Moeders

Moeders aan de keukentafel
in discussie over de laatste wafel
in de koekendoos
De een toont zich inschikkelijk
de andere blijft boos
Sop-sop in een kop
met koffie en een wolkje melk
én er is nog krentenbrood voor elk
Verzoening uit een broodzak
en een pot confituur
Sorry’s volgen langzaam
maar blijven toch wel duur
Eerlijk waar
ik moet me ervan gewissen
dat ik wafel-
en krentenbrooddiscussies
zoals deze
ooit heel erg hard zal missen

Dardennen

Liefste weergoden

Wij hebben maar twintig (kostbare) vakantiedagen op een jaar. Bovendien moeten wij onszelf uitpersen als twee citroenen om eens een weekje op reis te kunnen. Omdat vliegvakanties dit jaar iets te hoog gegrepen waren, zijn het dan maar d’ Ardennen geworden. In tegenstelling tot échte arme luizen, hadden wij nog de chance in een mooi hotel te kunnen verblijven. Een charmehotel, uitkijkend over de Semois, om lekker veel te kunnen kajakken, te wandelen, te zwemmen en te genieten van het zomerzonnetje op de groene oevers van de rivier.

Bedankt om uitgerekend déze week jullie ouwe wijven en pijpestelen op Bouillon te richten, jullie hemelwater in bakken over de Gaume te storten en het te laten onweren en waaien alsof de Apocalyps nabij was. Kajakken konden we deze week dus eigenlijk overal, niet alleen op de Semois! De wandeltochten door de modder en het slijk hebben ons ook enorm deugd gedaan. Die koude windvlagen bezorgden ons dat héérlijke herfstgevoel waar we al heel de zomer op zaten te wachten. Onze koffers hadden we zelfs gewoon in de auto kunnen laten staan. Hopelijk zijn die teenslippers, badkostuums en strooien hoedjes volgend jaar ook nog in de mode….

Dan maar een herberg binnen gevlucht die aan het kritische oog van Tripadvisor moet zijn ontsnapt. Auberge d’Alsace: een bistro uit de jaren 70 waar twee bejaarde Hollanders en een paardekop op hun ‘entrecôté’ met jagersaus zaten te wachten. Wij gingen steevast voor de ‘plat du jour’: everzwijnenstoofpot, weliswaar van het jaar daarvoor maar dat deerde niet. Het haardvuur knapperde en men serveerde er nagenoeg alle Trappisten die er op de markt te krijgen zijn. De regen was een excuus om ze allemaal uit te proberen. De rest van de week hebben we onze roes uitgeslapen in ons viersterrig charmehotel, onder een warm donsdeken van De Witte Litaer. Van luxe gesproken…

Dus, lieve weergoden, het is eenvoudig: ofwel bellen jullie mijn bazen om te vragen of ze me beter willen betalen zodat ik ook eens naar de zon kan, óf jullie draaien de hemelsluizen de eerste week van augustus gewoon even TOE.

Met dank

Proefles

Men zegt altijd dat een mens in de winter de neiging heeft om te verdikken. Bij mij is dat net het omgekeerde. In de zomer wil ik wat we allemaal willen: vet. Want wat eet een mens nu liever als hij te lang op terras is blijven plakken? Sla?! En geloof me, die onschuldige aperitiefhapjes blijven harder aan de kont kleven dan winterkost! Vraag maar aan mijn vriendin Cora (van Mora).
Ik dacht niet spontaan aan sporten, maar mijn weegschaal wel. Ach, zo maakt een mens nog eens nieuwe vrienden, dacht ik bij mezelf. Fitness klonk me echter iets te Richard Simmons en aerobics een tikkel te Jane Fonda. Daarom dan maar een proefles Pilates genomen. Oftewel: hoe plooi ik mijzelf ’t verschot in tien lessen. De oefeningen hadden moeilijke namen. Ik noemde ze uit gemakzucht ‘zwemmen op het droge’ en ‘kakken in de lucht’. Dit tot ergernis van de lesgever die me vroeg om flauwe mopjes thuis te laten. In het vervolg laat ik mezelf gewoon thuis, antwoordde ik met de flair van iemand die zichzelf grappig vindt. Toen hij met opzet het tempo opvoerde, waardoor ik niet meer wist of ik nu zwemmen of kakken moest, verdronk het kalf helemaal. Een van de medecursisten gaf hem gelijk: humor hoorde hier niet thuis. Zij had naar eigen zeggen ‘iets sacraal’ gevonden in zijn lessen en dat moest zo blijven. Ze had een tulband en haar hond meegebracht. Het beest keek van de kantlijn toe hoe we onszelf op de meest pijnlijke manieren dubbel vouwden. Van een hondenleven gesproken, hoorde ik hem denken. Een les was genoeg om te weten dat het nooit tot een inschrijving zou komen, noch tot een nieuwe vriendschap. Hoewel ik die hond bijzonder sympathiek vond…

Mannen met baarden

30 graden
de hoofden en gemoederen
geraken verhit
Op het pleintje
schelden mannen met baarden
om blote knieën
en gebloemde zomerjurken
om losse haren en lipstick
Mannen met lange gewaden
en lange tenen
Het zijn niet Jan
Piet-Joris en Corneel
Zij varen niet mee
maar tegen
In de ogen van mijn moeder
was ik altijd het mooiste
en liefste meisje ter wereld
Maar hier op het pleintje
ben ik de zedeloze zondares
met roze teennagels
en flip flops
De mannen met baarden
houden niet van de ‘meisjes’
van Raymond
Olalala meisjes
van de Brugse Poort
Ik betreur u
anno 2017

Moeder haven

De hemel heeft gehuild boven de haven. Natte stenen, natte tenen. De slingerende schommel op een verlaten speelplein nodigt mij uit om even te verpozen en te genieten van de post-industriële depressie die tussen donkeren en klaren over het eiland waait.

De klaagzang van sirenes, van de wind en een roedel Roma-vrouwen zwerft door de magere skeletten van voormalige pakhuizen, weergalmt door de uitgeleefde rederijen van verweerd staal en beklad beton. Hier wonen de ratten. In de verte blazen stoere fabrieksreuzen hun stinkende adem over de skyline uit: ook dit is Gent. 

En dan plots, droogt de haven haar tranen: twee tortels in een perenboom, drie kinderen in een appelaar. Dash-fris ondergoed danst aan de waslijn op het dek van de woonboten. Op een steiger hengelt een eenzaat naar snoekbaars en tonijn, terwijl zijn vrouw hem in het Turks bekijft vanaf een brug langs de spoorlijn.

De rimpels van het bevende kanaal en het mistroostige aangezicht van de Muide zetten het idee van de oude, eenzame haven kracht bij. Hier is niets en toch zoveel. Ontdekkingsreiziger in eigen buurt. Hier huist klein geluk.

Ze is bijzonder onderhoudend voor al wie ze lief heeft, onze haven. Moeder van ‘les misérables inconnues’, van arme luizen en tegenwoordig ook wel van de ‘hipster jugend’. Jawel, dit is een eiland van uitersten; van arm en rijk, van klein en groot, van goed en kwaad, van schoon en lelijk.

En ofschoon die lelijkheid vaak het hardste roept, vindt men tussen de met mos doorspekte kaaien vaak woorden en beelden, gesprekken en gedachten die de moeite waard zijn om zich op het einde van een regenachtige zondagmiddag te herinneren …

Treinreizen

Ik hou van treinreizen. Wachten op het perron met de Metro-krant en beker koffie, plaatsnemen tegenover de mooiste man in de wagon, je handtas uitmesten en de rommel dumpen in het kleine vuilbakje onder het raam.

Stilzwijgend genieten van fluoriserende frustraties op oude fabrieksmuren, onbedoeld verheven tot Street Art, van achtertuintjes vol afdankers, die zij aan zij en rug aan rug het landschap verkavelen, van lapjes groen tussen Vlaamse lelijkheid. Ruimtelijke ordening onder de (stads)gordel. 

Mijn zwarte buurvrouw predikt het Woord van de Heere Jezus. De knappe overbuur knikkebolt dan weer met open mond tot in Welkenraedt, waar men volgens zijn vrouw (die naast hem zit) het Platdiets nog spreekt. Interessant.

Achter me vang ik conversaties op over Trump, ongesteldheid en hair extensions, al dan niet in dezelfde context. Vooraan zitten tieners met hormonen die al even hard doorrazen als deze trein. Ik ruik paprikachips en onraad. Jawel, daar komt Taylor Swift. Denk ik.

Na een half uur blijf ik selectief doof voor het gekakel van de mede-reizigers en hoor ik enkel nog de conducteur die met een nasaal stemgeluid de stations aframmelt langs dewelke we nog zullen passeren. Tot mijn hart een noodstop maakt, en ik besef dat dit waarschijnlijk toch niét de trein richting Waterloo is.

Vlees

Heeft u ook al gemerkt dat uw doos met oud papier stilaan op de toonbank van een keurslager begint te lijken? Heus. Moet er nog vlees zijn? Ik krijg spontaan het jicht bij de gedachte aan de decadente schranspartijen die volgende week weer eens op het menu zullen staan. De kinderboerderij op één bord! Fondue, gourmet, steengrill en teppanyakkes; formules die ook dit jaar weer garant zullen staan voor indigestie, flatulentie en laveloos in de zetel ploffen met een strip maagtabletten en een depressie omdat je op één avond weer drie kilo bij bent gekomen. 

Sommige winkels bieden beesten aan die ik zelfs nog nooit in het echt heb gezien. Of ben ik de enige die me niet direct een (levende) parelhoen of een ‘duke of Birkshire’ voor de geest kan halen?
Ik ben geen vegetariër maar uit principe eet ik geen lam en kalf. Fazanten en patrijzen eet ik dan weer niet om esthetische redenen, eend en schaap vind ik te vet, rund en kip te droog, struisvogels te exotisch en wild te duur. Hinde vind ik wél lekker maar doet me aan Bambi denken… Wat schiet er dan nog over? Juist, maar iets dat knort is dan weer ongezond.

Er worden op kerst niet minder dan 2,5 miljoen dieren geslacht! Shock! Vooral om rollade van te draaien. Dat heb ik zelf onderzocht door het aantal zoekacties op Smulweb te vergelijken. Ik was blijkbaar niet de enige die voor de gevulde ‘kalkoenrondo’ wou gaan…
Het meest sadistische aan al die reclamebladen en smulsites vind ik die tekeningen van vrolijke diertjes die hun eigen fijne vleeswaren aanprijzen. Alsof dat beest zou zeggen: “Smakelijk! Als ik jou was zou ik m’n vette reet eens proberen.” Stel je voor dat wij dat zouden doen!

Wie wil mag me met kerst dus gerust eens linzen, bonen of een tofuburger serveren. Op voorwaarde dat die anti-flatulentiepillen in de buurt blijven…

Imago

Gek toch hoe begrippen zoals trots, imago en zelfrelativering doorheen de tijd met heel andere maten en gewichten worden gemeten. Ooit droeg ik enkel en alleen maar zwart ‘om zo weinig mogelijk op te vallen’, kleren waarmee mijn oma doorgaans de ramen lapte en gympen die eerst vakkundig met slijk en stift werden bewerkt ‘opdat ze er toch maar niet te wit of te nieuw zouden uitzien’. Want nee, dat was niet cool.

Ook al was er op het eerste gezicht geen onderling verband; ik had iets tegen sloffen en sandalen, tegen pyjama’s, Jack Wolfskin en regenkledij, tegen sokken, fietshelmen en paraplu’s. Om nog maar te zwijgen van kappers; het vogelnest op mijn hoofd was daar een stille getuige van. Later volgenden alternerend nog ‘coupe Kim Kay’, ‘coupe kaketoe’ en ‘coupe scheelt-me-echt-geen-hol-meer’, waar ik niet verder over wil uitweiden wegens trauma.

Aan tattoos heb ik me echter nooit gewaagd, omdat men me thuis ‘het vel zou afstropen’ wanneer ik dat zou doen. Een piercing mocht wel, maar dan op een onzichtbare plaats. Geen flauw idee of die er ondertussen nog zit… Nou ja, het was het idee dat telde. Hoe duisterder en ‘mysterieuzer’, hoe beter. Dat resulteerde uiteindelijk in een pseudo-gotisch stijltje dat deed denken aan Siouxsie Sioux in muffe Harry Potter- kledij. Erg.

Maar op een goede dag betrap je jezelf erop dat je steeds meer op je kerstboom gaat lijken: fraai en vrolijk versierd, dennenfris, netjes gesnoeid en volgens de laatste mode opgedaan, ben je een en al gezelligheid, in ‘homewear’ van flanel en met wollige vilten sloffen aan, voel je je eindelijk helemaal ‘be cool’ zoals het theezakje dat iedere avond in je kopje danst. Of vraag je zonder schroom voor kerst om reflecterende broekspanners, fonkelende fietslichtjes en een fluo-hesje om (jawel!) zoveel mogelijk op te vallen!

Frietchinees

Nu het onbetaalbaar is geworden om in centrum Gent te parkeren, raad ik iedereen aan om eens te gaan winkelen in centrum Sint-Amandsberg. Adresjes hoef ik niet te geven want iedere winkel, café en restaurant heet er simpelweg ‘Sint Amands’, ‘Saint Amand’ of ‘Ten berg’. Zo is er bijvoorbeeld ‘Bazaar Sint-Amands’ waar men al vijf generaties uitpakt met ‘tuinkabooters allerhande, porseleinen geschenkartikelen en diverse gèsmachienen’. Verder is er nog Cave Sint-Amands én uiteraard frituur Sint-Amands, waar ik tijdens mijn apenjaren vaak frietjes ging halen met de schoolvriendinnen. Toen er nog wat zakgeld overschoot, en we geen genoegen meer namen met de zompige sandwichen van aan het thuisfront. Maar waar ooit de meester friturist Mark zijn klanten van goudbruine heerlijkheden voorzag, staat nu blijkbaar een Chinees achter de frietpot. Vorige week werd ik dan ook voor het eerst geconfronteerd met dat uiterst bizarre en tegennatuurlijke fenomeen.
Op zich geen probleem, ware het dat de beste man tenminste lekkere frieten wist te bakken. Maar naast mij zat een dame wiens tronie mij er onmiddellijk van weerhield de gebruikelijke ‘medium met mayo’ te bestellen. Wat op haar plateautje lag had immers nog minder kleur en smaak dan rauwe ‘petoaters’. Uit de boxen klonk ‘Smalltown Boy’ van Bronski Beat. ‘Run away, turn away,’ zong ie nog. Maar het was te laat…
Dan maar uit beleefdheid een croque monsieur besteld, oftewel, zoals de frietchinees hem haast vloekend placht te omschrijven: een ‘klokke mesjoe’. Wat kan je daar immers mis aan doen, buiten dat gerecht verkeerd uitspreken? Veel blijkbaar, want het kostte hem minstens een half uur om de boterham kaas/hesp te googlen en te bereiden. Doch, de uitbater had zijn best gedaan om het goed te maken door er een zoetzure wok van conservenblik-groentjes en een onverstaanbaar grapje bij te serveren.
Jammer dat een vaste waarde op zo’n manier naar de ‘flieten’ kan worden geholpen. Maar ik troost me met het feit dat zowel aan alle goede als slechte dingen ooit een eind komt. Mijn nostalgische zieltje zal je missen, frituur Sint-Amands, mijn geschoffeerde smaakpapillen daarentegen…

Pasfoto

Beste fotograaf

Pasfoto’s laten maken bezorgt mij altijd hetzelfde gevoel als de verkeerde kassa in de supermarkt kiezen, van alle openbare toiletten dat ene binnen binnen stappen waarvan de pot is vol gescheten, ‘ja’ zeggen als de kapper vraagt of hij zijn goesting mag doen of in een wegrestaurant ‘de suggestie’ bestellen: de uitkomst is al-tijd negatief. Ik had moeten weten dat sommige dingen echt nóóit veranderen.

En als ik u vraag of ik écht zo’n dik blaashoofd heb als op die foto, zegt u dan alstublieft niet doodleuk ‘ja, madame’. Hebt u er enig idee van welke consequenties dat heeft? Het ondermijnt niet alleen mijn zelfbeeld maar brengt me ook nog eens lelijk in nesten. Want u mag er zeker van zijn dat ik in de toekomst wél een boete zal krijgen, als ik zat en zonder licht naar huis fiets. Die foto is het bewijs dat ik er niet ‘gewoon per toeval’ zo gesneukeld uitzie. En wat moet mijn lief nu in zijn portefeuille steken? Of aan zijn vrienden laten zien wanneer hij beweert “een snel poepken” aan de haak te hebben geslagen? Men zal zich zeker afvragen of dat de voor- of de achterkant van dat poepken is. 

Van pure miserie ben ik nog een extra serietje gaan maken in zo’n lamentabele pasfoto-automaat. Toegegeven, dat ding liegt niet. Ik ben inderdaad misschien wel wat verouderd ten opzichte van de vorige pasfoto, vijf jaar geleden, maar daarin heb je tenminste drie slaagkansen, én spaar je op de koop toe vijf euro uit (die zeer nuttig kan worden besteed aan een potje dagcrème…)

ps: Wie écht op zijn pasfoto begint te lijken, moet naar de dokter!