Alles wat je weet

De Kempen hebben mooie bossen, zei mij buurvrouw laatst. Volgens haar is de Belgische herfst nergens zo indrukwekkend als daar, in de streek rond Olen. Ik ken Olen enkel van horen zeggen, van ‘de pot van Olen’, al weet ik niet hoe die eruitziet. En het zal wel waar zijn van die Kempische bossen, maar dan denk ik: we moeten toch niet per se naar Olen om het gezellig te maken? Je kunt hier toch ook wat moeite doen? Al zijn we hopeloos ‘stads’; ook hiér is de herfst soms sprookjesboekenmooi.

Zeker ’s avonds, in een kamer waar je tweeënlijk alleen kunt zijn, met uitzicht op de uitgeluchte, stervende bomen, of een dito straat. Gordijnen dicht, wat kaarsenlicht. We kruipen er diep in weg, in de avond. We lezen, in Elschot, Baudelaire, in een bezielde stilte, of staren – lekker melancholisch – door het raam; naar een opwaaiende krant, een wandelaar, weggedoken in de kraag van een natte regenjas, oprukkende brandganzen. Een kop thee van wilde tijm. Verstoppertje spelen voor alles wat niet pluis is; voor het journaal, God, de oorlog.

En plots voel je je schuldig, omdat je het haast té gezellig hebt. Omdat er theetjes op de tafel staan, je het warm hebt, en slechts gebukt gaat onder relatieve zorgen. Omdat je daar, languit en veilig, over zoveel goede dingen droomt. Omdat de maan voor jou altijd -zo magisch klaar en koel- in de oneindigheid blinkt. Omdat je de keuze hebt om weg te kijken, jezelf af te sluiten. Omdat jij het hier zo goed hebt, en zij -daar ver- zo slecht. Omdat je, ondanks alles wat je over de wereld weet, nog steeds kunt lachen. Stilletjes weliswaar. Het is geen tijd van luid genieten, maar van minzaam appreciëren, wat jij hebt en die ander niet…

2 gedachten over “Alles wat je weet”

Geef een reactie op Renaat Van Rompaey Reactie annuleren