Verjaardag

Beste Vincent, vandaag is het jouw verjaardag en ook die van mij. En er zijn nog wel meer zaken die onze tere zielen met elkaar verbinden. Onze geboortedatum lijkt ons op het lijf geschreven: het is de tijd van het jaar dat de roze en witte bloesems van de sierkers en de ceder boven onder hoofden kringelen, en ons uitnodigen om te verzinken in dagdromen. Het is de tijd van het jaar dat de natuur haar tomeloze kracht laat zien, en na een lang duel met de winter de strijdvaardige degen naast zich neerwerpt. De zon schijnt hoog en hel over de met krokussen overzaaide grasperken in de haven en op het gezicht van de wintervermoeide mensen die langs de kades struinen. De sleutelbloemen richten zich op naar de lazuren hemel en wuiven in de ijle noorderwind naar de voorbijvarende stapelwolken. De trekvogels komen terug uit verre landen, de magnolia bloeit breed en trots.
En ik kijk met verwondering en passie naar jouw schilderijen, ik voél ze: ik voel de vervoering van die bedwelmende gelen en speelse blauwen. Ik houd van je verlaten korenvelden, je blank bloeiende bomen, je kronkelende takken, je bloemen, je eenzame sterrennachten, en van alle andere schitterende parels in het uitspansel van jouw geniale maar getormenteerde geest. Ik lees je brieven en kijk door het raam van je ziel; er was lust voor leven, een ánder leven. Jij zou nu eens moeten weten, Vincent, hoeveel harten je in vervoering hebt gebracht, en nog eindeloos lang zal brengen. Bedankt voor de passie, de geestdrift en het harde werk dat je in je korte leven als geen ander wist te schilderen met de kleuren van je verbeelding. Je inspireert me. En als het een troost mag zijn: ik vind, en bijzonderlijk vandaag, het leven ook erg kort in vergelijking met de eeuwigheid. Je eeuwige bewonderaarster, Sarah

Reis door mijn kamer

”Ik ga niet reizen. Ik blijf rustig thuis op mijn studeerkamer. Ik zal u door mijn kamer laten reizen tot het u duizelt!” In ieder object schuilt een verhaal, dat laat Maarten Biesheuvel zien door zijn werkkamer te beschrijven. Hij maakt een tocht langs zijn typemachine, bureaustoel, foto’s van mensen en steden, en vertelt de anekdotes en herinneringen die met de inrichting verbonden zijn.
Ik vind dat een wondermooie denkoefening die we, in deze periode van eenzame opsluiting, misschien allemaal eens kunnen maken. Daarom heb ik het deze morgen zélf maar al eens geprobeerd in het salon: de bank waarop ik zit komt van Deba en werd geleverd in een volledig andere kleur en opstelling dan degenene die ik besteld had. Jammer, want ik had net een bijbehorend tapijt gekocht dat dan plots niet meer matchte. Maar ach, diezelfde week heeft mijn broer over dat dure, handgeweven tapijt (per ongeluk weliswaar) een hele pot gloeiend heet kaarsvet omgestoten. Nou, dat probleem was dan meteen opgelost. Verder moet u zich deze kamer voorstellen als een lange, smalle en sober gemeubileerde rechthoek waar maar liefst 45 planten staan. Dat krijg je met tweeverdienders die niet weten wat ze met hun ecocheques moeten doen. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van mijn planten, maar laatst hadden we hier een wolluizenplaag. En die smerige beesten hadden zich dus in alle 45 de planten genesteld! Omdat wij moderne en ecologisch denkende mensen zijn, kochten we, op aanraden van een vriendin, een biologisch bestrijdingsmiddel: larven van lieveheersbeestjes. De larven kwamen toe in een plastic doosje, gevuld met kleine, witte, papiersnippers. Op het eerste gezicht zag je ze niet. We strooiden dan maar de hele doos over de planten leeg. Beter teveel dan te weinig, dachten we. Bleek achteraf dat je met zo’n doosje een heel voetbalveld bestrijdt… En nu zijn al die larven volgroeid. Moet ik er nog een tekening bij maken? Om van die duizenden papiersnippertjes, die tot in de gordijnen en tussen onze tenen hangen, nog maar te zwijgen.
Sorry, beste meneer Biesheuvel, ik krijg wat last van een hoge bloeddruk. U had een goed idee, maar eerlijk; het werkt niet voor iedereen.

Lentekoorts

Ieder jaar opnieuw
overkomt het mij in maart;
wanneer de oude Winter buigt
en de loden hemel klaart
Wanneer de blanke bomen bloeien
in het amber van de ochtendlucht
en hun kleine knoppen zwellen
treft mij koortsig weer de lentezucht!
Mijn ziel wordt overweldigd
en heel mijn lijf bevloeid
Ik kan alleen nog denken aan
’t schoon dat aan de takken groeit
Mijn gedachten zeilen langzaam weg
naar tempeltjes in oude tuinen
lantaarns in gekleurd papier
bloemen aan de kale kruinen
en meisjes op antiek damast
in kimono’s, met parasollen
vol levenslust of lethargie
die lieflijk met hun schilder dollen
De waanzin van het wonder
nestelt zich dan in mijn bloed
dat overkookt van lentekoorts
en mij driftig dromen doet:
van Gogh huist in de achterhof
Breitner schildert Geesje rood
Debussy speelt een sonate
de altviool zijn laatste noot
die mij met zachte zucht vervoert
naar een plekje in de maneschijn
waar de kersenbloesems stilletjes
hun geheimen aan het fluisteren zijn…

Eyeopener

Wie of wat hierachter zit kan ik u ook niet vertellen. Ik ben doorgaans niet zo aan complottheorieën, maar het is inderdaad wel vreemd dat nét Wuhan, kloppend hart van de Chinese productie én thuisbasis van een bedrijf dat experimenteert met dodelijke virussen, getroffen wordt door COVID-19. Nét nu Trump dreigt afgezet te worden, nét nu hij nog even tijd heeft om de held te spelen die Amerika redt van de ondergang, nét nu de Brexit van kracht is gegaan en nét nu de economie een stevige boost kan gebruiken. Of houdt Corona de massamigratie tegen? Of zit hier misschien een steenrijke klimaatactivist achter die op machiavellistische wijze een bom probeert te leggen onder het geglobaliseerde kapitalisme en de overconsumptie van Chinese rommel die de wereld naar de knoppen helpt? Er zit iets in, toch?
Toegegeven, ik speel al graag eens advocaat van de duivel: soms moeten de dingen eerst erger worden vooral ze beter kunnen worden. En ik weet niet of ik de enige ben die er zo over denkt, maar deze pandemie zou op de lange termijn inderdaad wel eens voor nieuwe opportuniteiten en frisse inzichten kunnen zorgen. Wat betekenen grenzen nog binnen een geglobaliseerde wereld? Wat is het alternatief op de wereld zoals wij haar nu kennen? Hoe creatief zijn wij als soort? Hoe solidair kunnen en willen wij zijn in tijden van nood? En zijn wij in staat om welvaart in te wisselen voor welzijn?
Hoe je het ook draait of keert, Corona is een eyeopener. Vandaag lachen we nog. Morgen bewenen we de dingen die we verloren zijn en misschien wel nooit eerder ten volle hebben gewaardeerd: de vrijheid om te hebben wat we maar willen, te gaan en te staan waar we willen, te doen wat we willen, met wie we het willen, en wanneer we dat willen. Al komt het misschien niet zover als sommige dystopische denkers ons graag willen doen geloven; het Corona-verhaal is in ieder geval een goede denkoefening voor ons allemaal.

Vrouwendag

Vrouwen willen rechten
gelijkwaardig aan de man;
ze willen ook naar porno kijken
maar zeggen daar niks van

Ze willen ook wel op de zuip:
biertjes hijsen op café
maar in de plaats daarvan
bestellen ze dan gemberthee

En ze hebben het toch zo gehad
met het scheren van hun benen
Vooral als ’t winter is
groeit het haar tot op hun tenen

Om over poetsen maar te zwijgen
Daar heeft élke vrouw wat tegen
Ze laten het dus ook niet na
om stof onder de mat te vegen

En altijd die bh’s!
Die strings en kanten broekjes
Daar krijg je uitslag van
tot in je kleinste hoekjes!

En we mogen niet vies ruiken
naar zweet of sigaretten
Maar krabben doen we lekker wél
als het jeukt onder de t*****

Och, het is toch al te gek:
‘Je zult, je hoort, je zal…’
Een vrouw moet netjes zijn
dat lees je overal

Ik wil alleen maar zeggen
(’t is eigenlijk een wens):
vergeef ons onze zonden
een vrouw is ook maar MENS

Vergeten woorden

Terwijl iedereen Netflix zit te kijken, amuseer ik mij met het opzoeken van vergeten woorden. ‘Schaverdijnen’, ‘chausseren’, ‘snullen’ en ‘vermaledijen’ werden al in mijn persoonlijke lijst van favorieten opgenomen. En hebt u al eens van een ‘avondkout’ gehoord? Een mooi woord voor een ontspannen, avondlijk gesprek met een vriend? ‘Suzannaboef’ vind ik ook wel leuk; een eufemisme voor een ouwe geilaard. En ‘gortemetiel’; de voorloper van de zeef, of béter nog, een synoniem voor mijn memorie, want morgen ben ik al die heerlijke woordjes alweer allemaal vergeten…
Voor zover ik weet heb ik geen alzheimer, maar ik heb écht wel een muggengeheugen (weer zo’n heerlijk woord). Een externe harde schijf om een kopie van mijn herinneringen in op te slaan zou mij goed van pas komen! Maar voorlopig koop ik gewoon veel schoenen. Niet voor de schoenen zélf maar voor de dozen, om al mijn woord-ideetjes en geheugensteuntjes in te bewaren: bierkaartjes, krantenknipsels en papierlinten met mooie zinnetjes, of quotes van mensen die beter kunnen schrijven dan ik. Kortom, schoendozen vol inspiratie. Als ik dan na enige tijd nog eens zo’n doos openmaak, is het alsof ik zo’n grote koekendoos van Delacre voor me heb: veel te veel keuze, het ene koekje al wat beter dan het andere. In welk onderwerp zal ik mijn tanden vandaag eens zetten, dat is altijd de vraag. Omdat ik bang ben dat mijn huis op de lange termijn op het magazijn van Brantano begint te lijken, schrijf ik ook vaak woorden in mijn handpalmen. Alleen jammer dat ik ze iedere keer door de afvoer spoel als ik naar het toilet ben geweest. Ik wil niet weten hoeveel geniale gedichten en cursiefjes er inmiddels op de zeebodem liggen… U moet het voorlopig met de overschot doen. Enfin, ik zoek nog wat woordjes op. En misschien heeft u nog wel een avondkoutje (al dan niet met een suzannaboef) in het verschiet. Ajuus!

Groupon

Negen jaar samen met mijn lief. Het is soms vreemd om te bedenken dat ik nog altijd niet zo oud ben als híj was toen we een relatie begonnen. Nu, ondanks het leeftijdsverschil zien we er bij benadering even oud uit. Iemand zei me eens dat mensen er goed blijven uitzien als ze tenminste maar goed slapen. Wel, een aantal jaar geleden kocht mijn weerga, op een avond na een lange boemeltocht, een kingsize bed en vier hoofdkussens (hij had toen misschien nog wilde plannen?!) in traagschuim. Het woord zegt het zelf; een soort mousse waar je in wegzinkt als in een grote, dikke boezem. Niet dat ik ooit al in een boezem ben weggezonken, maar zo stel ik het me althans voor. Feit is echter dat hij daar goed in slaapt en ik niet. Hij slaapt als een prins op rozen, en ik als de prinses op de erwt. Met andere woorden: mijn lief is mij dus in leeftijd aan het inhalen omwille van dat ellendige bed. Het was een groepsaankoop via Groupon, het systeem van de hoge getallen. Als er bijvoorbeeld duizend mensen dat bed kopen, reduceert men de prijs met 70%. Onlangs ging ik nog eens op die website kijken want we hebben dringend een nieuwe stofzuiger nodig. Die hadden ze. En dat bed natuurlijk ook nog. Maar vooral de schoonheidsproducten en de wellness-arrangementen stonden in de aanbieding: allerlei behandelingen, antirimpelserum, nachtcrèmes, antivermoeidheidsmaskers en pommades verrijkt met zowat alle vitamines van het alfabet. Dat hebben die daar goed bekeken, denk ik dan, want die rommel kunnen ze nu natuurlijk verpatsen aan al die oververmoeide wederhelften die zich destijds hebben laten overhalen om zo’n traagschuim-bed in huis te halen. Noem mij paranoïde maar ik zie toch een verband…

Imbolc

Voor de meeste mensen is dit een druilerige, troosteloze zondag zoals een ander.  Maar van oudsher is het een dag van hernieuwde vreugde, hoop en een tikkeltje witte magie. De Kelten vierden rond deze tijd van het jaar Imbolc; het feest van nieuw leven, tussen de winter solstice en de lente equinox. Imbolc komt van het oud Ierse ‘i mbolg’ en betekent in het Gaelic letterlijk ‘in de buik’. De natuur is dus letterlijk en figuurlijk zwanger van nieuw leven, in blijde verwachting van de eerste bloemknoppen, vogelnestjes en warme lentezonnestralen die alles uit hun winterslaap doen ontwaken. Het is de dag waarop de oer-godin Brigid wordt gevierd, een godin die teruggaat tot de Mesopotamische beschaving en al eeuwenlang verband houdt met vruchtbaarheid, levenskracht, creativiteit, met name poëzie, en de helende kracht van de keuken. Het is een dag waarop men met het schaarse voedsel dat men aan het eind van de winter nog had iets bakte, zoals een vers brood of koeken, gedecoreerd met gedroogde vruchten, noten en suiker. Sommigen onder ons zullen zich misschien de jaarlijkse pannenkoekenbak herinneren op Maria Lichtmis, de Christelijke variant van Imbolc? Zie je, alles houdt verband met elkaar. Zo geven wij al generaties lang kennis door, kennis die vreugde en innerlijke rijkdom brengt. Wat kun jij doen om van deze grijze dag een magisch moment te maken? Brandt kaarsen, zet bloemen in huis, schrijf poëzie, of lees er wat, bak een taart om te delen met de mensen waarvan je houdt, houdt een lente-schoonmaak, ontdoe je van de dingen waar je geen nood meer aan hebt en begin opnieuw, vooral binnenin. Want het is zo fijn om je dagen te kruiden met dingen die net iets dieper gaan… toch?

 

Diamant

‘Hoera voor het jonge liefdespaar!’ werd er geroepen. Het koppeltje dat vandaag zestig jaar huwelijk van de levenskalender afscheurde, was erg verrast toen het daar, in het parochiezaaltje, al die mensen waarvan het zo hield tezamen zag staan. Zestig jaar huwelijk… een diamanten bruiloft. Ontroerend mooi en tegelijk ook een beetje wrang om te zien. Enerzijds raakt het je om dat soort van liefde nog eens te mogen aanschouwen, dat soort van ouderwetse liefde dat nog gesmeed werd uit deugdzaamheid en vaste waarden. Oerdegelijk, met levenslange garantie. Anderzijds weet je dat ze er niet nog eens zestig jaar zullen bijdoen. Maar in dat besef werd er vandaag feest gevierd, op z’n Belgisch: met Polonaises, Hollandse schlagers en een Marokkaans buffet. En op het einde, bij het dessert, werden natuurlijk de obligatoire ‘tegelplakkers’ gedraaid, dié nummers die nog zoeter zijn dan de profiteroles en de cème au beurre-taart samen, en waar iedereen eigenlijk een gloeiende rothekel aan heeft, met uitzondering van de zatte nonkels. Maar dat oude koppeltje bleef daar vrijwillig staan, op die ene tegel. Een tafereeltje dat getuigde van een zeldzame tederheid: want ook al was zij al negentig, en had hij haar naar eigen zeggen al graag eens ingeruild voor twee exemplaren van vijfenveertig, voor hém was zij door de rimpels en het grijze haar heen nog steeds die blonde stoot van weleer. En voor háár was hij nog steeds haar eerste keuze na Frank Sinatra. Het huwelijksbootje heeft vaste koers gevaren en meert nu af bij dat simpele geluk van samenzijn-zonder-meer en puur contentement. ‘En wanneer is het aan u?!’ porde mijn moeder mij in de zij. Eerlijk, de Connemara kwam net op tijd… lailalailalailalalalalai!

Reveillon

Geen echte reden tot feesten; alles is zoals het gisteren was, en het morgen vermoedelijk ook zal zijn. In de drukte voel ik mij vooral alleen. Hoe meer mensen rondom mij, hoe sneller ik verdwaal.
Ik verdrink in hun verhalen, hun kleine vragen, hun beste wensen. ’s Winters wil ik niets liever dan de stilte, zowel binnenin als buiten mij, meedeinen op het ritme van de sluimerende natuur. Ik verdraag nog slechts het zuchten van de wind, het geruisloze schaduwspel van fijne winterzonnestralen op het mos van mijn terras, het zacht geritsel van de vinken in de lijsterbes. Zij spreken de enige taal die ik op dit moment wil horen, de enige taal die ik kan en wil verstaan: de poëzie.
Ik wil niet aan de mensen denken. Ik wil slechts dromen over parelsneeuw, het zoet parfum van hyacinten, de vlucht van de uil uit de nacht, het zingen van de wolf, het spel van de vos. Ik wil opgaan in de winter, de wereld voor eventjes met wilde vleugelslag verlaten, en vanuit een holle boom toekijken hoe, daarbuiten, de mensengekte ontploft in het vuurwerk van dat klatergouden reveillon. Laat hen maar begaan. Ik wacht wel geduldig, contemplerend, verinnerlijk wat mij niet langer dient, verbrand wat voorbij is, om dan opnieuw te spruiten, en het kind in mij te vinden, dat danst door de eerste lente.

Gelukkig nieuwjaar allemaal, groeten vanuit mijn holle boom!