Sterfdatum van een van mijn stamcafés … (zoals het een echte Gentenaar betaamt heb ik er meerdere) Gisterenavond werd de begrafenisplechtigheid gehouden met bijhorend laatste avondmaal in de vorm van glazen boterhammen. Iedereen was er, om er nog een allerlaatste keer het beste of het slechtste van zichzelf te geven: de vaste vriendenkliek, diens ouders en kroost, de zatte zeikwijven, de poefdrinkers, de vechtersbazen, de uitvijzers, de coolcats en natuurlijk ook het toogmeubilair, dat er maar triestig bijstond omdat ze niet weten welk salon ze vanaf heden moeten decoreren. Het was fijn om iedereen nog een keer samen te zien en een inventaris op te maken van alle inspirerende levensverhalen, toogfilosofieën, zinloze discussies en andere onbenullige maar o zo gezellige cafépraatjes die ik er doorheen de jaren heb gehouden. De barometer der vriendschap mat gisteren hoge waarden op…
En nog een laatste boze vuist naar de slampamper die het pand verkocht aan een vastgoedmakelaar die er (naar zeer grote waarschijnlijkheid) weer een appartementsblok zal op neerpoten dat zoveel mogelijk kluiten moet opleveren. “Residentie Pink Flamingo’s”, ik zie het al staan…
Het ga jullie goed Pink Flamingo’s, spreid de vleugels en vlieg heen richting collectief Gents geheugen!
Auteur: Sarah De Grauwe
Scrabble
Wat is er nu gezelliger dan op een druilerige dinsdagmiddag Scrabble spelen met je oma?!
Ik hou enorm van dat spel, het biedt me een zekere gemoedsrust, het behaaglijke gevoel dat er nog zekerheden bestaan in deze dolgedraaide wereld: dat de vraag zal rijzen of het eerste woord dubbel moet worden geteld bijvoorbeeld, dat het zakje met letterblokjes weer vreselijk muf zal ruiken, er letters onder de tafel zullen verdwijnen en er in de zak zal worden gespiekt, oma steevast het woord ‘sex’ zal leggen, er druk zal gediscussieerd worden of sommige woorden al dan niet bestaan (hebben), leen- of dialectwoorden zijn of zonet werden uitgevonden, dat de letters X, Q en C vermoedelijke weer zullen overblijven, de punten verkeerd zullen worden opgeteld en die ouwe taaie je weer eens met driehonderd punten voorsprong zal inmaken…
Vlam
Het moment waarop je een oude vlam van op een afstandje ziet naderen terwijl jij, rustig van je soep slurpend op een bankje, doet of je hem niet meteen hebt gezien. Op de één of andere manier wil je een goede indruk wekken, hem laten zien wat voor een kanjer hij destijds zo harteloos (via sms) heeft gedumpt. Nu kan je er gelukkig wel om lachen, het is inmiddels 15 jaar geleden…
Je hebt nog nét genoeg tijd om een spiegeltje uit je handtas te vissen, je lippen bij te stiften en in het ergste geval die verwaaide ragebol op je hoofd terug keurig in model te kammen. Maar tijd gaat snel. Voor je het weet wandelt hij smizend voorbij terwijl jij nog tomatensoep van van je kin wrijft en een lok haar uit de beker vist.
Toch dringt zich, ergens diep vanbinnen, de behoefte op om hem te laten weten dat het fan-tas-tisch met je gaat. Dat je al eeuwen bij hetzelfde lief bent (dat wél iets in jou ziet), dat je samen een huis hebt gekocht en destijds je studies goed hebt afgerond, dat je nog slechts zelden pukkels hebt en je cup-maat sindsdien met minstens ‘een half handje’ omhoog is gegaan, dat je ondanks het feit je nog steeds in een winkeltje werkt ook heel hard bezig bent met een succesvolle schrijverscarrière. Kuch!
In de hoop dat er geen peterselie tussen je snijtanden is blijven steken, schraap je de keel en je moed bijeen en spreek je hem (op een allerbeminnelijkst toontje) aan met: “Hoi, lang geleden hé!”
Waarop hij antwoordt met de gevleugelde woorden: “Ken ik u van ergens?”
Campanië
Net terug uit Pompeii. Heerlijk voor wie van ruïnes houdt. Die vind je namelijk niet alleen op de befaamde archeologische sites maar langs de hele f*cking baai van Napels die ik niet anders zou kunnen omschrijven als een kruisbestuiving tussen de Dampoort, de Vikkingblokken en de Brugse Poort. Daar waar we gehoopt hadden geruite tafelkleedjes, lookbollen en oude wijngaarden te vinden, werden we ver(r)ast door een enorme luchtvervuiling, stranden van sluikvuil en de deprimerende sfeer van het godvergeten jaar 1979.
Roestige speeltuintjes, kabelliften die al 25 jaar buiten gebruik zijn en reclame voor producten die ondertussen al lang uit de handel gehaald werden zetten het idee van vergane glorie extra kracht bij.
Een aftandse rammelbak boemelt je langs plaatsen waar geen zier te beleven valt en de beschaving van de wereldbol lijkt af te glijden. Herculaneum en Castellamare di Stabia (gisteren nog in het nieuws in verband met de kunstmaffia) liggen bedolven onder een dikke sluier stof, graffiti en verveling. De Vesuvius spuwde eerder al eens zijn gal uit over deze regio maar mag het van mijn part morgen nog eens over doen.
Maar tussen al die grauwheid hebben we uiteraard ook weer wat gekheid gevonden. Sorrento en Positano waren dan wél weer van die idyllische dorpjes zoals je ze op pastadozen vindt, met lekker eten, smakelijke wijntjes en charmante stukjes strand waar kleine vissersbootjes de kustlijn kleuren. Hoe ze die massa toeristen kunnen weg fotoshoppen is me echter een raadsel! De Amalfi-kust is volgens mij multi-cultureler dan de Muide. Ik heb medelijden met de plaatselijke bevolking die de hele dag overmoedige toeristen over de vloer krijgt die een verwoede poging doen om Italiaans te spreken. Vooral de Amerikanen konden er weg mee… Multow terribilow!
Deze ‘ervaringsreis’ heeft me echter doen inzien hoe goed ik het hier heb in Meulestee, dat dat ene zakje sluikvuil voor mijn deur nog wel mee valt en ik eigenlijk gewoon een onder-de-kerktoren-meid ben met een voorliefde voor nette wc-brillen en toiletpapier. Moest ik Campanië toch ooit beginnen missen spring ik wel de trein op richting Beringen-Mijn of zet ik me in een klapstoel langs de Afrikalaan. Maar tot zover: Arrivederci Campania en waarschijnlijk tot nooit meer!
Pickniks
Op zondag moét een mens toch gewoon ‘iets leuks’ doen?! Het leek me dan ook een prima idee om te gaan picknicken in een parkje buiten de stad. In een romantisch kader smaken je vent en koelkastoverschotten nu eenmaal iets beter. Nou ja, als ze tenminste niet tot moes geslagen worden in je picknickmand!
Enkel de bierblikjes waren heel gebleven. Gelukkig was er een frituur in de buurt zodat we de rest van onze tanden konden vullen, behalve die ene holle.
Picknick of niet, het was toch (eventjes) heerlijk vertoeven in die groene oase van rust, ver van het wild geraas van de stad.
Helaas waren we niet de enige kloothommels die het briljante idee hadden om zich op een oud tafelkleed vol te stampen met brol. Hoogstwaarschijnlijk weer zo’n Flair-idee, want het aantal retro-moedertjes dat zelfgebakken cupcakes uit de picknickmand toverde, was niet op een hand te tellen. “Leuk om later met je ‘kids’ te doen!” riep er nog één terwijl ze een glas kinderchampagne in de lucht hield.
Ik toastte terug met een lauwe glimlach en een al even lauw bierblikje, dat ondertussen al gekoloniseerd was door mieren en uiterst agressieve wespen. Ondanks alles heb ik me ingespannen om te ontspannen door m’n schoenen uit te werpen, me languit op het picknickdeken te vleien en m’n laptop boven te halen om een gefrustreerd cursiefje te schrijven.
Na drie minuten moest ik echter besluiten dat ‘grond’ niet zo lekker ligt. Als je dan nog eens om de haverklap een bal tegen je bol geschopt krijgt, een hond je frieten komt jatten en een wolkbreuk je uit het park jaagt, weet je het zeker: picknicken doe ik nooit meer!
O1/09
Aan alle minderjarige sukkelaars die vandaag de roestige lokroep van de wekker moesten trotseren: mijn innige deelneming. Ik hoop dat jullie zich (na een deugddoende vakantie vol rotbaantjes en tonnen regen) met hernieuwde energie op het nieuwe schooljaar hebben gestort.
Met een beetje geluk hebben meester Plaagjegraag en juffrouw Jammerplank respectievelijk ontslag genomen en de burn-out met nog een jaartje verlengd. Hopelijk krijgen jullie vanaf nu enkel nog jonge, toffe leerkrachten die dezelfde hippe sneakers en sweaters dragen als jullie. Dan wordt de introductieles op integraalrekening ongetwijfeld vervangen door een serie YouTube-filmpjes waarbij jullie de staartdeling van Rihanna met die van Nicki Minaj mogen vergelijken. Lang leve de nieuwe werkvormen!
Hoe je het ook draait of keert, de eerste schooldag is toch altijd een beetje blind-daten; zullen je goede vrienden nog wel bij jou zitten? Welke draak wordt nu weer je klasverantwoordelijke? En in welk muf lokaal zal je dit jaar weer zitten stinken?
Deze middag zullen jullie het allemaal te weten komen! Gelukkig beperkt de eerste schooldag zich doorgaans tot een halve dag. Dus jullie hebben nog de hele namiddag om jullie gal uit te spuwen tegen dat stel nieuwsgierige ouders en de vakantie met nog enkele uren van vrijheid en blijheid te verlengen! Enjoy!
Ps: ga niet te vroeg terug naar huis want je ouders zijn ongetwijfeld aan het ‘vieren’ dat ze van je af zijn…
Feest…
De afasie legt haar weer letterlijk het zwijgen op. Vanuit haar rolstoel lijkt de wereld ineens groter, anders en enger. Toch zegt ze “schoon” als ze onderweg stokrozen of gekostumeerde stoetgangers opmerkt, “lief” als er een sproetenkop met suikerappel en ballon passeert, “leuk” als ik de rolstoel nét iets verder duw dan de toegelaten zone en bezopen ‘stropkes’ haar hartelijk begroeten met: “nie pleuje, hé madam!”
De kerk van ‘de heilige Rita’ is de enige bezienswaardigheid in de omtrek waar ik haar op kan trakteren. Toepasselijk, we zijn dan ook allebei hopeloze gevallen. Hopeloos verloren in een moment waarop afscheid nemen centraal staat. Afscheid van eindeloze verhalen die we elkaar vertelden, van schunnige volksliedjes en hekeldichten, van het lachen om buren en hun ruzies, van komische banaliteiten die van iedere dag een kluchtspel maakten.
Nu voer ik een eenzame monoloog, die wordt beantwoord met de stilte van een bescheiden glimlach. En toch zegt ze “feest” wanneer ze in de verte muziek hoort en de vlaggen op het Gravensteen ziet dansen. Ik zeg haar dat we er niet heen mogen en rechtsomkeer moeten maken.
Toch heb ik haar, in de cafetaria, kunnen trakteren op verboden vruchten in de vorm van Gentse Strop en een bordje brokkelkaas. Onze laatste Gentse feesten smaakten écht naar meer…
Zomerlief
Had u ook wel eens een zomerlief? Lang geleden, toen u nog nét met uw ouders op vakantie wilde naar de Alpen of een Italiaans gehucht?
Weet u nog hoe u hem of haar voor de eerste keer zag aan het ‘petit déjeuner’ of het zwembad, en ineens tóch nog een croissantje lustte of een ‘plonsje’ wilde wagen? Dan haalde u vast uw mooiste zomerglimlach boven, omringd door sproeten en een koppel kaken dat even rood aanschoot als die veel te kleine zwembroek die u droeg.
Daarop volgden dan twee intense weken die volledig in het teken stonden van een pril en onschuldig verleidingspel. In de speeltuin exprimeerde u tot slot, net voor het vertrek, uw allerdiepste gevoelens. Dat deed u in de vlezige taal van de liefde aangezien uw Italiaans of Frans helaas niet verder reikte dan ‘pasta pesto’ en ‘mon chérie’. Op dat moment leek het allemaal zo echt…
Maar de uitdrukking ‘loin des yeux, loin du coeur’ kent u ondertussen wél. In die tijd was er immers geen MSN of GSM. En dat ‘pennen’ kwam er ook niet van.
Maar ach, eenmaal de Belgische grens gepasseerd was u Gianni, Bertrand of Anette hoogstwaarschijnlijk al weer vergeten. Maar ik durf te wedden dat u toch nog een klein stukje van deze onmogelijke jeugdliefde hebt bewaard! In een schoendoos, bijvoorbeeld, van toen uw voeten nog drie maten kleiner waren, en uw hartje ongetwijfeld ook…
Sint Lucas
De gezichten van de bezoekers verraden de toestand van de persoon waarvoor ze naar hier gekomen zijn. Hangende en opgetrokken mondhoeken, fronsende en wippende wenkbrauwen, bloedrode en lijkbleke gezichten kruisen het mijne terwijl men schoorvoetend de draaideur door drentelt. De ene heeft een vrolijke teddybeer bij, de ander een mistroostige pot chrysanten. Leven en dood worden hier samengebald in twee vierkante kilometer gewapend beton.
Hoewel men de stad net achter zich heeft gelaten, verdwaalt men hier pas door de straten, die doormiddel van liften, trappen, hallen en zalen van elkaar worden gescheiden. Een eenzaam landschap, ondanks de drukte.
De gaanderijen van het het oude hospitaal herinneren aan haar christelijke verleden. Moeder Maria knikt links gedag, terwijl rechts haar zoon de zege geeft. En ook Sint-Lucas staat roerloos op het binnenhof. Van het feit dat hij niet alleen patroonheilige is van artsen maar ook van beeldhouwers, is in dit geval weinig te merken… Hij heeft een kromme neus. Maar ik ook.
Onderweg ontmoet ik bolle buiken, jonge moeders met oude moeders, grootvaders met kleindochters, en eenzame zielen die slechts in het magere gezelschap van een ‘Baxter’ verkeren. Ze houden hem vast alsof het een stille, begrijpende vriend was.
De ‘nieuwe’ kliniek is dan weer een modern bedrijf, een commerciële bombarie met brillenwinkels en broodautomaten, bistro’s en bagelbars, met restaurants die biefstuk/friet aanprijzen voor een prikje. Gezellig dineren kan ook hier, vermits je zout mag eten…
of suiker.
Maar dan, na reizen en zoeken, vragen en klagen, vinden wij dan toch straat 21 of 43. En achter al die witte deuren, met nummers tussen alpha en omega, vinden wij die éne om wie we geven, en maken wij van die klinische kliniek een warme plaats van liefde en soms een beetje schoon verdiet.
Vakantiegangster
De vakantie is begonnen en de massale uittocht naar het zuiden kan van start gaan. Met volle goesting en dito kofferbakken bevolkt de belg weer in grote getale zijn tweede thuis, de snelweg, om na enkele dagen file uitkomst te vinden in een ‘all inclusive’ hotel. ‘Inclusive’ staat voor hotelkamer met ranzig buffet en buikloop, en dat wel zes keer per dag.
Het doel van deze vakantie is meestal te verzaken aan Belgisch weer, maar ook in een zo kort mogelijke tijdsspanne onnatuurlijk bruin te blakeren en het ‘verslapte’ seksleven nieuw leven in te blazen door de koters of bejaarde ouders ‘die nog eens mee wilden’ te dumpen bij de kinderanimatie.
Aan het zwembad geniet de vakantieganger het summum van goede kledingsmaak, leest hij een goedkope pageturner of slaat hij uitzonderlijk een praatje met taalgenoten. Tenzij dat Limburgers of ‘Ollanders’ zijn natuurlijk…
Zij die niet wensen te zonnekloppen bezoeken graag eens ‘het stadje’ waar ze de authentieke winkeltjes afstruinen op zoek naar volstrekt waardeloze doch ambachtelijk vervaardigde souvenirs zoals koelkastmagneten, sierborden en plaasteren herdersbeeldjes. China leek nooit zo dichtbij. Uiteraard worden er ook ansichtkaarten geschreven naar het huisfront (die negen kansen op tien de postbus nooit zullen halen).
Van dit alles worden tot slot duizenden foto’s genomen die daarna zorgvuldig worden gebundeld in een album van het Kruidvat, en waar verder geen kat ooit nog naar kijkt. Behalve de buurvrouw dan, die bij thuiskomst onder het mom van een gezellige koffieklets in de val wordt gelokt om die eindeloze ondingen te doorbladeren.
Ach, we kunnen het de belg niet kwalijk nemen. We gunnen hem dat klein beetje luxe dat hij zich nog kan permitteren in deze economisch precaire tijden. Op een dag zal hij het hoogstwaarschijnlijk terug met ‘de zee’, ‘dardennen’ of ‘den hof’ moeten doen, zoals wij, die daar eigenlijk niet zo rouwig om zijn.