Dali

Wie nog nooit in restaurant Dali geweest is, moet dat zeker een keertje doen. En dan liefst op een weekdag, wanneer eenzame oudjes erheen trekken voor de dagsuggestie van 12,50 EUR, en voor dat korte maar deugddoende babbeltje met de ober over het weer of een nieuwe heup. Een flauwe mop om hun dag op te leuken, zit inbegrepen in het menu.

Wie oud maar niet eenzaam is, zet zich steevast aan de ruit om de passanten te keuren. De fossiele koppeltjes zitten zij aan zij. Ze zeggen niets tegen elkaar. Na een halve eeuw zijn ze zo goed als uitgeklapt. Tot de minestrone op tafel komt en ze bij elkaar kunnen bevestigen ‘dat het lekker is’. De sfeermuzak horen ze niet.

Albert mag geen zout eten van ‘den dokteur’, en ook geen rood vlees. Steak maître d’hotel dan maar. Saignant, uiteraard. Met een extra portie frietjes… ‘en een potje mayonnaise!’ roept hij de dienster nog na. Het is de moeite niet meer om aan de gezondheid te denken. Toch liggen de bloedverdunners netjes naast zijn bord, in een doosje uit Lourdes. Gelukkig gelooft Albert aan mirakels.

Het dessert blijkt een teleurstelling: een bresiliennetaartje. ‘Die notses kruipen tussen mijn valse tanden…’ klaagt Irma terwijl ze met een gekrulde neus het bordje aan de kant schuift. Albert mag eigenlijk ook niet teveel suiker, maar twee van die petieterige taartpunten kunnen vast geen kwaad.

Bij Dali eten de mensen voorbeeldig; mooi rechtop, met mes en vork sierlijk tussen duim en wijsvinger geklemd, de servet keurig in de kraag gestopt, zoals men dat in ‘het pensionaat’ nog heeft geleerd. En ze zeggen nog ‘smakelijk eten’. Ja, dat zeggen ze nog wél. En ook nog ‘merci meneer, ne schonen achternoene en… tot morgen.’

Brief

Hoe ontroerend hartstochtelijk zijn tienerharten toch! Deze brieven vond ik terug op zolder na een verwoede poging tot lenteschoonmaak. Zeg nu zelf, de ontluikende lente stemt toch eerder tot een ‘dolce far niente’ in de luie tuinstoel (lees klapstoel aan de voordeur, wij hebben geen tuin) en niet tot schuren en schrobben? Ik heb stof onder de mat geveegd en twee plukken mos uitgetrokken… kan tellen.
Maar goed, terug naar die onbevangen tienerhartstochten waarin eeuwige liefde en trouw wordt beloofd, innige vriendschappen worden bezongen en het eerste liefdesverdriet in smartelijke elegieën wordt gegoten. Baudelaire is er niks bij. Wat een plezier om deze woorden vol vrijmoedige emotie, ooit geschreven of gekregen in de lente van mijn eigen leven, nog eens te mogen overlezen.
Het stemt me ergens melancholisch. Want nooit krijg ik nog een handgeschreven brief, met sierlijke krulletters, dansend op zachte potloodlijntjes. Behalve dan van de Mama’s for Africa misschien… Ach, wat zou ik er toch graag nog eens eentje krijgen: een smakelijk verhalende brief over intriges op school, een contemplerende brief over een eerste afspraakje en een mislukte tongzoen, een brief waarin jeugdzondes uitvoerig worden beschreven en nog lang geen sprake is van de deugdzame volwassenheid.
Bestaan er nu nog mensen, rondom mij, die zich de moeite getroosten om een blad papier ter hand te nemen, en de tijd nemen om oprechte woorden van vriendschap uit de pen te laten vloeien, woorden die goed genoeg zijn om een leven lang te koesteren in dozen op zolder? Het antwoord is waarschijnlijk ‘nee’. Of lezen ‘jullie’ nu misschien mee? Hoe dan ook, mijn adres: Meulesteedsesteenweg 296… liefs, Sarah X

Tekening

Hans Teeuwen had er al iets over te zeggen maar dat heb ík ook: kinderen en hun knutselwerkjes, het is dubbel. Zijn ‘draak’ – zonder kop en zonder staart – lijkt op een regenworm, zijn ‘sabeltandtijger’ op een verkeerd gemonteerde ikea-tafel en papa op een piemel. Maar dat wil je niet zeggen. Je wil het kind gelukkig maken, en dat kan énkel middels het obligatoire ‘oh wat mooi, zeg!’, een bemoedigende bolwassing en een welverdiende zoen. ‘Maak er nog maar één, we kunnen er niet genoeg van hebben…’ lieg je dan.
Maar het vreet aan je, dat je moet liegen, dat je je verrast en met een aangenomen vergenoegdheid moet opstellen wanneer het kind weer eens komt aandraven met zijn kopvoeters met veel te grote navels en piekjeshaar. Nooit meer dan vijf sprieten! Maar goed, wat sommige papa’s betreft is dat niet gelogen…
En dan zijn er nog de ‘kindersculpturen’; bloempotten en eiermandjes in papier maché, of een raket gemaakt van een lege bus Dreft. Rotreclame!
Eigenlijk word je gewoon zenuwachtig van al die zelfgemaakte mikmak. Zeker als je zelf geen kinderen hebt, ben je niét klaar voor al dat ratjetoe uit zilver en karton. Laat staan voor beeldjes van opgedroogde proppen krantenpapier en behangerslijm in allerlei bonte kleurtjes. Ze verpesten je interieur. Klaar.
Ik hou m’n hart al vast voor toekomend weekend: voor de zes-puntige paaseieren en kreupele paashaasjes die we weer van de neefjes en nichtjes zullen krijgen. En ze moeten aan de koelkast, of op de schouw, of naast de tv. Ze moeten! En je voelt je bovendien moreel verplicht om ze minstens een maand te laten hangen. Minstens tot ze nieuwe mikmak voor je hebben gemaakt. En daarna? Ach, daarna bewaar je ze in koekendozen, ergens op zolder… voor al-al-altijd!

Praaivesie

Praaivesie

Weekendwandeling door eigen buurt

langs alles waar toeval mij stuurt

langs de loodsen en het water

langs de kuierkades, geen gevoel van ‘later’

Langs het speelplein en de boten

en buurtcafés die nu nog zijn gesloten

vissers langs de spoorlijn en de koterijen

langs de Turkse bakker en kale bomenrijen

Langs de wilde, braakliggende weide

en een verliefde man met een vrouw aan zijn zijde

waar de eerste narcissen en krokussen bloeien

waar kinderen met de tortelduiven stoeien

Langs een schipper en een oudje-met-hond

gezellig ont-moeten op dat open stukje grond

mijn buren die ik enkel ’s zondags kruis

na de was en de strijk, en de ‘grote’ kuis

Nu het nog kan, ja, nog een laatste keer

voor die ijdele dromen van de bouwheer

Voor de prestigeprojecten en privé-terrein

voor de praalboulevards en luxelofts er zijn

‘Verboden te betreden’, ook niet door de buren

Waarheen kan toeval mij nu nog sturen?

Inbreuk op de praaivesie

van mensen met geld

die er nog niet écht wonen

maar wel al praaivesie hebben besteld

Dinéé!

Gaan eten bij vrienden, altijd een risky bussiness. Want je moet je heel wat vragen stellen, zowel voor, tijdens als na het dineetje. Of je haar wel goed zit? Of je geen gaten in je sokken hebt? én… of je die fles wijn, die je plant mee te nemen, niet hebt gekregen van de personen in kwestie? Zoja – en ben je al onderweg – kun je nog altijd zeggen dat je hem zo lekker vond, dat je hen hetzelfde plezier wilde doen. Flauw, maar het werkt. Blijkbaar.

Zeggen dat je iets niets lust had je op voorhand moeten doen. Nu dringt zich gewoon de vraag op welke uitvlucht je kan gebruiken om die lange tanden te verklaren: ‘ik heb teveel hapjes gegeten’ is een te grote klassieker die argwaan wekt, niet doen dus. Zeggen dat je het lekkerste voor laatst hebt bewaard is een beter idee. Of vraag even of de hond nog leeft.

Een gouden tip: begin nooit over een betere versie van het gerecht dat op je bord ligt. Hoe moet de gastvrouw zich voelen als jij zegt dat je in Italië ‘het beste varkenshaasje ooit’ hebt gegeten terwijl zij zonet een schoenzool in mosterdsaus heeft opgedist. En stel jezelf de vraag of er begrippen zijn die je kan vermijden: ‘apart sausje’, ‘speciale combinatie’, ‘niet slecht’, ‘wat zit daar eigenlijk in’ en ‘ik maak het altijd een beetje anders’ passen in dat rijtje.

Ben je moe en wil je de benen nemen zonder de gastheren een eten-en-weg-gevoel te bezorgen? Begin dan over je verbouwingswerken: gegarandeerd dat de tegenpartij ‘morgen vroeg op moet’. Zo zie je maar: dineren is ook filosoferen.

Afscheidscadeau

Het leegmaken van het ouderlijk huis voelde aan als een schatroof uit de Vallei der Koningen; je beeldjes, blikken dozen, brieven, fotolijsten en vazen die tot vandaag in de bruin eiken kasten stonden, werden voor het eerst in bijna 60 jaar verplaatst. Afdrukken in het stof… ja, het heeft iets poëto-melancholisch. Vooreerst van stof en dode motten ontdaan, indien nodig opengebroken, bestudeerd en vervolgens gekeurd: wat mag mee en wat moet weg. En zo komt er een eind aan jouw geliefd trouwservies dat meer dan een halve eeuw trouw dienst heeft gedaan, en verdwijnen al jouw fraai gecrocheerde onderleggers en geborduurde tafelkleedjes in blauwe vuilniszakken. De Mariabeeldjes zullen naar alle waarschijnlijkheid terechtkomen in dat ene verloren hoekje van de Kringloopwinkel, net zoals al die andere ouderwetse bibelots en beeldjes in biscuit die niemand nog in huis wil hebben. En neen, ook ik neem het herderinnetje-met-de-ganzen niet mee naar huis. Sorry, oma…
Jouw kleren, hoeden en bontjassen zouden aan het goede doel worden geschonken. Maar eerlijk, ik denk niet dat de “Mama’s for Afrika” bontjassen dragen… laat staan gevoerde pantoffels.
Wat ik wél heb meegenomen zijn je oude fotoalbums, zodat ik je op regenachtige zondagmiddagen nog een keer kan horen vertellen over je jeugdjaren, je half ingevulde boekjes met doorlopers, zodat ik ze voor je kan afwerken, je ovenschotels, zodat het lijkt alsof jíj die fricandon hebt gemaakt, en twee van jouw favoriete koffiekopjes, opdat iedere slok koffie zou smaken naar jouw zoete herinnering. Vanavond draag ik jouw sjaal en lig ik in jouw lakens. Bedankt voor al de fijne cadeaus, lieve oma. Nee, je was geen Nefertiti met duur bezit, maar een eenvoudige vrouw met eenvoudige spullen. Een schoon voorbeeld.

Antiek toerisme

Zweven over zachte blauwen: van zilverazuur tot diep opaal; de zon, als verdropen goud versmeltende in de troebelrode einder. En dan, als een maquette van zand en klei, rijst Comiso uit de Siciliaanse aarde.
Het hotel in het nabijgelegen Ragusa is klein maar charmant, net zoals de uitbater. In een van de osteria’s doen wij ons tegoed aan ‘sepia op drie wijzen’ en een al even bekoorlijk drieluik van lokale wijntjes. Poëzie in kristal. Een nocturne maar vooral digestieve wandeling leidt ons door de wirwar van smalle straten. De friswitte was wapperend boven onze hoofden, nog dronken van dagdromen en indrukken.
’s Morgens luidt San Giorgio het ochtendgloren. De amandelthee en ricotta staan klaar. Tussen laurier- en citroenbomen genieten we een uitzicht over het barokke Ibla. Het ontbijt smaakt zoet, alsook ons gemoed…

Post-congédepressie

Aan de tien facebookvrienden die mij gedumpt hebben na het plaatsen van mijn zonovergoten vakantiefoto’s: troost jullie, het gras is soms, maar zeker niet altijd groener aan de overkant. Op reis gaan is leuk, ja, zeker als je weet dat de tenen van de miserabele achterblijvers eraf vriezen terwijl jij een apertitivo-met-parasolletje slurpt onder een grote palmboom in de zon. Maar dat de kilo’s op de weegschaal ondertussen exponentieel stegen en de bankrekening exponentieel zakte, leg ik liever niét vast op foto. Geen enkel kleurenfiltertje kan dat rechttrekken, geloof me. Rolletjes zijn rolletjes en rood is rood. En dat de mannen geen Adonissen waren en de vrouwen geen Claudia Cardinales, de zogeheten luxehotels begraven zaten onder de graffiti, dat we – in tegenstelling tot wat mijn schitterend gefotoshopte kiekjes doen geloven- slechts drie dagen zon hadden, er in Italië ook hondenpoep op de stoep ligt en de pasta vaak te gezouten was, zijn evenzeer feiten die jullie in rekenschap mogen nemen. Ondertussen zijn mijn tenen er ook afgevroren, is mijn goed humeur eveneens terug onder het vriespunt gedaald en ben ik net zoals jullie terug aan het werk. Zes vakantiedagen minder op de dierbare teller. Dagen die jullie misschien wél nog tegoed hebben? De bacchanten en liefdesgodjes, die enkele dagen geleden nog wellustig in en rond mijn hoofd fladderden, zijn al lang terug naar het zuiden gevlogen. Toch maar koud, zo in ons bloot gat, dachten ze. En zo worden de dromen van gisteren, de herinneringen van morgen, keurig vastgelegd in een goedkoop Kruidvat-fotoalbum dat ieder moment in de bus kan worden gedeponeerd. Toch nog iets om naar uit te kijken. Ik neem alvast nog een Limoncello… of vijf… En een flesje Nero d’Avola om die eeuwige post-congédepressie te verdrinken… Salute!

Decathlon

Koopjes bij Decathlon: zou er anders ook zo’n stormloop zijn voor wat deze sportgigant te bieden heeft? Ik veronderstel dat het succes iets te maken heeft met goede voornemens die voorlopig nog even stand houden. Wacht tot in februari!
Ik ben met de wagen gekomen, zoals iedereen hier. Lekker sportief. Ik heb dan ook een nieuwe fiets nodig. Maar het aanbod blijkt schaars. Decathlon zet duidelijk in op andere ‘marchandise’.
Vergeet bij binnenkomst vooral geen suikerwafel uit de automaat te halen, want dit zou wel eens lang kunnen duren. Lange rijen sportfanaten drummen bij de kassa’s. De winkelmandjes volgeladen met dromen over een strakker, jonger en fitter lijf, over uitmuntende prestaties en gouden bekers, over minder stress en meer succes bij het andere geslacht. Sex sells, again.
De winkel is ingedeeld per sporttak. Iedere gang trekt dan ook het bijhorende clientèle aan. Bij het “voetbal” vind je de ambitieuze tienerjongen met Buffalosjaal, bij het “boksen” de bruingeblakerde macho met proteïneshake, bij de “paardensport” de snobs op bootschoenen, bij “watersport” een luidruchtige Hollander (ook op bootsschoen) en bij “bergbeklimmen” de sportieve veertiger die deze zomer op de top van de Mont Jenesaisquoi zijn jeugd hoopt terug te vinden. Bij “fitness” lopen vooral huismoeders die de winterkilo’s kwijt willen. Het is toch wel belangrijk dat ze er goed uitziet tijdens die drie lessen zumba die ze zullen volgen. Strakke legging in luipaardmotief, elasto-bustenhouder en bijhorende beenverwammers: ze zijn er klaar voor.
Ik vind het vreemd, die gadgetcultuur rond sport. Toch lijkt iedereen meegezogen te worden in het idee dat een sportieve houding begint bij de juiste outfit en een rijkelijk gevulde sporttas. Statussymbolen aan dumpingsprijzen: vaak allemaal even smaak- en nutteloos. Conclusie: in plaats van te gaan sporten op zaterdag, komen mensen liever winkelen bij Decathlon. ’t Is duidelijk het idee dat telt. Maar het moet gezegd: de hele winkel afdrentelen is toch goed voor een volle kilometer. Tja, een mens moet ergens beginnen…

wc-avances

Met de nodige gladde praatjes
van we-worden-vast-wel-maatjes
van wacht-ik-ga-met-uw-mee
en zeg alstublieft niet nee
hopen sommige mensen
op vurige liefdeswensen

Maar ik vind het geen fatsoen
wat sommige lui voor liefde doen
Te flirten tussen pint en pot:
wie denkt daar Amor te treffen
is zat, of op z’n minst een beetje zot

En dan krijg je ineens een brief
van die vermeende hartendief
of een virtueel verzoek op de pc
Van die praatjesmaker die jou zag zitten,
daar in de kroeg bij de wc.

En al zeg je dat je bent bezet
en niet met wc-avances bent opgezet
blijven ze maar proberen,
ja, talloze keren!
Met lieve woordjes in chats
en andere e-lulkoek vol zwets,

Maar goed, het is best flatterend
niet grensoverschrijdend noch onterend,
wanneer in de wc’s van zo’n tent
een vrouwmens je eens ziet zitten
in plaats van een vent…