Pickniks

Op zondag moét een mens toch gewoon ‘iets leuks’ doen?! Het leek me dan ook een prima idee om te gaan picknicken in een parkje buiten de stad. In een romantisch kader smaken je vent en koelkastoverschotten nu eenmaal iets beter. Nou ja, als ze tenminste niet tot moes geslagen worden in je picknickmand!

Enkel de bierblikjes waren heel gebleven. Gelukkig was er een frituur in de buurt zodat we de rest van onze tanden konden vullen, behalve die ene holle.
Picknick of niet, het was toch (eventjes) heerlijk vertoeven in die groene oase van rust, ver van het wild geraas van de stad.

Helaas waren we niet de enige kloothommels die het briljante idee hadden om zich op een oud tafelkleed vol te stampen met brol. Hoogstwaarschijnlijk weer zo’n Flair-idee, want het aantal retro-moedertjes dat zelfgebakken cupcakes uit de picknickmand toverde, was niet op een hand te tellen. “Leuk om later met je ‘kids’ te doen!” riep er nog één terwijl ze een glas kinderchampagne in de lucht hield.

Ik toastte terug met een lauwe glimlach en een al even lauw bierblikje, dat ondertussen al gekoloniseerd was door mieren en uiterst agressieve wespen. Ondanks alles heb ik me ingespannen om te ontspannen door m’n schoenen uit te werpen, me languit op het picknickdeken te vleien en m’n laptop boven te halen om een gefrustreerd cursiefje te schrijven.

Na drie minuten moest ik echter besluiten dat ‘grond’ niet zo lekker ligt. Als je dan nog eens om de haverklap een bal tegen je bol geschopt krijgt, een hond je frieten komt jatten en een wolkbreuk je uit het park jaagt, weet je het zeker: picknicken doe ik nooit meer!

O1/09

Aan alle minderjarige sukkelaars die vandaag de roestige lokroep van de wekker moesten trotseren: mijn innige deelneming. Ik hoop dat jullie zich (na een deugddoende vakantie vol rotbaantjes en tonnen regen) met hernieuwde energie op het nieuwe schooljaar hebben gestort.

Met een beetje geluk hebben meester Plaagjegraag en juffrouw Jammerplank respectievelijk ontslag genomen en de burn-out met nog een jaartje verlengd. Hopelijk krijgen jullie vanaf nu enkel nog jonge, toffe leerkrachten die dezelfde hippe sneakers en sweaters dragen als jullie. Dan wordt de introductieles op integraalrekening ongetwijfeld vervangen door een serie YouTube-filmpjes waarbij jullie de staartdeling van Rihanna met die van Nicki Minaj mogen vergelijken. Lang leve de nieuwe werkvormen! 

Hoe je het ook draait of keert, de eerste schooldag is toch altijd een beetje blind-daten; zullen je goede vrienden nog wel bij jou zitten? Welke draak wordt nu weer je klasverantwoordelijke? En in welk muf lokaal zal je dit jaar weer zitten stinken?

Deze middag zullen jullie het allemaal te weten komen! Gelukkig beperkt de eerste schooldag zich doorgaans tot een halve dag. Dus jullie hebben nog de hele namiddag om jullie gal uit te spuwen tegen dat stel nieuwsgierige ouders en de vakantie met nog enkele uren van vrijheid en blijheid te verlengen! Enjoy!

Ps: ga niet te vroeg terug naar huis want je ouders zijn ongetwijfeld aan het ‘vieren’ dat ze van je af zijn…

Feest…

De afasie legt haar weer letterlijk het zwijgen op. Vanuit haar rolstoel lijkt de wereld ineens groter, anders en enger. Toch zegt ze “schoon” als ze onderweg stokrozen of gekostumeerde stoetgangers opmerkt, “lief” als er een sproetenkop met suikerappel en ballon passeert, “leuk” als ik de rolstoel nét iets verder duw dan de toegelaten zone en bezopen ‘stropkes’ haar hartelijk begroeten met: “nie pleuje, hé madam!”

De kerk van ‘de heilige Rita’ is de enige bezienswaardigheid in de omtrek waar ik haar op kan trakteren. Toepasselijk, we zijn dan ook allebei hopeloze gevallen. Hopeloos verloren in een moment waarop afscheid nemen centraal staat. Afscheid van eindeloze verhalen die we elkaar vertelden, van schunnige volksliedjes en hekeldichten, van het lachen om buren en hun ruzies, van komische banaliteiten die van iedere dag een kluchtspel maakten.

Nu voer ik een eenzame monoloog, die wordt beantwoord met de stilte van een bescheiden glimlach. En toch zegt ze “feest” wanneer ze in de verte muziek hoort en de vlaggen op het Gravensteen ziet dansen. Ik zeg haar dat we er niet heen mogen en rechtsomkeer moeten maken.
Toch heb ik haar, in de cafetaria, kunnen trakteren op verboden vruchten in de vorm van Gentse Strop en een bordje brokkelkaas. Onze laatste Gentse feesten smaakten écht naar meer…

Zomerlief

Had u ook wel eens een zomerlief? Lang geleden, toen u nog nét met uw ouders op vakantie wilde naar de Alpen of een Italiaans gehucht?
Weet u nog hoe u hem of haar voor de eerste keer zag aan het ‘petit déjeuner’ of het zwembad, en ineens tóch nog een croissantje lustte of een ‘plonsje’ wilde wagen? Dan haalde u vast uw mooiste zomerglimlach boven, omringd door sproeten en een koppel kaken dat even rood aanschoot als die veel te kleine zwembroek die u droeg.
Daarop volgden dan twee intense weken die volledig in het teken stonden van een pril en onschuldig verleidingspel. In de speeltuin exprimeerde u tot slot, net voor het vertrek, uw allerdiepste gevoelens. Dat deed u in de vlezige taal van de liefde aangezien uw Italiaans of Frans helaas niet verder reikte dan ‘pasta pesto’ en ‘mon chérie’. Op dat moment leek het allemaal zo echt…
Maar de uitdrukking ‘loin des yeux, loin du coeur’ kent u ondertussen wél. In die tijd was er immers geen MSN of GSM. En dat ‘pennen’ kwam er ook niet van.
Maar ach, eenmaal de Belgische grens gepasseerd was u Gianni, Bertrand of Anette hoogstwaarschijnlijk al weer vergeten. Maar ik durf te wedden dat u toch nog een klein stukje van deze onmogelijke jeugdliefde hebt bewaard! In een schoendoos, bijvoorbeeld, van toen uw voeten nog drie maten kleiner waren, en uw hartje ongetwijfeld ook…

Sint Lucas

De gezichten van de bezoekers verraden de toestand van de persoon waarvoor ze naar hier gekomen zijn. Hangende en opgetrokken mondhoeken, fronsende en wippende wenkbrauwen, bloedrode en lijkbleke gezichten kruisen het mijne terwijl men schoorvoetend de draaideur door drentelt. De ene heeft een vrolijke teddybeer bij, de ander een mistroostige pot chrysanten. Leven en dood worden hier samengebald in twee vierkante kilometer gewapend beton.
Hoewel men de stad net achter zich heeft gelaten, verdwaalt men hier pas door de straten, die doormiddel van liften, trappen, hallen en zalen van elkaar worden gescheiden. Een eenzaam landschap, ondanks de drukte.
De gaanderijen van het het oude hospitaal herinneren aan haar christelijke verleden. Moeder Maria knikt links gedag, terwijl rechts haar zoon de zege geeft. En ook Sint-Lucas staat roerloos op het binnenhof. Van het feit dat hij niet alleen patroonheilige is van artsen maar ook van beeldhouwers, is in dit geval weinig te merken… Hij heeft een kromme neus. Maar ik ook.
Onderweg ontmoet ik bolle buiken, jonge moeders met oude moeders, grootvaders met kleindochters, en eenzame zielen die slechts in het magere gezelschap van een ‘Baxter’ verkeren. Ze houden hem vast alsof het een stille, begrijpende vriend was.
De ‘nieuwe’ kliniek is dan weer een modern bedrijf, een commerciële bombarie met brillenwinkels en broodautomaten, bistro’s en bagelbars, met restaurants die biefstuk/friet aanprijzen voor een prikje. Gezellig dineren kan ook hier, vermits je zout mag eten…
of suiker.
Maar dan, na reizen en zoeken, vragen en klagen, vinden wij dan toch straat 21 of 43. En achter al die witte deuren, met nummers tussen alpha en omega, vinden wij die éne om wie we geven, en maken wij van die klinische kliniek een warme plaats van liefde en soms een beetje schoon verdiet.

Vakantiegangster

De vakantie is begonnen en de massale uittocht naar het zuiden kan van start gaan. Met volle goesting en dito kofferbakken bevolkt de belg weer in grote getale zijn tweede thuis, de snelweg, om na enkele dagen file uitkomst te vinden in een ‘all inclusive’ hotel. ‘Inclusive’ staat voor hotelkamer met ranzig buffet en buikloop, en dat wel zes keer per dag.

Het doel van deze vakantie is meestal te verzaken aan Belgisch weer, maar ook in een zo kort mogelijke tijdsspanne onnatuurlijk bruin te blakeren en het ‘verslapte’ seksleven nieuw leven in te blazen door de koters of bejaarde ouders ‘die nog eens mee wilden’ te dumpen bij de kinderanimatie. 

Aan het zwembad geniet de vakantieganger het summum van goede kledingsmaak, leest hij een goedkope pageturner of slaat hij uitzonderlijk een praatje met taalgenoten. Tenzij dat Limburgers of ‘Ollanders’ zijn natuurlijk…

Zij die niet wensen te zonnekloppen bezoeken graag eens ‘het stadje’ waar ze de authentieke winkeltjes afstruinen op zoek naar volstrekt waardeloze doch ambachtelijk vervaardigde souvenirs zoals koelkastmagneten, sierborden en plaasteren herdersbeeldjes. China leek nooit zo dichtbij. Uiteraard worden er ook ansichtkaarten geschreven naar het huisfront (die negen kansen op tien de postbus nooit zullen halen).

Van dit alles worden tot slot duizenden foto’s genomen die daarna zorgvuldig worden gebundeld in een album van het Kruidvat, en waar verder geen kat ooit nog naar kijkt. Behalve de buurvrouw dan, die bij thuiskomst onder het mom van een gezellige koffieklets in de val wordt gelokt om die eindeloze ondingen te doorbladeren.

Ach, we kunnen het de belg niet kwalijk nemen. We gunnen hem dat klein beetje luxe dat hij zich nog kan permitteren in deze economisch precaire tijden. Op een dag zal hij het hoogstwaarschijnlijk terug met ‘de zee’, ‘dardennen’ of ‘den hof’ moeten doen, zoals wij, die daar eigenlijk niet zo rouwig om zijn.

Rozebroeken

Copacobana: een festival voor ‘sunshine kids’. Maar voor ons scheen de zon nog nét iets harder in de Rozebroeken, het domein dat nu het decor vormt van gefabriceerde ‘zuiderse’ pret.

Wij, en dan heb ik het over mezelf en een paar andere etters van op school, bouwden er vroeger namelijk clandestiene boomhut-kampen met bijhorende vuurtjes, stalen ingeblikte worsten uit de keuken van de nabij gelegen kleuterschool en dronken er ons eerste pintje(s). Om er dan vervolgens onze eerste roes uit te slapen en ons de dag nadien te bezondigden aan nog meer smeerpijperij zoals het paffen van een jointje met typex of het beschieten van passanten met loodjesgeweren en het bekogelen van diezelfde passanten met de restjes afgeknauwde worst (die overigens niet te vreten was).
We deelden er ons jeugdverdriet, het trauma van scheidende ouders, van acne en slechte schoolresultaten. En af en toe een tongzoen. Sindsdien kreeg ik de bijnaam ‘wasmachientje’… Vreemd zich te bedenken dat niks van dat ooit nog terug komt. Want de eerste keer blijft voor eeuwig de eerste keer.
In die tijd was het park nog niet zo hip en proper maar juist lekker verwaarloosd en verwilderd, onttrokken aan het oog van de ouders die er angstvallig op toezagen dat we geen ‘verloren zaken’ of ‘junkies’ werden. Tevergeefs, voor sommigen onder ons althans, want de helft werd ondertussen al de nor ingedraaid of slaapt nog steeds diezelfde roes van weleer uit in de psychiatrie. Anderen zijn dan weer gelukkig getrouwd en hebben kinderen van dubieuze leeftijd die ze proberen te behoeden voor dezelfde (héérlijke) zwijnenstreken. En die beginnen misschien ooit hier wel… op Copacobana?

Regendans

Bent u ook zo iemand die, in tegenstelling tot de gemiddelde Vlaamse klepzeiker, houdt van de regen? Zélfs op de eerste zomerdag? Houdt u er ook zo van zich dan zonder verdere verantwoording, onder het plausibele credo ‘dat je met zulk hondenweer niet buiten komt’, in de zetel te nestelen onder een warm dekentje, en te verzaken aan alle verplichtingen die zich daarbuiten afspelen?

Dan sluit u zich misschien op, net zoals ik, tussen die boekentorens die u al maanden wenst te lezen, bekijkt u voor het eerst sinds lange tijd (en zonder enige vorm van schaamte) tien afleveringen na elkaar van uw favoriete serie of profiteert u ervan het huis en uw partner eens een goede beurt te geven.

Daarna zet u een van uw favoriete platen op en danst u de knoken uit het lijf met in de ene hand een fles wijn en in de andere uw onderbroek. Het maakt niet uit, niemand ziet u, want iedereen staat bij de bakker te zeiken over pijpenstelen en ouwe wijven!

Sparen

Als we dit jaar op verlof willen, zullen we daar hard voor moeten sparen. Te beginnen met onszelf af te vragen welke imaginaire behoeften ons leven doorheen de jaren zijn binnen geslopen. En welke voorzorgsmaatregelen we kunnen treffen om de schaars gevulde geldbeurzen terug aan te spekken.
Vijflagig wc-papier is bijvoorbeeld écht geen must meer. Vijflagig gazettenpapier dan weer wél. Enkel opletten voor clandestiene aardappelschillen… Met het badwater wordt tegenwoordig ook de schotelwas gedaan en eventueel de vloer nog eens gedweild. Als je je washandjes als sloffen gebruikt, gaat het eens zo goed! En geef toe, zeep is zeep, dus Dreft will do. Zeker voor zij met vette haarwortels.
Bus en tram laten we letterlijk aan ons voorbij gaan: laat de knieschijven maar lekker knakken en kraken! Misschien trekken we dan nog terug van de ziekteverzekering. En de digi-box kreeg ook al de bons: die lege uren tv-gapen worden vervangen door een romantische avondwandeling onder een gaanderij van lindebomen die naar het water leidt.
Erna, Christelle en Venus zijn ook van de partij. Hun logge lijven baden in het scheldewater terwijl hun rijke bewoners op het dek van dezelfde zonsondergang genieten als wij, arme sukkelaars, die op de kades met een goedkoop glas wijn discussiëren over gebrek aan luxe. Maar aan de hand van onze pic-nic wel moeten besluiten dat goedkope groenten even lekker smaken als dure… Onderweg naar huis ontmoeten we de buren en trakteert de crèmekar op een bescheiden dessert dat de slanke lijn alleen maar ten goede komt. Besparen is best fijn. In zekere zin word je er een beetje ‘rijker’ van. En dat reizen hoeft misschien ook niet meer. ’t Is hier ook schoon, op Meulestee!

Genoeg gezwangerd!

Lieve vriendinnen,

Kunnen jullie misschien heel even stoppen met zwanger worden alstublieft? Ik kan de boel mentaal niet langer aan! Niet alleen voel ik me onder druk gezet, maar ben me ook bewust van het feit dat jullie me binnenkort niet meer zullen uitnodigen op feestjes omdat die eigenlijk grotendeels voor ‘de klein mannen’ worden georganiseerd. En ik ken dat, na lang aandringen kom ik dan tóch opdagen maar word ik zonder twijfel aan dat zielige tafeltje apart gezet bij de andere ‘kinderlozen’.

Probeer de verwaarloosde vriendschap dan maar vooral niet te compenseren door me jullie schreeuwende spruit ongewild in de armen te duwen of me te vragen om “eens te ruiken of hij gekakt heeft”. Moet dát een band scheppen?! Hebben we bij elkaar toch ook nooit gedaan?

Bovendien ben ik ten einde raad wat betreft de babycadeaus. Dan koop je eens twee dure rompertjes in maatje 50 (what do I know), zetten jullie zo’n dikkerdje van 5 kilo op de wereld! Maar het maakt niet uit: fopspenen, beertjes, badlakentjes, etc. Het kost allemaal handen vol geld! Een kind kost je een huis, maar júllie kinderen kosten mij mínstens die coole vintage camper die ik plande te kopen op m’n vijftigste!

En wat is dat toch met die pamperrekening? Hoeveel pampers denken jullie nodig te hebben?! Als mensen aan dat tempo geld blijven storten, kan jullie kind pampers blijven kopen tot ze oud en seniel genoeg is om ze terug nodig te hebben. Buiten mij gerekend!

Ik kijk trouwens nu al weer op tegen de auditieve martelingen die ik weer zal moeten ondergaan bij dat eerste babybezoek. Jullie zijn gewaarschuwd op voorhand: gelieve de woorden “opengescheurd”, “knip” en “naaien” niet (meer) in de mond te nemen. Heb genoeg van al die letterlijke loslippigheid! Als jullie zo door gaan zal ik degene zijn die eens “een beetje terug geeft” na de maaltijd.

Om nog maar te zwijgen van al die babyspam die m’n facebookwall weer zal overspoelen… Man, jullie hebben er écht geen idee van met wat voor narigheden jullie me bestoken! Maar ik stel voor dat jullie het goed maken door nog eens met mij op stap te gaan zoals in ‘the good ol’ days’. En geen gezeur over afgehaakte babysitters en zieke schoonmoeders, de gezinsbond is al op de hoogte 😉