Herfstgedicht

De sfeer van late zomerdagen
wanneer de regen treurig tikt
tegen het keukenvensterraam
en de wind van huilen snikt

Hier en daar valt reeds een blad
van oranje-rood en kopergroen
en ruist het langzaam gefluister
van het stervend hoogseizoen

Genietend van de eenzaamheid
wil ik door de heide struinen,
door meilandroos en erica’s
door huizen met geheime tuinen

Byron, Bronte, Wilde en Keats
dansend door diezelfde dagen,
lees ik onder ‘t laatste hazellover
dat zucht van hemels herfstbehagen

Een laatste zwaluw in de lucht
zweeft op de lauwe zefierwind
De haren wild als wingerdslag
en wangenrood als van een kind

“In summer’s mellow midnight”
Kust de maan mijn ogen dicht
en “rose-trees wet with dew”
sluiten dit honingzoete herfstgedicht

Dagboek

In een meisjesleven is er een tijd van poppentheekransjes en Tiny boeken, van rolschaatsen, bloemen plukken en andere dartelheden, en daarna, de coming of age die wordt ingeluid met het stiekem bijhouden van dagboeken: het ultieme conflict tussen droom en realiteit. Ik citeer: “2 maart 1999, Liefste dagboek, ik ben verliefd op Jonas. Maar hij niet op mij want ik heb sproeten en een bril. Hij houdt van Jozefien die geen bril en sproeten heeft en ook mooi kan dansen. Ik kan niks.” Geef toe, kinderlijke droefheid is aandoenlijk.
En dan klikte je je dagboek samen met je hart weer op slot, hing je het gouden sleuteltje rond je hals en verstopte je je verzuchtingen van inkt weer veilig onder de matras. Na Jonas volgden er nog vele anderen om de koude, lege bladzijden van het dagboek te vullen met de warmte van prille hartstochten, zoete dagdromen en voorzichtige melancholie. En misschien kunt u het ook niet laten om de namen die uw geliefde dagboek herbergt eens in te typen in de zoekbalk van facebook, om er dan net zoals ik achter te komen dat die onbereikbare vlam van weleer inmiddels steunkousen, wortelraspen en teencorrectors verkoopt op de markt, haar uit de neusgaten kweekt en waarschijnlijk nooit zo oud zal worden als hij eruitziet. Liefste dagboek, met uw permissie hang ik er voortaan een Abusslot rond.

S(a)letjonkers

Ik had gehoopt
op hovaardige dandy’s
en statige saletjonkers,
keurig uitgedost
voor de gelegenheid.
In tierlantijntjes
en ruches van zijde.
En ja, wild waren ze wel
maar van de verhoopte
Oscar Wildes en Princen
heb ik niets vernomen
De kaarsen branden
al lang niet meer
in verdoken vertrekken.
Geen opium, geen absint.
Wel groene feeën…
en roze en paarse en gele.
Geen geheime orgieën meer
maar open en bloot,
langs Antwerpse Leien
Fatsoen en honneur
zit onder pruiken verborgen.
Een billenflap, een kont
vol glitter en bont pluimage
Ongevraagd ontbloot!
Veel gay, weinig pride.
Van mijn kant toch niet.
Een jocus.

Bloedmaan

Ik had altijd al eens een bloedmaan willen zien. Bloedmaan klinkt dan ook zo episch, zo heerlijk victoriaans, mysterieus, gevaarlijk en zelfs… gevaarlijk mysterieus; de avond waarop vampieren en harpijen het luchtruim bespoken en andere creaturen der duisternis aan onze tenen komen trekken. We hadden de Stellarium-app ingesteld en wandelschoenen aangetrokken. De maan stond dicht bij de horizon, beweerde hij. Indiana Ides en zijn knokkelbijtende sidekick… In de verte besloop ons al de donkerte die door de weergoden middels fijne bliksems van verdropen zilver in tweeën werd gespleten. Langs de Port Arthurlaan, de oude spoorwegbedding en het kanaal volgden we, als dolle wolven, de lokroep van de bloedmaan, reeds verlustigd door het helder rood schijnsel dat achter de pakhuizen opstraalde als een magisch aureool. Om dan, echter, totaal (of moet ik zeggen TOTAL) verbijsterd bij een tankstation aan te komen met bloedrode reclame verlichting. Om u maar een voorbeeldje te geven van een sterk st(r)aaltje pareidolie… en mensen met te veel fantasie.

WK

Op school was Toby een echte bolleboos. Thans loopt hij verkleed als frietzak over straat.
De tricolore trots op het voorhoofd geschilderd, de duivelshoorntjes stevig op zijn kale knikker geklemd. Het patriottisme heeft hem uit de luie sofa gehesen. Hij is onderweg naar zijn favoriete supportersdorp en neemt, luidruchtig en reeds van goedkope biertjes beschonken, drie plaatsen in op de eerste bank voor het groot scherm, zijn pronostiek declamerend aan al wie het horen wil.
De eens zo nuchtere Toby maakt een dramatisch kruisteken voor de match begint en werpt de armen smekend ten hemel: “Oh God! Aanhoor deze nederige frietzak,” bidt hij vroom, “laat mijn Duivels vandaag winnen!” De kroegmaats knikken minzaam. Kuiten gestrekt, bierbuik naar binnen: in gedachten staan ze allemaal mee op het veld. Het enige dat Toby weet is dat de bal rond is, maar dat maakt niet uit. Hij staat er, voor zijn Duvels. En zij voor hem; schuimend per drie op de toog… Hij roept en brult en tiert de longen uit zijn logge lijf. Hij scandeert leuzes die nergens op slaan maar best cool klinken in de massa. Hotdog et circenses…
Ook al verliezen zijn goden, Toby blijft religieus. Dat onbeschrijflijke winaarsgevoel dat sporten met zich meebrengt, daar doet hij het voor en daarvoor zal hij het blijven doen. Maar diep vanbinnen weet Toby dondersgoed dat hoe meesterlijk ‘zijn’ Duivels ook mogen spelen, hij altijd buiten spel zal blijven staan…
God heeft het niet zo voor ambtenaren in frietzakken.

Printer

Beste elektroketen,

Ik begrijp echt niet hoe u er telkens in slaagt mij een printer te verkopen die niet werkt. Nog nooit, nee, nog nooit heb ik daar geluk mee gehad! Ik zei nog: zo weinig mogelijk kleppen en rammelplastiek. En wat verkoopt u mij? Juist. With Canon you Cannot!
Een printer installeren anno 2018 blijkt nog altijd even omslachtig als in het jaar ‘91. Toen bracht mijn vader een gelijksoortig dragonder binnen. De Smith-Corona “Daisy”, heette ze. Een goedkoop stuk ongeluk. Ik hoor hem nog vloeken als een ketter bij de installatie van de inktpatronen. Dat van die appel en die boom, gaat vandaag wel degelijk op…
Met de handleiding ben je niks. In welke taal je ze ook leest, het blijft Chinees. En met de tekeningetjes vang je al helemaal niks aan. Volgens mij zijn het dezelfde illustratoren die plaatjes maken op tampon-doosjes. Die cartridges en tampons komen overal te zitten, behalve op de plek waar ze moeten zitten. Kunnen vreselijke ongelukken van komen, op je twaalfde… Hetzelfde geldt voor de evacuatierichtlijnen op het vliegtuig; daar moet je eerst bukken en blazen, je vals gebit uitwerpen en je bril uit het raam gooien alvorens in de sloep te springen. Met andere woorden: geen overlevingskansen mogelijk. En zo is het dus ook met het installeren van printers: openen, sluiten, configureren, uitlijnen, vullen, trekken, duwen, wringen en uiteindelijk tegen de grond smakken uit frustratie. En zo komt het dus dat mensen steeds printers kopen die al op het stort belanden nog voor de eerste bladzijde werd afgedrukt.

Ps: Ik heb er aan de kassa voor gekozen om geen extra garantie op het toestel te nemen maar ik heb mij inmiddels bedacht.

Met beleefde groeten,
Sarah De Grauwe

Mario

Het terras van een schipperscafé zonder schippers… en toch doet een van haar vaste klanten elke dag ‘de langen omvaart’; van thuis tot aan de toog. Een hele afstand voor iemand met ‘water in de knieën’. Geen houten been, maar een houten kop. Daar komt hij dan, onze straatpiraat: de lange haren keurig samen gebonden, de brilglazen proper opgeblonken. Mario is op z’n zondags, ook als is het woensdag.
De dagschotel is ook vandaag te duur. Dan maar weer een ‘potse notses’. Mario gooit met grimassen naar de kannenkijkers aan de tafeltjes rond zich. Een babbel zou smaken… een traktatie van één der onbekende drinkebroers nog meer. Tevergeefs.
Maar de waard is gul en schenkt hem een pilsje, een schouderklop en zijn laatste droge worst cadeau. “Merci patron”, roept Mario terwijl hij die laatste in zijn binnenzak laat glijden, “veur den ‘ond!” De pint bewaart hij voor zichzelf, “want ‘onden drinken geen bier.” Mario vindt zichzelf best geestig. Terecht. Uit diezelfde binnenzak tovert hij foto’s tevoorschijn van een living zonder licht en een lappenkat in een kartonnen doos. Of die nu overleden of overreden was, heb ik niet goed begrepen. Niet erg, komt immers op hetzelfde neer…
Medelijden zou misplaatst zijn. Mario is een held. Een held op versleten pantoffels, van wie iedereen en tegelijktijd ook niemand houden kan. Uit sympathie, en omdat zijn hond ook Sarah heet, doe ik er een Duvel bij. Mario, jij bent de mensen nog voor het slapengaan alweer vergeten, maar wees gerust, zij jou niet. Santé!

Mijn boek!!!

‘Ma, ik heb nen boek geschreven…’
‘– Nu niet meiske, er zit ne paardenhorzel in huis.’

Hopelijk doen jullie beter dan mijn moeder en vinden jullie het fijn om naast De Grauwe Gekheid ook eens iets anders van mij te lezen. Na twee jaar is deze kleine droom een grote werkelijkheid geworden. Ik presenteer jullie met trots en plezier: ‘Verhalen uit het Crayenest’, mijn eerste échte verhalenbundel. Met dit boek breng ik een ode aan de bijzondere band die ik had met mijn Iepsersegrootmoeder Maria Craye, bij wie ik het geluk had te mogen opgroeien in Sint-Amandsberg. En dat opgroeien doe ik hier opnieuw in twintig sappige, volkse kortverhalen waarin de magie van kinderlijke verbeeldingskracht centraal staat.

Te koop bij boekhandel Paard van Troje, boekhandel Limerick, Bookz & Booze, koffiebar Cocotine, Apérobar Frou Frou, Buurtcentrum Muide/Meulestede, en natuurlijk ook bij mij!

Mama…

Mama

sinds ik jou vorig jaar bijna verloren was, viert mijn hart elke dag moederdag, en omarm ik de zalige eenvoud van een telefoontje; een kort gesprek over wat je vandaag gegeten hebt en welke feuilletons je hebt bekeken (neen, ik ken Father Brown niét!), en waarin je voorzichtig en vrijblijvend polst naar mijn plannen voor het weekend, in de hoop dat die nog onbestaande zijn en ik zondag speciaal voor jou reserveer…
“Mag dat spel mee” vraag je terwijl je een misnoegde blik op je rolstoel werpt. “Inpakken en wegwezen”, knipoog ik. Je glimlach krult tot over je oren en je bedenkt reeds wat je zo meteen tussen je pannenkoek wilt. Je zet je mooiste tweedehands hoedje op en trekt je verbleekte ‘pardessu’ aan, en ik zeg dat je er prachtig uitziet. Simpelweg prachtig, mijn eigenste beertje Paddington.
Je houdt van Kate Bush, droomt ’s nachts van Richard Gere, mister Darcy en alle mannen met lange haren, je verzamelt poezenbeeldjes in letterbakken en smeert extra margarine op je koekjes-bij-de-koffie, je zingt opera terwijl je de aardappelen jast en verstopt stationsromannetjes onder de zetel, samen met de gedichten die je schreef na een zoveelste vlaag van tristesse en melancholie over het leven dat tot nu toe niet zo lief voor je was. Je gaf me je naam, je talenten en je neiging tot irritante theatraliteit. En om al die redenen hou ik van je. Mama, jij wist het, nog voor ik er was: de ultieme gekke De Grauwe, dat ben jij!