storen. Ik zag haar altijd aan de Muidebrug, of op tram 4 richting Rabot. “Elle veut toujours dire bonjour…’, zei ze dan over het hondje, dat in de krul van haar arm lag te slapen. En dan knikten de mensen minzaam, met een opgetrokken mondhoek, om na een kort woord tot die hond meteen het hoofd weer weg te draaien. Geneviève was deel van het decor, werd keurig genegeerd en vriendelijk verstoten, hoewel zij misschien de enige kleurrijke figuur was in een tram vol dode zielen. Wat moet ze die maltezer gehaat hebben, voor wie de wrede mensen toch altijd zo aanminnig waren…
Maand: december 2020
Volle maan
De volle maan doet altijd wel ergens aan denken. Ik geloof er niet echt in dat we er ‘dol van worden’ of ‘goesting van krijgen’, maar dat het mysterieuze schijnsel iets in de mens losweekt, valt niet te ontkennen. Laatst bracht iemand dat liedje ‘Satelliet Suzy’ van Noordkaap nog eens op. ‘Satelliet Suzy, telkens als ik u zie, schijnt jouw licht over mijn planeet. Hoe hoger je staat, hoe mooier je heet. Oh, Suzy…’ De maan is de satelliet van de aarde, dus als ik de maan een naam zou moeten geven, zou ik haar Suzy noemen. Maar goed, er bestaan al heel wat namen voor de maan. Nechbet, Nanna, Hubal, Luna of Selene; in alle tijden en culturen werd ze bezongen. In de 17de eeuw hebben de Algonquin-indianen (of omamiwininiwak) alle volle manen van het jaar een naam gegeven, telkens gerelateerd aan het seizoen of een gebeurtenissen van de betreffende maand op het Noordelijk halfrond. Die namen, die door de kolonisten werden overgenomen, worden vandaag de dag nog steeds gebruikt. Zo spreekt men bijvoorbeeld van de wolfmaan, de sneeuwmaan of de rozenmaan. Vandaag is nogal bewolkt, maar achter de bleke nevelsluiers zit de bevermaan verscholen. Bevers zijn in november druk bezig met het bouwen van dammen. Het ideale moment dus voor de omamiwininiwak om ze te vangen en er mutsen van te maken. Of sloefen. Op ons is dit natuurlijk niet van toepassing, en daarom eigenlijk volstrekt oninteressant. Tenzij u natuurlijk een schrijver bent, of bevers aan de vrouwelijke cyclus weet te linken. Ik hoor gelukkig bij die eerste categorie… Hoe dan ook, de (volle) maan is een artistieke muze die de mens al eeuwen intrigeert en inspireert. Ik denk dat we haar graag aangrijpen tegen de voortdurende onttovering van het ondermaanse. Mythes, sprookjes en legenden: we hebben ze nodig om wat magie de wereld in te sturen. Geen heksen en weerwolven vanavond, maar er blaft hier wel ergens een hond die – toevallig of niet – Luna heet. Maak er nog een spannende, hete of spirituele avond van
Masereel
Een korte wandeling door het Patershol. Hier, in een van deze kleine huisjes, leerde Frans Masereel etsen bij de non-conformistische kunstenaar Jules De Bruycker, en werd hij door zijn leermeester verschillende keren mooi geportretteerd. Het kost mij geen moeite om hun schimmen door een van de beloken vensterraampjes te zien…Masereel volgde tekenlessen, typografie en boekdrukkunst in Gent. In 1908 ontsnapt hij aan de dienstplicht door zich vrij te loten, en vlucht met zijn vrouw naar Parijs. Na een periode van patriotisme en nationalisme komt Masereel tot nieuwe inzichten en verhuist hij naar Zwitserland, waar hij verschillende rotbaantjes aanneemt om te overleven. Langzamerhand ontpopt hij zich echter tot dé illustrator van pacifistische bladen. Zijn tekeningen worden striemende aanklachten tegen de vele oorlogsslachtoffers en het ongebreidelde geweld tegen onschuldige mensen. De hunkering naar vrijheid van het individu, en de aanklacht tegen uitbuiting en onderdrukking van de gewone man zijn thema’s die hem nooit meer zullen loslaten. Er volgt een reeks symbolistische beeldromans waarin hij telkens opnieuw de sociale wantoestanden van die tijd aan de kaak stelt. In 1920 publiceert Masereel mijn favoriete beeldroman, L’Idée; een ode aan de vrije gedachte die zich op geen enkele manier laat knechten. De Idee wordt uitgebeeld als een naakte vrouw (de naakte waarheid) die achtervolgd wordt door de politie, de kerk, de burgerij en het gerecht, maar overleeft en de heksenjacht overwint. Masereel wordt uiteindelijk een gevierd kunstenaar die samenwerkt met o.a. Oscar Wilde, Ernest Hemingway, Victor Hugo, Emile Zola, Tolstoj en Maurice Maeterlinck.”Wanneer alles ten gronde zou gaan; alle boeken, monumenten, foto’s en verslagen, en slechts de houtsneden van Masereel bleven gespaard, dan zou men alleen daaruit onze hele hedendaagse wereld kunnen reconstrueren”, zei Stefan Zweig over het werk van zijn goede vriend die (wat mij betreft) nog steeds actueel is…
Ophelia, het berkenblad
Ik drijf onder de kale kruinen
van stormdoorvlaagde eiken,
langs zij die op de kades struinen
en nog even naar mij kijken;
Mijn amber is verbleekt
Mijn scharlakenrood verdropen
Mijn okergeel verweekt
Mijn groenen uitgelopen
Ik ben het bruine berkenblad;
dwarrel neer op de rivier,
op het zilverwater dat
mij wegvoert, ver van hier
Zo zal ik stil verdwijnen
om nooit nog af te meren,
in het water weg te deinen
en nimmer weer te keren…