Je droeg een keurig colbertje en hét schrijvers- uniform bij uitstek: zwart. Net zoals je humor…Grappig dat van die kinnenkrabbende cultuurkakkers het altijd moeten hebben van zo ’n artistieke brilmontuur en een kapsel waar Herbert von Karajan nog een puntje kan aan zuigen. Zelfs je gesticulaties hadden iets weg van een dilettante dirigent. Je bood me een glaasje “vitte vijn” en een portie poëtisch seksisme aan waar zelfs Michel Houellebecq niet kan aan tippen. Jij bestelde “een doorrookte turf- whisky” en bij de tafel naast ons, een sigaret. Ongevraagd deed je me de gouden regels van de retorica uit de doeken. En dat met een danig aantal decibels opdat de hele tafel je goed zou kunnen horen. Desalniettemin wilde ik je pseudo- intellectuele prietpraat over Plato, Hugo Claus én uiteraard jezelf nog een kans geven. Helaas mondde dat bij jou uit in een megalomane monoloog en bij mij in ergernis en gênant geknikkebol. Jammer dat je je baret en bongo ’s was vergeten om die geforceerde beatnik ‘slang’ kracht bij te zetten. Dan was ik misschien wakker gebleven. Ik heb dus eigenlijk totaal niet geluisterd wanneer je me je uitgesponnen visie op ‘khunst’ en de intrinsieke waarde van literatuur uit de doeken deed. Al die moeite om je eruditie ten toon te spreiden heeft dus helaas geen zoden aan de dijk gebracht. Dostojevski kan om eerlijk te zijn mijn kloten kussen. Het enige wat ik van jou zal onthouden is dat je nog steeds vrijgezel bent omdat je jezelf zo graag hoort praten. Dat de façade die je vandaag weer eens hebt opgetrokken dringend aan renovatie toe is. En had je ook maar een minuutje je mond gehouden, dan had jij van mij geweten dat ik ook satire schreef. Sorry…
Iet nief!
De kleinhandel is terug aan een opmars bezig. Iets wat alleen maar aan te moedigen valt in precaire economische tijden. Maar eerlijk, hoeveel latte’s en riant gegarneerde cappuccino’ s moeten we zo nog in ons kas slaan vooraleer de theedoek in de ring geworpen wordt? Ze schieten als paddestoelen (lees: parasolzwammen) uit de grond: espressobars met bebaarde barista’s en theehuisjes met huisgemaakte patisserie “op grootmoeders wijze”. En ook de gastronomische hamburgertenten, bagelbars, soepbars maar ook bijdetijdse wasserettes, barbiers en verpakkingsloze buurtwinkeltjes vind je nu op elke hoek van de straat.
In een minimalistisch, Scandinavisch kader presenteren de jonge eigenaren hun producten: veel hout, retro elementjes zoals oude waspoederdozen en rieten manden, een krijtbord met seizoenssuggesties, aftandse schoolkrukken om je héérlijk op neder te vleien en in iedere hoek een statige cactus of sanseveria. Je pseudo- gezonde doch trendy maaltijd wordt geserveerd in roestige teiltjes; zoals men dat vroeger, in de goeien ouwen tijd deed…(ah ja?!) En ook je thee en koffie worden in gebarsten glazen gegoten om het vintage karakter extra in de verf te zetten. Aan de gevels prijken stoere mannennamen zoals “Gustaaf” en “Fernand” die de zaak meteen een sterk, succesvol en sympathiek karakter toemeten. Of cryptische, contaminerende spitsvondigheden en gevatte doordenkertjes van wat de zaak je te bieden heeft. Je groenteboer heet vanaf nu “Pret”, de fietsenwinkel (die overigens enkel nog koersvélo’s verkoopt) “Eddy”, de bioslagerij “be-wust” of “Kiek ’n børst” en die nieuwe bruine kroeg simpelweg “Z.A.T.”
Hoor je het nog steeds donderen in Köln of weet je nog altijd niet waar de klæpel hangt? Bezoek dan eens een van de talrijke Foodtruck Festivals die deze zomer hun ronde doen in Vlaanderen. En niet getreurd, jijzelf kan ook zo’n lucratieve zaak uit je hoge hoed toveren, hoor! Koop bij garage Vanderlinden een krakkemikkige camionette, een lekje pastelverf erover en draai er je eigen hippe nougatbollen!
Curriculum Veritas
Geachte Heer Van der Poel,
Vorige week bezorgde ik U mijn cv met bijhorende motivatiebrief. Sindsdien plaagt mij echter een knagend schuldgevoel. U hebt het recht de waarheid te kennen. Alles wat ik heb geschreven is namelijk een flagrante leugen, een samenraapsel van goedkope clichés, de grootste gemene deler van alle sollicitatietips die ik op het net kon vinden… Ik schaam me diep en stuur U daarom mijn curriculum VERITAS, dat U in de bijlage terugvindt.
Vooreerst wil ik U opbiechten dat deze functie me helemaal niet “op het lijf geschreven lijkt”. Ik ben helemaal geen “creatieve duizendpoot”, “schaap op vijf poten” , “spin in het web” of “carrièretijger”. Hooguit een multitaskende luiaard: in de zetel liggen terwijl ik een filmpje opzet en een zak chips opentrek, kan ik inderdaad als de beste.
Dat van die “nieuwe uitdaging” was ook niet waar. De enige nieuwe uitdaging die ik ambieer is meer poen op mijn zichtrekening. En “pro-activiteit”? Daar had ik zelfs nog nooit van gehoord. Klonk gewoon goed. Een beetje zoals in die reclamespot van yoghurt “met pro-actieve bifidus acti- regularis”. Van mij zou U inderdaad ook wel eens het vliegend schijt kunnen krijgen…
En komaan Van der Poel, wie heeft er nu géén nine- to- five mentaliteit?! Gaat U me nou echt vertellen dat U in plaats van te aperitieven, liever in dat muffe kantoor blijft stinken? Van stinken gesproken; ik ben ook helemaal geen “nieuwe frisse wind” voor Uw bedrijf. Mijn winden zijn niet fris en zullen dat ook nooit zijn. En vergeet dat “out of the box” denken. Dat is Uw taak! Waarom zou ik in hemelsnaam meer doen dan het strikt noodzakelijke als ik daar niet voor betaald word?
Helaas ben ik ook niet die dynamische teamplayer die ik pretendeerde te zijn. Trefwoorden die me wél typeren: misantroop, cynisch, sarcastisch, kittelorig, humeurig, gemeen, opvliegend en lichtjes sociaal gestoord wijf met allergie voor betweters, baasspelers, balorige strebers, kontlikkers, voetvegen, slijmballen en veel te ambitieuze go-getters. Wat betreft die “hands on” mentaliteit, ben ik bereid een toegeving te doen. Op voorwaarde dat U uw “hands- off” mijn loon, extralegale voordelen, vakantie en boezem haalt. Tot slot heb ik U nog mee te delen dat ik ook gelogen heb over mijn taalvaardigheden. Mijn vocabularium van de Duitse taal beperkt zich helaas slechts tot “ganz toll”, “schweinepoepefleisch” en andere gepfaffeerde uitspraken.
Neen, ik wil er geen doekjes meer omwinden. Ik wil deze job omdat het me eenvoudigweg een leuke, relaxte job lijkt, dicht bij huis en met veel vakantie en beperkte verantwoordelijkheden. Nu content?! Ziezo meneer Van der Poel, nu weet U het. Desalniettemin hoop ik dat U mijn eerlijkheid weet te appreciëren en mij zult uitnodigen voor een persoonlijk sollicitatiegesprek, waarin ik mijn kandidatuur verder kan verdedigen.
Zonder beleefde maar met uiterst oprechte groeten, Sarah
Plamuurcensuur
Beste testaankoop,
Mag ik vriendelijk doch met aandrang vragen het huidig assortiment “zomercosmetica” (verkrijgbaar bij de doorsnee drogisterij) te herevalueren en eventueel, bij gebrek aan efficiëntie, uit de winkelrekken te verwijderen? Ik verklaar mij nader:
Daar ik een voltijdse baan bekleed, in een pand waar niet het geringste zonnestraaltje overlevingskans wordt geboden, ben ik bij terrasjesweer genoodzaakt om beroep te doen op producten die mij toch enigszins een ‘zomerlook’ kunnen bezorgen. Maar dat is dus kennelijk niet zonder gevaren…Vooreerst nam ik mijn benen onder handen met waxstrips. Bij het aanbrengen van de hete was heb ik echter mijn billen verbrand waardoor ik nu rondloop met twee geglaceerde jambonneau’s. En ook die twee speklappen waar ooit wenkbrauwen hebben gestaan, bezorgen mij niet dat beloofde “wellnessgevoel” van op de verpakking. En ik weet niet of de afzetmarkt van waxstrips zich doorgaans tot de hottentottenpopulatie beperkt, maar 10 cm won’t do the trick! Dan maar de pincet bovengehaald om het huzarenstukje af te maken.
Een bus “bruin zonder zon” leek me de aangewezen oplossing om mijn transparante benen een lekker kleurtje te geven. Maar tenzij met “een natuurlijke goudbruine gloed” eigenlijk “zo oranje als een wortel” wordt bedoeld, is het goedje geen echte aanrader. Dat krijg je met Nederlandstalige handleidingen die door Chinezen worden geschreven. Had ik ze maar zoals grootmoeder met cichorei ingesmeerd! Dan maar een lange rok gekocht om de boel te bedekken. Islamisering is toch in de mode…
Om mijn haar te transformeren naar die Baywatchwaardige, zongebleekte beachwaves schafte ik mij een “Summer hairspray” met kamille- extracten aan. Na een halfuur kon je er dreadlocks van draaien. Bovendien sloeg het groen uit door het hoge halte “verzorgende” PPG’s, PEG’s en minerale zouten. Precies kalksteen! Een strooien hoed moest het fiasco camoufleren. En inderdaad, het verschil tussen stro en haar was amper te zien.
Met het parfum “Potpourri d’ été” heb ik me letterlijk de resterende Belgische bijenpopulatie op de hals gehaald. Ondanks het feit dat de moed me in de schoenen zonk, wilde ik de zomermaquillage nog een kans geven. Met mijn rococotintje zou men mij er namelijk van kunnen verdenken loodsupplementen te slikken…Een laagje primer, concealer, pore refiner, serum en dagcrème onder een dekentje van bruine font de teint, shaper, bronzer en matifiërend poeder. Verder nog eyeliner, mascara, oogschaduw en lipgloss. Maar eenmaal buiten smolt dat tweede gezicht er door de warmte en onder invloed van de zwaartekracht natuurlijk onmiddellijk af. Wie de film “Dead in Venice” gezien heeft, kan zich er ongetwijfeld iets bij voorstellen…
Ik pleit vanaf heden dus voor plamuurcensuur!
Met gefrustreerde groeten,
Sarah
Sommerschmertz
Juli. Men ambieert “Het grote Plezier”: feesten, reizen, dansen, vrijen, zuipen en terug feesten. De zomer impliceert excessen en obligatoire decadentie, liefst vastgelegd op een serie selfies en genante kiekjes die veel ‘likes’ moeten scoren. Mensen lijden aan acute ‘festivalitis vulgaris’.
Maar wat doe je als die haast Breugheliaanse zomerzotheid jou niet aanbelangt? Wat met de mismatch tussen geforceerd amuzement en je onveranderde gemoedstoestand? Dan lijd je misschien aan de zomerziekte. De onmiskenbare ‘sommerschmertz’. Iedereen maakt avontuurlijke plannen, behalve jij. Iedereen heeft vrij, behalve jij. Iedereen post wilde vakantieverslagen, behalve jij. Iedereen heeft geld om vermaak te financieren, behalve jij. Het enige zeezicht dat jij zal aanschouwen is dat op de ansichtkaartjes die je koelkast opluisteren.
Augustus. Je voelt je opgeslokt door de gulzige, geile, inhalige, vraatzuchtige zomermaanden. Verwachtingen van blijheid en plezier heb je (bij gebrek aan vanalles) niet kunnen inlossen en bezorgen je dat ongemakkelijke gevoel van leegte en verdwaaldheid. De grote mensenmassa lijkt geëvaporiseerd door de warmte. Tijdens een eenzame, melancholische wandeling denk je aan vrienden die genieten van elkaars gezelschap aan de Adriatische kust. Zij denken niet aan jou…Maar over enkele weken mag je ongetwijfeld telefoon van ze verwachten met de vraag of je tijdens een dinnertje hun vakantiefoto’s komt bekijken. Zucht.
De door jou gefrequenteerde winkels en horecazaken zijn gesloten wegens ‘jaarlijks verlof’. De pianoconcerto’s van de buurman blijven uit. En ook dat park waar jij normaliter kunt onthaasten en mogelijks een vakantiegevoel zou kunnen opsnuiven, werd helaas ingepalmd door onbekende thuisblijvers, picnickers, gemonokiniseerde zonnekloppers en joelende kinderen. Wat mis je de ingetogenheid op straat. De rust van de routine en intimiteit van de verplichting. De vertrouwdheid van het alledaagse…De uitgelezen periode om kerstcadeaus te shoppen.
Maan fieste!
Vandejoar én maanen halven trèwboek en tekik juust nog dinges op de fieste gedoan in ’t Gensch!
Vandeweke zaame bijveurbield in de kerke van ’t aalig Trezeke noar de tentuunstellinge van de puppe van theoater Magie en ’t ‘oas van Alijng goan kaake. Ja santé maan ratse! Allemoale ‘andgemokte puppe woaroejnder ’t èwdste Pierke van Gent! Doarachter én we nen buuttocht gemokt op de Laaie. En ‘k was kik weere van ’t Lam Gods geslegen oe schuune dat dadier allemoale es in maan Gent. Toen dak uit da buutse staptege zaggek wel zu bliek of nen ietekoeke van den oenger. Doarmee da we nog ne luukwust en draa mastelle vertoereloet én in fretcafé den “Charlie”!
Toen damme weere kierdege noar den otto schootet oengs te binne damme weer den uuftvogel an afgeschotte, ne keemol mee zeven bulte! Wulder en zuu de loffelijke geweunte van verkierd te parkere en gien parkeergeld te betolle. Doarmee damme deur diene giestige meuleneire van ne flik, die op zaan duuje gemak mee veel zwier-la fleur op oengs kwam d’ afgestapt, op de kajee gevloge zaajng! God jah, en akrotse dachteme wilder woar. Moar ik natuurlijk mee een stik in maane zilé en maanen sneppenbek: “Elaba meniere den agent! T’ ès njet van gret ze baa oengs! Wulder betolle da lolleke nie ze! ’t Zaan de fiesten è. Goa moar noar ‘oas, eu ma é viskes gebakke!” Toengs zat de katte guultegangs in d’orlooze. Diene flik mee een vies hoar in zaan ol wildege oengs doen bloeje. Moar ke em van antwuurd gediend ze: “Past op è! Of ‘k leg maane kokedi in èwe nekke!” Zegt tjaa tege maa: “Gaa franke tsjanne, nu edde in maan roppe geschete: nu est zéker botter baa de vis! ’t es maa stroente verlied! Oasde nie betold steekek eu een nachtse in ’t rolleke veur af te koele!” Ikke zu rap of telle: “Ge kunt maane zak opbloaze: ’t soupapke zit eroan! En bovendieng: Die da al ne kier nie in ’t rolleke é gezeten, es giene Genteneere!” Moar ’t was spaatig genoeg woater poempe in een mande! W’ én onze slekkestekker ochlaak meuge bovenolle…zuu kostelaak joengne. W’ an giene noagel niemier veur oan ons gat te scharte. Moar jah, ’t sop was de kuule nie wirt. Veur guul den utsekluts wa deure te spoele zaame nog nen dreupel goan drinke taades de Café chantant van “Willy Bart en zaane Kluts”. En een uure derachter mee “de Foefelateurs.”
Zodus stoengden der veur de reste nog wa goeiekupe kluchtspele op ’t programma: “èw papier”, “Nonkel Miele en tante Nitte”, “Wal, wie damme doir én!”, “De famielde Klynckoart”, “Alloo, mee Margriet” en “Ne lieuw zonder tande”. ’t Soaves wast ter toengs nog de Genschen kwiestenbiebel kwis veur guul de famielde…en dadallemoale veur vaaf euro en een sjieke! Dus al edde giene noagel niemier veur oan eu gat te scharte: ’t es bekangs veur niet oasdet in ’t Gensch doet! Efijng, guurdet: we zaame gezet gelaak ne pui op ne wegelink! ’t spel ès èspe. En gulder allemoale tuupe te goare uuk nog d’amuzeleute op de loatsen dag!
High school sweethurts
Aan alle koppels die elkaar reeds kennen van op de middelbare school, veel te jong getrouwd zijn en een baby hebben gemaakt om de reeds gemaakte scherven en brokken te lijmen: ik benijd jullie!
Laatst zag ik op facebook foto’s verschijnen van jullie nieuwbouwproject in Denderwindeke en de hond die jullie alvast in huis namen zodat er eens iets anders blaft dan één van jullie twee. Las ik daar ook niet iets over interessante verzekeringen en een billijke polis? En jullie doen al aan pensioensparen sinds de tienerjaren?! Wat een nastrevenswaardige vooruitziendheid!
Ik benijd het feit dat jullie geen geld hoeven uit te geven aan wereldreizen, daguitstappen, etentjes met vrienden, rockfestivals en roadtrips met de motor, niet langer cocktails hoeven te slurpen in een nieuwe bar en niet hoeven te azen op een heet nachtje kamastura in een hotel in Parijs (petit déjeuner royal inclusief). Neen, jullie nemen tenminste genoegen met een snelle hap cornflakes en datzelfde bedstandje van op jullie eerste matras. Voor jullie hoeft het niet ingewikkeld te zijn, dat kost allemaal tijd en er moet tenslotte nog worden gewerkt om die lening te kunnen bolwerken.
Ik benijd dat jullie de oppervlakkigheid van mooie kleding en imponerende opsmuk van zich hebben kunnen afwerpen omdat jullie de naakte, ongecensureerde waarheid over elkaar toch al kennen. Jullie zijn “van ’t straat” en Birckenstocks zijn nu eenmaal zoveel praktischer dan stiletto’s of lederen mocassins…
Jullie hebben nooit ‘gefladderd’ en zullen daarom nooit hoeven terug te blikken op zotte avontuurtjes en genante one night stands, zullen nooit jullie exen hoeven te googelen uit nijpende nieuwsgierigheid, hooguit de toekomstige scheve schaatsen die zullen gereden worden. Jullie zullen zich nooit moeten afvragen hoe het is om de eigen boontjes te doppen. Jullie relatie is tenslotte al bijna even oud als julliezelf. Wat zou er nu in hemelsnaam kunnen misgaan?
Ik benijd het feit dat jullie zich niet langer laten verstikken door elkaar met pathetische liefdesgebaren. Gelukkig maar, dat er niks nieuws meer wordt verteld aan de keukentafel en er niet meer wordt gerollebold in de zetel: nu hebben jullie tenminste tijd om rustig een kruiswoordraadsel te maken of de wetgeving inzake echtscheiding door te nemen.
De thuishaven
In een noordelijke uithoek van Gent, nog nét de postcode 9000 waardig, ligt een vergeten geschiedenis verborgen, een stukske eeuwige misère, een eiland met eilandbewoners die dagelijks zélf geschiedenis schrijven, maar het zelf nog niet weten…De Muide of kortweg “de Muie”. Te veel pejoratieve superlatieven om naar believen te liefkozen, maar ik probeer het toch:
Van aan de Muidepoort tot aan Meulestee, over de Muidebrug tot aan de stalen skeletten van wat vroeger de haven was, overvalt mij onophoudelijke verbazing en binnensmonds gegniffel. Speelt zich in gedachten een stomme film af van noeste dokwerkers, veel te jonge fabrieksknapen, exotische schippers en ijverige, vijfvoudig gerokte viswijven. Ruik ik dampende lijfgeuren aan boord en aan wal, in de cités, de beluikstegen en op de kades, in de snuifdooshuizen (waar ik nu zélf in woon) en op platgelopen dorpels, in rokerige cafés en verdoken cabardoezen. Zie ik de stalen reuzen door het water scheuren en denderende spoorlijnen het landschap beaderen. Knekkedenk…knekkedeng…nedeng…deng…Het hard labeur van destijds deinst weg in de ijle atmosfeer van roest en staal en blinkende spieren. Maar de Bombay-straat, Chinastraat, New-Yorkstraat, Londenstraat en Scandinaviëstraat herinneren nog aan dit gekleurde verleden. Ook de Suikerijsteeg, Koffiesteeg en Chocoladesteeg verraden de voormalige handelsverdragen, welke ‘amuses gueules’ rijke industriëlen op hun bord kregen en waaraan het proletariaat moest verzaken. Maar genoeg poëzie…
Nu halen wij dié producten en ons toiletpapier (in noodgevallen) bij “Junaid Market”, “Hassan Baba Night- and- Dayshop” en een winkel met onuitspreekbare Turkse naam die wij simpelweg “Mooie Vorm” noemen daar de uitbater mij telkens met die woorden complimenteert over mijn figuur om mij vervolgens nen halve kilo tomaten cadeau te doen in ruil voor dat visueel genot.
Wandelen we verder? Te beginnen bij de “Bollekensfrituur”, een barakske met de mazelen dat wordt uitgebaat door een pronte praatgrage Madam die U niet alleen van smakelijke frieten voorziet maar ook van minder smakelijke en koosjere roddels uit de buurt. Indien u geen koude frieten wil raden wij haar onmiddellijk het zwijgen op te leggen of naar frituur “het Neuzeplein” (op het Neuzenplein) te fietsen. Op diezelfde Terneuzenlaan wapperen vlag en wimpel nog steeds aan de oude woonboten en occasionele pleziervloten. Turkse matrones kloppen er hun veelkleurige kelims uit. Bij stormweer krijgt U, als U geluk hebt, de kans om vliegende tapijten te zien. Bij zonneschijn geuren de kades naar gegrild vlees, zorgvuldig bereid door de (immer in bont gekleurde trainingspakken gehulde) Romamannen die er gebruik maken van de gemeenschapsbarbecues. Een communistische gewoonte…U kunt hen verder nog herkennen aan hun wagens uit de jaren 80 zonder roetfilter en hun voorliefde voor plaqué gouden sieraden en dito tanden. Ondanks de grote cultuurverschillen doen de nieuwkomers hun uiterste best om goede eilandbewoners te worden. Wat wij hen echter nog zouden kunnen bijbrengen is dat Halloween en de bijhorende trick- or- treat- promenade niet mag verward worden met de driekoningenstoet en deze niét op wekelijkse basis plaatsvindt. En tot slot: rokende kinderen en mislukte pattatensalaad horen niet thuis in bushokjes.
De zuilengalerij van bomen escorteert u verder langs de Terneuzenlaan. Aan de overkant bieden de geklasseerde torens van Vynckier soelaas aan de romantici onder ons die geen schoonheid vinden in dit grauwe post- industriële panorama. Toch wordt de Muide steeds meer een trekpleister voor jonge artistiekelingen die hun dadaïstische idealen op het landschap willen verhalen. Ze hebben zelfs veel geld over om een nest te bouwen in de voormalige pakhuizen, die nu cryptische namen krijgen zoals LooDs 22*. Niks op tegen, hoor. Het komt zelfs het niveau van de jaarlijkse rommelmarkt van de dekenij ten goede; waar men tussen de kitscherige “postuurkes” in biscuit en oubollige chinoiserie nu af en toe eens “Deens Design” tegenkomt. Leuke rommelmarkt trouwens! Ook om er zelf eens met een kraampje te staan. U hoeft gegarandeerd uw koopwaar niet terug mee naar huis te sleuren; de ene helft wordt namelijk gejat, de andere gekocht (maar weliswaar betaald met Belgisch geld of kroonkurken). Hier aan de Muide neemt men daar genoegen mee.
Om even te verpozen en op krachten te komen kan men diverse horeca-etablissementen frequenteren. Café De Wan: om naar de voetbal te kijken, Café Union: ook om naar de voetbal te kijken, café ’t Sport: om onder andere naar de voetbal te kijken en café De Viking: om er te genieten van spotgoedkope pintjes, pikante zeemansverhalen…en naar de voetbal te kijken. Vermijd het café, waarvan ik de naam uit voorzorgsmaatregelen niet noem, naast bakkerij Mertens. U kan er dan misschien ook wel naar de voetbal kijken (en illegaal gokken), maar loopt ook het risico met hamers en matrakken bewerkt te worden. Toch zijn de Muidebewoners, in tegenstelling tot wat u nu misschien denkt, geen notoire drankorgels en gokverslaafden. Noch maken zij zich schuldig aan blasfemische praktijken. Integendeel! De godsdienst wordt er hoog in het vaandel gedragen! Weinig eervolle escapades, schunnige scheldtirades en andere obsceniteiten worden/werden er te biechte gebracht in de uiterst pittoreske en uitnodigende Sint- Theresiakerk op de Meulesteedsesteenweg, in de kerk van ’t Seleskest, in de Schipperskapel en voor de Noren onder ons, in de Norske Sjomannskirken aan de Weba. Wie honger heeft kan terecht bij o.a. Pitta Han, Pitta Hakyemez, Pitta Izmir en Pitta “De Spoorweg”. Restaurant “De Carpaccio” is er voor wie nog een biefstuk tussen zijn pitta wil.
Voor de afterparty moet u op Ironmuide of in de Eskimofabriek zijn. Een ander alternatief is de wekelijkse T.D. in café ’t Sport. Avondkledij is geen vereiste. Wie erin zou slagen om in een van de hierboven vermelde cafés een lief op te scharrelen, zou ik hebben aangeraden zich voor het huwelijk te laten kleden door Couture Anny, indien dat vorig jaar niet failliet was gegaan…Helaas rest er u enkel nog Couture Dunya in de Sleepstraat. Ook niet mis, maar zorg er dan voor dat u niet op kerstmis trouwt of men verwart u met de kerstboom. De huwelijksmaaltijd zou kunnen besteld worden bij vishandel Epicurus op de Voormuide: de specialiteiten zijn o.a. zalmterrine met citroengelei en krulpeterselie of ingelegden haring met “anjoens”. Lekker traditioneel! Voor het dansfeest verwijs ik u graag door naar feestzaal “De Fluvial” op de Sassekaai, met bijhorende parking en buitentoilet waar het huwelijk eventueel onmiddellijk kan geconsumeerd worden. Bijna thuis. Onderweg is de kans groot dat u onze overbuur Hendrik tegenkomt. Tijdens den oorlog willens nillens ingelijfd bij de Hitlerjugend, nu opa van de plaatselijke jugend. Elke morgen worden wij door hem uitgezwaaid en ’s avonds, bij thuiskomst, terug verwelkomd.
En voor het slapengaan, kijk ik vanuit mijn kleine dakvenstertje nog eens naar Venus die boven de uitgebluste schouwen van het het industriepark pinkelt…En val ik in slaap. Hier kraait de haan niet maar kraaien de krakers die louche zaakjes doen op straat, hier knerpt de tram wanneer hij ’s morgens vroeg de Voormuide opdraait, omdat de muren van karton zijn horen wij de buurman een ochtendconcerto spelen op zijn oude piano… En ondanks onze haat-liefde verhouding met dit eigenaardige eiland en zijn talloze mankementen, houden wij er nog steeds veel van te ontwaken op onze love- boat in deze veilige thuishaven.
Schoolreizen
Deed dit grijze vochtige weertje U vandaag ook niet terugdenken aan de ‘educatieve’ schoolreizen die U destijds hebt gemaakt naar o.a. Bokrijk, het Zwin en Fort Breendonk?
De paasvakantie was gedaan en de kinders moesten terug ‘in gang schieten’ middels een speelse uitstap naar een godvergeten oord waar U nog steeds trauma’s aan overhoudt:
Daar stond U dan te wachten op de schoolbus om half zeven ’s morgens (nog vroeger dan anders) in een fluo roze K-way uit christus’ tijd en (in mijn geval) een ‘klakske’ op van Jupiler, dat pa gratis bij nen bak bier had gekregen. En een paar caouchouc botten en een rugzak met schrijfgerief, lunchpakket en ‘reservekleren’. Allemaal tegen de regen, want schoolreizen begonnen altijd veelbelovend maar impliceerden na een uur onherroepelijk hondeweer!
Herinnert U zich nog dat de “coolcats” altijd achteraan samenhokten in die bus om daar hun eerste lief binnen te draaien? En de primi steevast vooraan gingen zitten bij de leerkrachten? U zat in het midden, naast de rossen dikzak waar niemand zich spontaan naast neerpootte, om vervolgens anderhalf uur in een uiterst ongemakkelijke stilte door het raam te zitten turen.
Eenmaal bij de bestemming aangekomen werden ‘vragenbundeltjes’ uitgedeeld, met info over het desbetreffend oord. Helaas beschikten wij destijds niet over smartphones om die info onmiddellijk op te zoeken en te verzaken aan verdere narigheid. Maar nog voor U de educatieve speurtocht goed en wel had aangevangen stond de helft van de klas al voor U met de vraag of ze Uw zoekresultaten mochten overschrijven…
12u. De lunch werd, in het beste geval, genuttigd in een kantine die sinds den oorlog niet meer gekuist was. Oftewel buiten, op houten banken waarvan U de splinters nog steeds in Uw achterwerk voelt steken als U eraan terugdenkt. Het fameuze lunchpakket bestond meestal uit een brooddoos met een drietal sandwichen die door de enorme hoeveelheid krabsla (die Uw moeder er dan tóch had tussen gesmeerd) volledig zompig geworden waren. Op de koop toe werden er ‘melkskes’ van Joyvalle en appels uitgedeeld die evenmin de eetlust ten goede kwamen.
Weet U nog dat er ’s middags een veel te lange rondleiding gegeven werd door een overjaarse gids met een onverstaanbaar accent die U amper kon horen of zien? Misschien gruwelt U ook nog van dat openluchtmuseum, dat meestal bestond uit evocaties van dorpen uit de Bronstijd met huisjes waarin enge poppen dienst deden als figurant. En informatiepanelen waarvan U enkel de eerste zin las. Of die ellenlange wandelingen die werden afgesloten met een ‘vlottenbouw’ om vervolgens terug naar het beginpunt te kunnen peddelen…
En herinnert U zich uiteindelijk nog dat ultieme moment van verlossing? Wanneer de schoolbus terug aan de horizon verscheen en U Uw verzopen lijfje te ruste legde in die muffe zetel.
Wat een zaligheid te kunnen indommelen op de schouder van die malse dikkerd, die nu nog steeds Uw beste vriend is!
Extra extra, read all about it!
Weest welgekomen gij allen!








