Avondvrede

De kerstverlichting gaat definitief de doos in en de kerstbomen worden op de brandstapel gegooid
In rusthuis Avondvrede blijft het echter het hele jaar door kerst. Dat krijg je met personeelstekort.
Oma zit naast de kerststal waarin een lapjeskat – vervaardigd uit konijnenvel- ligt. “’t Is al een oud beestje!”, zegt ene Yvonneke. Haar wangen blinken als suikerappels. Ze zegt tegen oma dat ze zich hier gauw thuis zal voelen. Braaf Yvonneke.

De processie van knikkende knieschijven en piepende rollators baant zich een weg naar de kantine voor een filterkoffie met prefab-pannenkoek. Ik ga mee en bestel een deca. “Kamer 320?”, vraagt men vanaf de toog. Nee, hier wordt koffie niet gratis geschonken, zoals thuis, hier komt gezelligheid op de eindfactuur.

Ondertussen pakt moeder de bananendozen uit; foto’s van mensen die oma amper nog herkent, souvenirpoppetjes van vergeten reizen, kleren die oma nooit meer dragen zal, en een ‘lieve vrouwke’ dat ik bijzonder kwalijk neem dat het zover is moeten komen. Zover van huis, zover van het vertrouwde, zover van hoe het ooit was. De wandklok hangt ze niet op, want tijd is er niet meer. Enkel nog het moment.

Op de achtergrond klinkt ‘Viva Espana’. De bewoners zingen mee. Zich verbeeldend dat ze in jonge, brons-gebruinde lijven, een sangria klinken aan de Costa del Sol. En hoewel de zon voor velen al lang is ondergegaan, in rustoord Avondvrede, was er toch weer even warmte en licht. En zo hoort dat, op zondagmiddag.

Drei keuningen

Zoals we van de drie musketiers er ook maar één kennen, de vierde, d’Artagnan, is het nét zo met de drie koningen. Nochtans wilde geen enkel kind ‘die zwarte’ zijn. En ja, hoe kan het ook anders, ooit was ik zwart. Een klein Balthasarke met een ster, gemaakt van taartendozen en zilverpapier. Ik bracht geen goud maar boterwafels, geen wierook en mirre maar potpourri uit de badkamer. Op mijn hoofd ons moeders versleten bontkroon, om het lijf een slaapkleed van mémé.
Mijn personage en zangkunsten (te vergelijken met die van de Josti band) ten spijt, haalde ik toch nog zeventig frank, twee guldens en een kroonkurk op.
Ik vermoed dat Balthasar, net zoals Piet, vandaag de dag politiek incorrect wordt gevonden, maar toen kon hij dus nog rekenen op sympathie.
‘Zwart geld!’ zei mijn pa schetsend toen ik met mijn gevulde hoed thuiskwam. Het werd niet op de rooster geteld. Maar de guldens werden wel in beslag genomen. Die kon hij naar eigen zeggen goed gebruiken, daar ‘over de grens’…
Als men dus vanavond ‘drei keuningen’ komt zingen of ‘who da king’, geef dan gewoon een euro, en geef Balthasar er twee! 

Bedelbrief

Met het groot aantal bedelbrieven dat ik rond deze tijd van het jaar ontvang, en de bijhorende emotionele chantage onder de vorm van balpennen, portemonneetjes, kalenders en zielige kijkende knuffelbeesten, kan ik stilaan een winkeltje openen!
Neen, ik heb het niet zo voor bedelbrieven: dat pseudo handschrift, die hartverscheurende foto’s op je nuchtere maag, die smekende toon om een fiscaal aftrekbare gift en ga zo maar door. Persoonlijk vind ik het zelfs een beetje cru om ficaal voordeel te trekken uit ‘Wesley met het waterhoofd’, maar goed, dat ligt misschien aan mijn teergevoelig zieltje.
Iedere keer ik zo’n venster-enveloppe in de brievenbus zie liggen, denk ik bovendien dat het een rekening is. Gezond kan dat toch niet zijn…
En ik begrijp het niet zo goed: er is géén geld om de blinde ‘Malika’ te laten studeren of om de kansarme ‘Kitty’ een nieuwe winterjas te kopen, maar wél om tonnen drukwerk en rommel mee te bestellen die gegarandeerd door de geërgerde ontvanger in de vuilnisbak belandt.
Maar goed, ondertussen zit ik er wel mee, met al die mond- en teengeschilderde wenskaarten van de Liga voor Personen zonder Ledematen.
Wie dus een persoonlijke De Grauwe Gekheid kerstboodschap* wil ontvangen: laat hieronder uw adres na. Zolang de voorraad strekt! En dat is lang…

Ironie en sarcasme worden gegarandeerd

Hygge

Deze week ‘hygge’ ontdekt: een Deens geluksmotto dat paralellen vertoont met het Nederlandse ‘gezelligheid’. U spreekt het uit als hoo-ga! Het principe is heel eenvoudig: trek uw meest slonzige pull-over aan, en uw allerdikste Noorse (of Deense) sokken. Staar vervolgens vanop een kussen, schapenvel of dekentje, liefst met geometrische patronen, naar het stilleven van aftandse wijnkratten, kaarsen en vetplantjes die u in oude jampotten hebt gestopt.

Zelf koekjes bakken draagt blijkbaar ook enorm bij aan het hygge-gevoel. U mag er echter geen eieren, boter, bloem noch suiker indraaien! De hippe vega- paleotariër doet zoiets barbaars niet. Of die koeken al dan niet lekker smaken, is dan ook van weinig belang, zolang u er maar een foto van kan nemen om op Instagram te plaatsen. Dé manier om uw persoonlijke hygge met de wereld kan delen …

’s Avonds nodigt u vrienden uit voor een ‘hyggelig’ dineetje bij kaarslicht. Véél kaarslicht, vooral naast en onder de tafel. Pas op: Deens design is ook brandbaar. En pas op voor de hond!
De tafel decoreert u dan weer met een mand vol winterpenen, rapen, rode bieten en andere gezonde doch wansmakelijke knollen. Eenmaal uw gasten zijn aangekomen, verzoekt u hen op uw ikea-kelim te gaan zitten om samen de groenten te jassen. Niks ‘hyggeliger’ dan kokkerellen, toch?

Ps: Ondertussen houd ik mij op veilige afstand want dergelijke gelukstips ruiken me iets teveel naar de tien geboden… Geef mij maar die Vlaamse gezelligheid, bestaande uit een pak frieten en een pint, onder het gezellige licht van de tv.

VKSJezus!

Zondag Josdag. U kan daarom lachen maar ons pa keek daar écht naar. En naar ‘den tennis’. Niet alleen omdat het ontcijferen van Jos’ Limburgs accent enige concentratie vergde, maar evenwel omdat ons ma ’s middags zélf een matchke met ons pa wilde spelen, werd ik naar de VKSJ gestuurd. De Verenigde Katholieke Studerende Jeugd, oftwel De Roodkapjes; bron der misantropie, waar het cultiveren van de kuddegeest en onverbloemd pestgedrag centraal stond.

Ik had het best fijn gevonden, ware het niet dat ik het altijd was die vergeten werd tijdens de maandelijkse dropping, op een zinkend vlot werd vastgebonden of in de modder werd gegeflikkerd omdat ik de rebus van de zoektocht niet had weten te ontcijferen. En ik houd niet van modder en rebussen. En niet van regen, niet van slaapzakken en piepende veldbedjes, en niet van muggencrème en uniformen. Noch van andere kinderen en dominante leidsters in plooirok.
Ik heb er niet één vriendschap aan overgehouden. Behalve misschien met die ene kookmoeder die ik af en toe nog eens tegenkom in het Kruidvat, en me middels een korte knik diezelfde blik van weleer toewerpt, vol compassie en zelfverwijt.

Neen, die overactiviteit, dat overdreven exprimeren van enthousiasme over zaken die nergens op slaan, ik heb het nooit begrepen. Of zag u ondertussen wel het hoger doel van Dikke Bertha in? Die uitsloverij, dat onophoudelijke streven naar ‘iets maken’ of ‘iets kraken’. Een trektocht van dertig kilometer, onder het gekreet van pijnlijke voeten en ‘een oude Chinees’, belonen met een emmer behangerslijm over de bol. Wie verzint nu zoiets barbaars?!
Op ‘Jommekeskamp’ is men mij bovendien eens vergeten in een boom. Theofiel was een weinig populair personnage, vermoed ik. Maar hoe dan ook, na het eetmaal zou je wensen dat je daar was blijven hangen, in die boom. Want van een bord zurkelplets met hardgekookte eieren wordt niemand toch blij?

L’Automne

Améthiste, Topaze en Emeralde
dansen achter beparelde ruiten
De wolken huilen
om het vertrek van Zomer
Herfst heeft haar verdrongen
De furie die de bomen
doet ruisen en de brandganzen
naar het zuiden jaagt
Die wind en melancholie
door de Vlaams-grijze
straten blaast
en mijn hart
de nodige verkoeling brengt
Haar haren blinken in
in het koper en brons
van eenzame middagen
Ingetogen uren van
gepermiteerde verveling
Genieten van de routine
en rijpe druiven in een
kelk van Boheems kristal
Enaudi speelt mij moe
en de zetel omsluit me
Een laaste kus van de dame
met de vochtige, robijnrode lippen
alvorens ik de ogen sluit
onder de warmte van
een laatste streep nazomerzon

Moeders

Moeders aan de keukentafel
in discussie over de laatste wafel
in de koekendoos
De een toont zich inschikkelijk
de andere blijft boos
Sop-sop in een kop
met koffie en een wolkje melk
én er is nog krentenbrood voor elk
Verzoening uit een broodzak
en een pot confituur
Sorry’s volgen langzaam
maar blijven toch wel duur
Eerlijk waar
ik moet me ervan gewissen
dat ik wafel-
en krentenbrooddiscussies
zoals deze
ooit heel erg hard zal missen

Dardennen

Liefste weergoden

Wij hebben maar twintig (kostbare) vakantiedagen op een jaar. Bovendien moeten wij onszelf uitpersen als twee citroenen om eens een weekje op reis te kunnen. Omdat vliegvakanties dit jaar iets te hoog gegrepen waren, zijn het dan maar d’ Ardennen geworden. In tegenstelling tot échte arme luizen, hadden wij nog de chance in een mooi hotel te kunnen verblijven. Een charmehotel, uitkijkend over de Semois, om lekker veel te kunnen kajakken, te wandelen, te zwemmen en te genieten van het zomerzonnetje op de groene oevers van de rivier.

Bedankt om uitgerekend déze week jullie ouwe wijven en pijpestelen op Bouillon te richten, jullie hemelwater in bakken over de Gaume te storten en het te laten onweren en waaien alsof de Apocalyps nabij was. Kajakken konden we deze week dus eigenlijk overal, niet alleen op de Semois! De wandeltochten door de modder en het slijk hebben ons ook enorm deugd gedaan. Die koude windvlagen bezorgden ons dat héérlijke herfstgevoel waar we al heel de zomer op zaten te wachten. Onze koffers hadden we zelfs gewoon in de auto kunnen laten staan. Hopelijk zijn die teenslippers, badkostuums en strooien hoedjes volgend jaar ook nog in de mode….

Dan maar een herberg binnen gevlucht die aan het kritische oog van Tripadvisor moet zijn ontsnapt. Auberge d’Alsace: een bistro uit de jaren 70 waar twee bejaarde Hollanders en een paardekop op hun ‘entrecôté’ met jagersaus zaten te wachten. Wij gingen steevast voor de ‘plat du jour’: everzwijnenstoofpot, weliswaar van het jaar daarvoor maar dat deerde niet. Het haardvuur knapperde en men serveerde er nagenoeg alle Trappisten die er op de markt te krijgen zijn. De regen was een excuus om ze allemaal uit te proberen. De rest van de week hebben we onze roes uitgeslapen in ons viersterrig charmehotel, onder een warm donsdeken van De Witte Litaer. Van luxe gesproken…

Dus, lieve weergoden, het is eenvoudig: ofwel bellen jullie mijn bazen om te vragen of ze me beter willen betalen zodat ik ook eens naar de zon kan, óf jullie draaien de hemelsluizen de eerste week van augustus gewoon even TOE.

Met dank

Proefles

Men zegt altijd dat een mens in de winter de neiging heeft om te verdikken. Bij mij is dat net het omgekeerde. In de zomer wil ik wat we allemaal willen: vet. Want wat eet een mens nu liever als hij te lang op terras is blijven plakken? Sla?! En geloof me, die onschuldige aperitiefhapjes blijven harder aan de kont kleven dan winterkost! Vraag maar aan mijn vriendin Cora (van Mora).
Ik dacht niet spontaan aan sporten, maar mijn weegschaal wel. Ach, zo maakt een mens nog eens nieuwe vrienden, dacht ik bij mezelf. Fitness klonk me echter iets te Richard Simmons en aerobics een tikkel te Jane Fonda. Daarom dan maar een proefles Pilates genomen. Oftewel: hoe plooi ik mijzelf ’t verschot in tien lessen. De oefeningen hadden moeilijke namen. Ik noemde ze uit gemakzucht ‘zwemmen op het droge’ en ‘kakken in de lucht’. Dit tot ergernis van de lesgever die me vroeg om flauwe mopjes thuis te laten. In het vervolg laat ik mezelf gewoon thuis, antwoordde ik met de flair van iemand die zichzelf grappig vindt. Toen hij met opzet het tempo opvoerde, waardoor ik niet meer wist of ik nu zwemmen of kakken moest, verdronk het kalf helemaal. Een van de medecursisten gaf hem gelijk: humor hoorde hier niet thuis. Zij had naar eigen zeggen ‘iets sacraal’ gevonden in zijn lessen en dat moest zo blijven. Ze had een tulband en haar hond meegebracht. Het beest keek van de kantlijn toe hoe we onszelf op de meest pijnlijke manieren dubbel vouwden. Van een hondenleven gesproken, hoorde ik hem denken. Een les was genoeg om te weten dat het nooit tot een inschrijving zou komen, noch tot een nieuwe vriendschap. Hoewel ik die hond bijzonder sympathiek vond…

Mannen met baarden

30 graden
de hoofden en gemoederen
geraken verhit
Op het pleintje
schelden mannen met baarden
om blote knieën
en gebloemde zomerjurken
om losse haren en lipstick
Mannen met lange gewaden
en lange tenen
Het zijn niet Jan
Piet-Joris en Corneel
Zij varen niet mee
maar tegen
In de ogen van mijn moeder
was ik altijd het mooiste
en liefste meisje ter wereld
Maar hier op het pleintje
ben ik de zedeloze zondares
met roze teennagels
en flip flops
De mannen met baarden
houden niet van de ‘meisjes’
van Raymond
Olalala meisjes
van de Brugse Poort
Ik betreur u
anno 2017