Mario

Het terras van een schipperscafé zonder schippers… en toch doet een van haar vaste klanten elke dag ‘de langen omvaart’; van thuis tot aan de toog. Een hele afstand voor iemand met ‘water in de knieën’. Geen houten been, maar een houten kop. Daar komt hij dan, onze straatpiraat: de lange haren keurig samen gebonden, de brilglazen proper opgeblonken. Mario is op z’n zondags, ook als is het woensdag.
De dagschotel is ook vandaag te duur. Dan maar weer een ‘potse notses’. Mario gooit met grimassen naar de kannenkijkers aan de tafeltjes rond zich. Een babbel zou smaken… een traktatie van één der onbekende drinkebroers nog meer. Tevergeefs.
Maar de waard is gul en schenkt hem een pilsje, een schouderklop en zijn laatste droge worst cadeau. “Merci patron”, roept Mario terwijl hij die laatste in zijn binnenzak laat glijden, “veur den ‘ond!” De pint bewaart hij voor zichzelf, “want ‘onden drinken geen bier.” Mario vindt zichzelf best geestig. Terecht. Uit diezelfde binnenzak tovert hij foto’s tevoorschijn van een living zonder licht en een lappenkat in een kartonnen doos. Of die nu overleden of overreden was, heb ik niet goed begrepen. Niet erg, komt immers op hetzelfde neer…
Medelijden zou misplaatst zijn. Mario is een held. Een held op versleten pantoffels, van wie iedereen en tegelijktijd ook niemand houden kan. Uit sympathie, en omdat zijn hond ook Sarah heet, doe ik er een Duvel bij. Mario, jij bent de mensen nog voor het slapengaan alweer vergeten, maar wees gerust, zij jou niet. Santé!

Mijn boek!!!

‘Ma, ik heb nen boek geschreven…’
‘– Nu niet meiske, er zit ne paardenhorzel in huis.’

Hopelijk doen jullie beter dan mijn moeder en vinden jullie het fijn om naast De Grauwe Gekheid ook eens iets anders van mij te lezen. Na twee jaar is deze kleine droom een grote werkelijkheid geworden. Ik presenteer jullie met trots en plezier: ‘Verhalen uit het Crayenest’, mijn eerste échte verhalenbundel. Met dit boek breng ik een ode aan de bijzondere band die ik had met mijn Iepsersegrootmoeder Maria Craye, bij wie ik het geluk had te mogen opgroeien in Sint-Amandsberg. En dat opgroeien doe ik hier opnieuw in twintig sappige, volkse kortverhalen waarin de magie van kinderlijke verbeeldingskracht centraal staat.

Te koop bij boekhandel Paard van Troje, boekhandel Limerick, Bookz & Booze, koffiebar Cocotine, Apérobar Frou Frou, Buurtcentrum Muide/Meulestede, en natuurlijk ook bij mij!

Mama…

Mama

sinds ik jou vorig jaar bijna verloren was, viert mijn hart elke dag moederdag, en omarm ik de zalige eenvoud van een telefoontje; een kort gesprek over wat je vandaag gegeten hebt en welke feuilletons je hebt bekeken (neen, ik ken Father Brown niét!), en waarin je voorzichtig en vrijblijvend polst naar mijn plannen voor het weekend, in de hoop dat die nog onbestaande zijn en ik zondag speciaal voor jou reserveer…
“Mag dat spel mee” vraag je terwijl je een misnoegde blik op je rolstoel werpt. “Inpakken en wegwezen”, knipoog ik. Je glimlach krult tot over je oren en je bedenkt reeds wat je zo meteen tussen je pannenkoek wilt. Je zet je mooiste tweedehands hoedje op en trekt je verbleekte ‘pardessu’ aan, en ik zeg dat je er prachtig uitziet. Simpelweg prachtig, mijn eigenste beertje Paddington.
Je houdt van Kate Bush, droomt ’s nachts van Richard Gere, mister Darcy en alle mannen met lange haren, je verzamelt poezenbeeldjes in letterbakken en smeert extra margarine op je koekjes-bij-de-koffie, je zingt opera terwijl je de aardappelen jast en verstopt stationsromannetjes onder de zetel, samen met de gedichten die je schreef na een zoveelste vlaag van tristesse en melancholie over het leven dat tot nu toe niet zo lief voor je was. Je gaf me je naam, je talenten en je neiging tot irritante theatraliteit. En om al die redenen hou ik van je. Mama, jij wist het, nog voor ik er was: de ultieme gekke De Grauwe, dat ben jij!

Dali

Wie nog nooit in restaurant Dali geweest is, moet dat zeker een keertje doen. En dan liefst op een weekdag, wanneer eenzame oudjes erheen trekken voor de dagsuggestie van 12,50 EUR, en voor dat korte maar deugddoende babbeltje met de ober over het weer of een nieuwe heup. Een flauwe mop om hun dag op te leuken, zit inbegrepen in het menu.

Wie oud maar niet eenzaam is, zet zich steevast aan de ruit om de passanten te keuren. De fossiele koppeltjes zitten zij aan zij. Ze zeggen niets tegen elkaar. Na een halve eeuw zijn ze zo goed als uitgeklapt. Tot de minestrone op tafel komt en ze bij elkaar kunnen bevestigen ‘dat het lekker is’. De sfeermuzak horen ze niet.

Albert mag geen zout eten van ‘den dokteur’, en ook geen rood vlees. Steak maître d’hotel dan maar. Saignant, uiteraard. Met een extra portie frietjes… ‘en een potje mayonnaise!’ roept hij de dienster nog na. Het is de moeite niet meer om aan de gezondheid te denken. Toch liggen de bloedverdunners netjes naast zijn bord, in een doosje uit Lourdes. Gelukkig gelooft Albert aan mirakels.

Het dessert blijkt een teleurstelling: een bresiliennetaartje. ‘Die notses kruipen tussen mijn valse tanden…’ klaagt Irma terwijl ze met een gekrulde neus het bordje aan de kant schuift. Albert mag eigenlijk ook niet teveel suiker, maar twee van die petieterige taartpunten kunnen vast geen kwaad.

Bij Dali eten de mensen voorbeeldig; mooi rechtop, met mes en vork sierlijk tussen duim en wijsvinger geklemd, de servet keurig in de kraag gestopt, zoals men dat in ‘het pensionaat’ nog heeft geleerd. En ze zeggen nog ‘smakelijk eten’. Ja, dat zeggen ze nog wél. En ook nog ‘merci meneer, ne schonen achternoene en… tot morgen.’

Brief

Hoe ontroerend hartstochtelijk zijn tienerharten toch! Deze brieven vond ik terug op zolder na een verwoede poging tot lenteschoonmaak. Zeg nu zelf, de ontluikende lente stemt toch eerder tot een ‘dolce far niente’ in de luie tuinstoel (lees klapstoel aan de voordeur, wij hebben geen tuin) en niet tot schuren en schrobben? Ik heb stof onder de mat geveegd en twee plukken mos uitgetrokken… kan tellen.
Maar goed, terug naar die onbevangen tienerhartstochten waarin eeuwige liefde en trouw wordt beloofd, innige vriendschappen worden bezongen en het eerste liefdesverdriet in smartelijke elegieën wordt gegoten. Baudelaire is er niks bij. Wat een plezier om deze woorden vol vrijmoedige emotie, ooit geschreven of gekregen in de lente van mijn eigen leven, nog eens te mogen overlezen.
Het stemt me ergens melancholisch. Want nooit krijg ik nog een handgeschreven brief, met sierlijke krulletters, dansend op zachte potloodlijntjes. Behalve dan van de Mama’s for Africa misschien… Ach, wat zou ik er toch graag nog eens eentje krijgen: een smakelijk verhalende brief over intriges op school, een contemplerende brief over een eerste afspraakje en een mislukte tongzoen, een brief waarin jeugdzondes uitvoerig worden beschreven en nog lang geen sprake is van de deugdzame volwassenheid.
Bestaan er nu nog mensen, rondom mij, die zich de moeite getroosten om een blad papier ter hand te nemen, en de tijd nemen om oprechte woorden van vriendschap uit de pen te laten vloeien, woorden die goed genoeg zijn om een leven lang te koesteren in dozen op zolder? Het antwoord is waarschijnlijk ‘nee’. Of lezen ‘jullie’ nu misschien mee? Hoe dan ook, mijn adres: Meulesteedsesteenweg 296… liefs, Sarah X

Tekening

Hans Teeuwen had er al iets over te zeggen maar dat heb ík ook: kinderen en hun knutselwerkjes, het is dubbel. Zijn ‘draak’ – zonder kop en zonder staart – lijkt op een regenworm, zijn ‘sabeltandtijger’ op een verkeerd gemonteerde ikea-tafel en papa op een piemel. Maar dat wil je niet zeggen. Je wil het kind gelukkig maken, en dat kan énkel middels het obligatoire ‘oh wat mooi, zeg!’, een bemoedigende bolwassing en een welverdiende zoen. ‘Maak er nog maar één, we kunnen er niet genoeg van hebben…’ lieg je dan.
Maar het vreet aan je, dat je moet liegen, dat je je verrast en met een aangenomen vergenoegdheid moet opstellen wanneer het kind weer eens komt aandraven met zijn kopvoeters met veel te grote navels en piekjeshaar. Nooit meer dan vijf sprieten! Maar goed, wat sommige papa’s betreft is dat niet gelogen…
En dan zijn er nog de ‘kindersculpturen’; bloempotten en eiermandjes in papier maché, of een raket gemaakt van een lege bus Dreft. Rotreclame!
Eigenlijk word je gewoon zenuwachtig van al die zelfgemaakte mikmak. Zeker als je zelf geen kinderen hebt, ben je niét klaar voor al dat ratjetoe uit zilver en karton. Laat staan voor beeldjes van opgedroogde proppen krantenpapier en behangerslijm in allerlei bonte kleurtjes. Ze verpesten je interieur. Klaar.
Ik hou m’n hart al vast voor toekomend weekend: voor de zes-puntige paaseieren en kreupele paashaasjes die we weer van de neefjes en nichtjes zullen krijgen. En ze moeten aan de koelkast, of op de schouw, of naast de tv. Ze moeten! En je voelt je bovendien moreel verplicht om ze minstens een maand te laten hangen. Minstens tot ze nieuwe mikmak voor je hebben gemaakt. En daarna? Ach, daarna bewaar je ze in koekendozen, ergens op zolder… voor al-al-altijd!

Praaivesie

Praaivesie

Weekendwandeling door eigen buurt

langs alles waar toeval mij stuurt

langs de loodsen en het water

langs de kuierkades, geen gevoel van ‘later’

Langs het speelplein en de boten

en buurtcafés die nu nog zijn gesloten

vissers langs de spoorlijn en de koterijen

langs de Turkse bakker en kale bomenrijen

Langs de wilde, braakliggende weide

en een verliefde man met een vrouw aan zijn zijde

waar de eerste narcissen en krokussen bloeien

waar kinderen met de tortelduiven stoeien

Langs een schipper en een oudje-met-hond

gezellig ont-moeten op dat open stukje grond

mijn buren die ik enkel ’s zondags kruis

na de was en de strijk, en de ‘grote’ kuis

Nu het nog kan, ja, nog een laatste keer

voor die ijdele dromen van de bouwheer

Voor de prestigeprojecten en privé-terrein

voor de praalboulevards en luxelofts er zijn

‘Verboden te betreden’, ook niet door de buren

Waarheen kan toeval mij nu nog sturen?

Inbreuk op de praaivesie

van mensen met geld

die er nog niet écht wonen

maar wel al praaivesie hebben besteld

Dinéé!

Gaan eten bij vrienden, altijd een risky bussiness. Want je moet je heel wat vragen stellen, zowel voor, tijdens als na het dineetje. Of je haar wel goed zit? Of je geen gaten in je sokken hebt? én… of je die fles wijn, die je plant mee te nemen, niet hebt gekregen van de personen in kwestie? Zoja – en ben je al onderweg – kun je nog altijd zeggen dat je hem zo lekker vond, dat je hen hetzelfde plezier wilde doen. Flauw, maar het werkt. Blijkbaar.

Zeggen dat je iets niets lust had je op voorhand moeten doen. Nu dringt zich gewoon de vraag op welke uitvlucht je kan gebruiken om die lange tanden te verklaren: ‘ik heb teveel hapjes gegeten’ is een te grote klassieker die argwaan wekt, niet doen dus. Zeggen dat je het lekkerste voor laatst hebt bewaard is een beter idee. Of vraag even of de hond nog leeft.

Een gouden tip: begin nooit over een betere versie van het gerecht dat op je bord ligt. Hoe moet de gastvrouw zich voelen als jij zegt dat je in Italië ‘het beste varkenshaasje ooit’ hebt gegeten terwijl zij zonet een schoenzool in mosterdsaus heeft opgedist. En stel jezelf de vraag of er begrippen zijn die je kan vermijden: ‘apart sausje’, ‘speciale combinatie’, ‘niet slecht’, ‘wat zit daar eigenlijk in’ en ‘ik maak het altijd een beetje anders’ passen in dat rijtje.

Ben je moe en wil je de benen nemen zonder de gastheren een eten-en-weg-gevoel te bezorgen? Begin dan over je verbouwingswerken: gegarandeerd dat de tegenpartij ‘morgen vroeg op moet’. Zo zie je maar: dineren is ook filosoferen.

Afscheidscadeau

Het leegmaken van het ouderlijk huis voelde aan als een schatroof uit de Vallei der Koningen; je beeldjes, blikken dozen, brieven, fotolijsten en vazen die tot vandaag in de bruin eiken kasten stonden, werden voor het eerst in bijna 60 jaar verplaatst. Afdrukken in het stof… ja, het heeft iets poëto-melancholisch. Vooreerst van stof en dode motten ontdaan, indien nodig opengebroken, bestudeerd en vervolgens gekeurd: wat mag mee en wat moet weg. En zo komt er een eind aan jouw geliefd trouwservies dat meer dan een halve eeuw trouw dienst heeft gedaan, en verdwijnen al jouw fraai gecrocheerde onderleggers en geborduurde tafelkleedjes in blauwe vuilniszakken. De Mariabeeldjes zullen naar alle waarschijnlijkheid terechtkomen in dat ene verloren hoekje van de Kringloopwinkel, net zoals al die andere ouderwetse bibelots en beeldjes in biscuit die niemand nog in huis wil hebben. En neen, ook ik neem het herderinnetje-met-de-ganzen niet mee naar huis. Sorry, oma…
Jouw kleren, hoeden en bontjassen zouden aan het goede doel worden geschonken. Maar eerlijk, ik denk niet dat de “Mama’s for Afrika” bontjassen dragen… laat staan gevoerde pantoffels.
Wat ik wél heb meegenomen zijn je oude fotoalbums, zodat ik je op regenachtige zondagmiddagen nog een keer kan horen vertellen over je jeugdjaren, je half ingevulde boekjes met doorlopers, zodat ik ze voor je kan afwerken, je ovenschotels, zodat het lijkt alsof jíj die fricandon hebt gemaakt, en twee van jouw favoriete koffiekopjes, opdat iedere slok koffie zou smaken naar jouw zoete herinnering. Vanavond draag ik jouw sjaal en lig ik in jouw lakens. Bedankt voor al de fijne cadeaus, lieve oma. Nee, je was geen Nefertiti met duur bezit, maar een eenvoudige vrouw met eenvoudige spullen. Een schoon voorbeeld.