Paul

Iedere keer meen ik je te zien staan op een hoek, aan een bushalte of voor een winkelraam. Maar dan verklapt mijn geheugen me weer dat je nu al bijna een jaar dood bent. En toch… Als ik over het pleintje met de bomen fiets of afstap van bus 3, zie ik jou weer, Paul, jij verwaaide krullenbol. Dan zie ik je weer zitten onder die ene esp, op terras van een Turks café. Na de laatste slok troost hijs je je lijf, moe en zwaar, uit de rieten tuinstoel en sjouw je terug die plastic zak miserie over je schouder mee; gevuld met glazen boterhammen en een goedkoop diner dat je kocht met statiegeld. En dan verdwijn je weer, sloom en gelaten, in een van de straten van m’n jeugd, kijkt nog eens knipogend achterom met een blik zonder goesting. De weinige tanden die je nog bezit blinken dan even in die diezelfde cynische glimlach die ook míjn mond soms omkadert en smaalt om de grauwe gekheid van een bitter leven. Weg.
Ach, waar zijn onze gesprekken gebleven over het Antwerps dialect en schunnige ridderromans, over oude liefdes en jonge wijn? Wiens temperament moet ik nu benijden, wie zal mij nog doen lachen om de frustraties over ‘paljassen’ op de tram? Ja, ik lachte vaak om je rauwe verwensingen en je grijze haren die meer wijsheid uitstraalden dan je misschien wel bezat.
Nog een laatste keer fluister ik je stilletjes toe dat je een mooie man was. Groot, gracieus en donker in alle opzichten. Jij vergat de mensen die lachten met wat voor een gedrocht je soms kon zijn. Of op z’n minst geworden was … De ironie zit ‘m echter in het feit dat zij jóu nu niet zullen vergeten. Schaamte valt namelijk moeilijk uit te drukken tegenover een dode man.
Je was een fijne kerel, Paul. Ik mis je vaak, als ik over het pleintje met de bomen fiets of afstap van bus 3 … en met een laatste kus of handgebaar een herinnering aan jou begroet.

(Voor mijn goede vriend, Paul Piedford)

Radio Haha

Ondanks het feit dat de radiopresentatoren bezopen waren, de hapjes reeds allemaal waren opgeboeft en ze mij eigenlijk gewoon waren vergeten, was mijn interview op Urgent toch een succes! Na het openingszinnetje: “wat doet u hier eigenlijk?” voelde ik me meteen op mijn gemak. En het interview heeft maar liefst drie volle minuten geduurd! Ik ben nu officieel een BM’er (bekende Muidenares) en dan vooral in café “De Scoobidoo” aan de spoorweg waar ik na afloop de zenuwen heb weggespoeld met een lauw biertje! Bedankt aan André, een trouwe Gekheid-fan, om mij een hart (en een cavaillon-meloen) onder de riem te komen steken!

La Veneziana

Nog voor er ooit sprake was van moochies en smoothies, van gluten- en lactosevrije misbaksels, gingen zoet gebekte Gentenaren gewoon “ne goeie crème gaan lekken” in tea room ‘de Veneziana’.
Met uitzicht op ’t gravensteen, in de zon, en dan nog het liefst in het gezelschap van de grootouders die met plezier in de ‘slekkestekker’ tastten om te trakteren. “Allez, hoeveel bollekes wilt ge?” Ik hoor het de mijne ook nog zeggen terwijl ze zelf “ne waffel mee eirbezen” bestelden. Ik liet me het aanbod welgevallen en ging steevast voor drie bollen pimpernoot: pistache avant la lettre. Het beste dat ik ooit gegeten heb!
Achter de glazen toonbank blonken ijskristallen als diamanten op de pastelkleurtjes van de huisgemaakte ‘gelato’: con amore gedraaid door de Italiaanse Virgilio, waar iedereen gewoon ‘Niki’ tegen zei. Een schat van een man met talent voor mensen; want ieder roomijsje toverde hij om in een fraai gepareerde ‘coupe geluk’. Passie was waarschijnlijk zijn geheim ingrediënt…
Indien we van verrukking niet stil waren geworden dan was het wel door de imposante muurschilderingen, de barokke bloemekees op tafel of het charmante art deco decor die van de zaak een mythe maakten. Om nog maar te zwijgen van de spraakwatervallen van de immer goedlachse serveuse Rita De Smet, die 25 jaar lang de klanten met goesting en glimlach heeft besteld.
Ja, ‘La Veneziana’ was een culinair theater vol magie, een zoet stukje erfgoed met een bitter afscheid. Iedere keer ik het (ondertussen leegstaande) pand passeer, zou ik er zo graag nog eens willen binnenstappen om er een Melba of een milkshake te bestellen. Helaas. IJs vind je overal, lékker ijs daarentegen… De Zangrando’s waren ontegensprekelijk ‘grande’ in Gent! Ze hebben niet alleen de magen maar ook de harten van hun klanten met goede herinneringen gevuld. Bedankt, mooie Veneziana, voor al die zoete zonden, de gezelligheid en het toefje nostalgie dat nog steeds aan mijn vingers kleeft.
Met dank aan mijn goede vriend Eli, neef van Virgilio ‘Niki’ Zangrando, die me voor mijn verjaardag een originele ‘spijskaart’ uit het jaar 1937 cadeau deed!

Paris-Roubaix

De meeste toeschouwers hadden zich al uren voor aanvang geïnstalleerd in wankele, gestreepte klapstoelen, geflankeerd door blikjes bier in een opblaasbaar zwembadje. Het was goed vertoeven in de lommer van de crèmekar, die zich zeer tactisch had opgesteld op deze warme lentedag: de ‘boekskes’ en frisco’s vlogen naar buiten. Maar wij hadden ook een frigobox met ‘lekkers’ voorzien! Het was nog in de tijd dat een broodje ‘club’ dezelfde populariteit genoot als Eddy Planckaert. Dat zegt volgens mij genoeg. Alle activiteit werd gestaakt toen het volume van het latente geroezemoes omhoog rees en het nasale stemgeluid van de presentator uit de luidsprekers knalde. Daar waren ze dan! De jubelstemming van de omstaanders was aanstekelijk: “Allez Richard! Alleeeeez!”
En wij joelden luidkeels mee, zonder Richard te kennen. Het deed er niet toe. We klapten wild in de handen ter aanmoediging van al die jonge, gebruinde wielrennersbenen die in de hoge middagzon blonken als bronzen beelden. Het peloton zoemde voorbij als een zwerm naarstige werkbijen, terwijl golven van emotionele “aaaaah’s” en “oooooh’s” opklonken vanuit de fanclub die zich door middel van échte coureursklakskes onderscheidde van het gewone volk. Er werd met Sparta pils geklonken op de Spartaanse prestaties van de ‘anciens’, waar bovendien druk op werd ingezet met sigaretten en trappist. Tot slot volgde een sprint die menig Vlaamse tikker deed overslaan. Tevergeefs, want dat jaar overwon een jonge Fransman de ‘hel van het Noorden’.
Ondanks de storing die om de haverklap het reuzenscherm op de binnenplaats van de parochiekring teisterde, leek het toch alsof we er écht bij waren! Heerlijk. Paris- Roubaix, zoveel meer dan een wielerklassieker!

Jarig

Een ochtend op het Gents platteland: ik vier mijn geboorte met die van de natuur.

De lange wintermaanden hebben de bomen langs de beek in hun blootje gezet. Maar de eerste wilgenkatjes tooien al hun takken, alsof het gelakte vingernagels waren. Op die takken wippen kleine, bonte vogeltjes. Letterlijk. In de lage heesters zie je daarom al de eerste nesten verschijnen; knusse coconnetjes van twijgen, dons en plastiek. Geen plek waar je beter huizen kan, als je ’t een koolmees vraagt.

Tussen drab, drek en dauw neem ik plaats op een scheefgezakt bankje dat werd getagd door een zekere Milow; een groene jongen uit de buurt die er z’n lege bierblikjes is vergeten. Hopelijk klonk ie op mijn gezondheid … In een heksenkring van sigarettenpeuken geniet ik van de kleuren van een Vlaams boerenschilderij. Voor mij strekt zich het wakke weiland uit, dat me trakteert op het eerste, frisse lentegroen en een kushandje van de groendienst.

Tussen de voorgevels van mollen, die gestaag ontwaken uit hun winterslaap, blinken spiegels van plassen. “Ben ik mooi?” vraagt moeder natuur. Ik knik en sluit de ogen. Zie nog slechts het komen en gaan van haar meest vooraanstaande vertegenwoordiger, het licht, dat met intervallen van enkele gelukzalige seconden van warmte door donkere wolken wordt onderbroken. Tussen gedachten door weerklinkt het kleutergekrijs van een spannend spel ‘tikkertje’, het zenuwachtige gegak van moeder gans die geen oud brood wil delen en het zacht geraas van de onzichtbare autostrade.

Ik zucht, om een onzeker en breekbaar geluk. Moeilijke tijden, denk ik even. Uit mijn mond kringen ringen waterdamp. Samen met de vele verjaardagswensen, vroeg men me er een leuke dag van te maken. Tijd dus voor een scheut levenswater en een babbel in een buurtcafé. Daarna op de tram richting arbeid. Deze zomer kom ik nog wel eens terug, als ik meer tijd heb, fluister ik de jonge lente toe…

Holy hobby!

Holy hobby!

Ons hele huis is in feite een beetje ‘zolder’: in alle hoeken en gaten liggen namelijk de mistroostige restanten van gefaalde hobby’s en de gebroken scherven van verloren gegane passies. Zoals bij velen zijn die ontsproten in de kindertijd toen de ouders nog ieder zelfgemaakt kunstwerkje mooi en uniek vonden. Dat misplaatste gevoel van artistiek talent resulteerde in mijn geval dan later in een reeks buitenproportionele portretten en vergezochte ‘abstracties’ die ik bij gebrek aan beter dan maar onder de noemer ‘hedendaagse kunst’ heb geklasseerd.

Na deze korte carrière als kladschilder volgde een lessenreeks boetseren, met een nieuwe serie misbaksels tot gevolg. Het jaar daarop werd die collectie ondingen verder uitgebreid met gecrocheerde bloempothouders, onderleggers en uiltjes in macramé die voortvloeiden uit de cursus ‘hip handwerk’. Nogmaals sorry aan alle vrienden die deze een jaar lang cadeau hebben gekregen.

Een initiatieles volksdansen heeft op ook nog op de agenda gestaan! Spannender dan het klinkt, hoor. Ware het niet dat we ons iedere keer in zo’n zweterige boerenkiel en klompen moesten hijsen, had ik het misschien nog iets langer volgehouden. Mezelf dan maar wijsgemaakt dat in acteren de ware hartstocht schuilde. Tot op het moment dat ik erachter kwam dat je daarvoor goed tekst moet kunnen onthouden. Jammer …

Nadat ik er met andere woorden een creatief ratjetoe van had gemaakt, besloot ik me op een spectrum sportieve bezigheden te storten waardoor ik tegenwoordig vlot kan concurreren met de betere sportwinkel: rolschaatsen, kendo stokken, badmintonraketten en een judo pak, ik heb het ondertussen allemaal in de aanbieding (op Kapaza)!

Naast de ellenlange rijen classeurs met o.a. de cursus ‘hoeden maken’, ‘creatief met kurk’ en ‘Japans is geen Chinees’ vond ik overigens nog een onbevlekte koksvest, een nog ingepakte massagetafel, een gitaar en een naaimachine die van mij een succesvolle modeontwerpster moest maken…Zucht!

Neen, wie zijn tanden niet diep genoeg in de koek zet, zal er nooit wérkelijk de smaak van te pakken krijgen. Het enige wat ik uit al die lessen geleerd heb, is dat een breed interesseveld eigenlijk nergens goed voor is. Al die verwoede pogingen om boven de grijze massa uit te stijgen hebben me alleen maar handenvol geld en energie gekost. En dan te bedenken dat hetgeen ik eigenlijk altijd het beste heb gekund, ik gewoon gratis en voor niets kan doen: schrijven!

Bedrijvigheid

Een bedrijfsfeestje: je stapt een ruimte binnen waar kliekjes collega’s als samengetroepte flamingo’s het glas heffen op de alweer goed gevulde zakken van de CEO. Iedereen is in zijn nopjes want er wordt gratis cava geserveerd. Bovendien heeft iedereen zich in zijn mooiste pluimage gehesen om indruk te maken op knappe vrijgezellen-collega’s of om verfoeide conculega’s de loef af te steken. Maak je geen illusies: ook jouw verfomfaaide plunje valt ten prooi aan het kritische oog van de menigte. Het feit dat je die dag moest werken en niet hebt kunnen douchen, is niet van tel.

Eerst draai je een beetje onwennig in het rond, in de hoop dat een andere eenzaat je aanspreekt of tot bekende gezichten je vizier kruisen. In het beste geval word je dan aangesproken door iemand waarvan je de naam vergeten bent, en angstvallig wacht tot de eerste hint valt, om die te herinneren.

Wat je natuurlijk ook kan doen, is je naast het hapjes -en drankenbuffet installeren. Zo lijkt het tenminste of je met iets bezig bent. Let wel op! Na het vierde glas wijn zul je je misschien al iets zelfzekerder voelen maar laat je op dat moment niet verleiden door de opzwepende tonen van de dansmuziek en de zogezegde ‘dansvloer’ waarop je je lenigheid tentoon wilt spreiden. In werkelijkheid is het niet meer dan een muizenval, die je ten grabbel zal gooien aan vreselijke roddels en achterklap. Want iedereen weet dat er op personeelsfeestjes meer wordt gekonkeld dan in de Story en tv-Familie samen! Het zou niet de eerste keer zijn dat men een kudde kemels schiet op zo’n moment. Bovendien verkneukelt men zich in het feit dat jij weeral eens een dure vaas hebt gebroken, een dienblad met kristallen wijnglazen tegen de stenen liet kletsen of het zijden jurkje van de financieel directeur om zeep hielp. En denk goed na vooraleer je na dat vijfde glas wijn “een klapke” gaat gaan doen met “de patron” over je loon. Het is niks voor niks dat 45% van de werknemers de dag erna de zak krijgt …

Vaste opdracht

Heb ik mij dan toch in het keurslijf van de maatschappij geslagen?! Ik kan het haast niet geloven: een vast arbeidscontract, een vaste opdracht om de rekeningen te betalen en een vaste rentevoet op de monsterlening die we de komende twintig jaar zullen moeten aflossen voor een vaste woonplaats. Daarbovenop komt nog een vaste relatie, een vaste vriendenkliek en een vast levensritme met een vast uur om naar bed te gaan. En voor je het weet liggen er offertes voor gesnoeide buxussen op de salontafel!

Deze week zei iemand zelfs schaamteloos ‘mevrouw’ tegen me, en werden er zonder pardon anti- rimpelstaaltjes meegegeven bij de apotheker! Daarna belde de bank met een voorstel omtrent een levensverzekering, de CM met een vernieuwd ‘hospi-plan’ en nodigde Kind en Gezin me uit op de ‘info-avond voor toekomstige moeders’ en de demonstratie van hun babyproducten (in de hoop een kinderwens te kunnen forceren).

Alsof het nog niet erg genoeg was, mailde mijn moeder me de kleuren voor de toekomstige kleinkinderkamer door en polsten de vrienden op café naar de nog onbestaande huwelijksplannen. Er werd deze keer niet gesproken over nieuwe bandjes, concerten en toffe tentoonstellingen in Berlijn maar over de tarieven van een vals gebit, slim investeren in ‘khunst’, aandelen op de beurs en andere civiele onderwerpen die me de keel dichtknepen. Dan maar begonnen over het cholesterolgehalte van de borrelnootjes…

Ligt het aan mij, of had ik bij de apotheker ook beter een ‘puffertje’ gekocht? Want voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel dat ademen een doel op zich geworden is.

Relatiegeschenk

Beste vrijgezel

Ik hoop dat U ooit het geluk krijgt om, net zoals wij, de voordelen van een vaste relatie te ervaren! Vandaag vieren mijn vriend en ik namelijk ons ‘houten jubileum’: vijf jaar trouwe toewijding en genegenheid, mits behoud van enige ontvlambaarheid om de passie brandend te houden.
Ondertussen is alle schroom binnen de relatie weggeëbd, zijn de onzekerheden verdampt en kennen wij elkaar beter dan onze eigen broekzak. Van broek gesproken: die dragen we niet meer. Het eerste voordeel van een vaste relatie is dat kledij binnenshuis eindelijk kan vervangen worden door minder aanvaardbare alternatieven zoals onesies, foute trainingspakken of simpelweg het bloot gat.
Elkaars teennagels knippen voor tv is een bezigheid geworden zoals een ander. Evenals het uittrekken van overtollige neus- of wenkbrauwharen en het trimmen van de snor (zíjn snor, welteverstaan!) En dat allemaal zonder ook maar een woord te hoeven wisselen! Van onaangename stiltes is dan ook geen sprake meer. Integendeel, ze worden steeds wenselijker.
Bovendien spaart U als koppel op termijn veel geld uit! Elkaars wc- en badwater delen zal U vast geen windeieren leggen op de eindfactuur. De chauffage kan ook wat lager, aangezien doorwinterde koppels de koude trotseren door als een stel gezellige woelmuizen onder een fleece-dekentje te kruipen. En het licht hoeft ook niet meer aan, tijdens het vrijen: we kennen immers elkaars ‘naakte waarheid’ . Bovendien is de tijd dat er make-up werd gedragen in bed al lang gepasseerd. De magie en het mysterie rond de teerbeminde tegenpartij maakt dus plaats voor gedeelde intimiteit en een intense vertrouwensband waarin eerlijkheid primeert: dus geen discussie meer over hoeveel pinten er precies werden gedronken na het werk, wie de rekeningen vergat te betalen, de vuilniszakken moest buitenzetten en over wie de scheet onder het laken heeft gelaten. U ként elkaars tekortkomingen en troost Uzelf met moeders woorden dat er “aan iedereen wel iets mankeert!”

Maloja

222145411-cm4-maloja-14-jarige-meisjes-gids-1961

15 winters geleden boemelde ik in een oud stuk schroot met de Christelijke Mutualiteit door de Zwitserse Alpen op weg naar het zevenste knoopgat, Maloja. Voor velen de enige manier om ooit de charme van wintersport te ontwaren …

De tien uur durende busreis had van mijn achterste een stuk rosbief gemaakt. Een goed begin van wat een sportieve week moest worden. Gelukkig bood “Sonic Youth” in de discman soelaas, waardoor ik de plaatselijke ‘Ellie en Rikkert’ ook niet langer door de radio hoorde kwinkeleren. Aan het eindstation lag het statige Maloja Palace, een afgeleefd jeugdhotel met kostschool-allures dat sinds het jaar ’62 quasi onveranderd was gebleven.

We moesten ons onmiddellijk omkleden voor een ‘ijsbrekend’ kennismakingsspel in open lucht. Bij gebrek aan beter had ik een skipak geleend van de moeder van een schoolvriendin: een purperkleurige moffel uit de jaren 80, afgebiesd met fluoroze lintjes én epauletten conform de toenmalige modetrend. Daardoor lag ik meteen goed in de groep! Hoewel niemand een kamer wou delen …

De volgende ochtend werd ons meteen een stevig ontbijt geserveerd teneinde de dag in de snijdende vrieskou te overleven: “wienerschnitzel mit sauerkraut und bratkartoffeln” en voor de liefhebbers nog een gebakken ei met “hüttenkäse”. Meteen daarna stond een ski-initiatie gepland voor degenen die nog nooit op skilatten hadden gestaan (of nog niet op de pot zaten). Den uitleg over ‘de zwarte piste’ kreeg letterlijk bijVAL toen mijn latten ineens los klikten en ik met m’n verkleumde smikkel tegen de ijzige vlakte kwakte!

’s Middags volgde nog een mountainbike- en overlevingsparcours, een groepsspel en een vier uur durende bergwandeling op sneeuwraketten (lees: veredelde vliegenvangers onder veel te grote sneeuwboots gemonteerd) Ik zag eruit als een paarse yeti met een houten been! Het enige wat ik wél graag deed, was op een vuilniszak van een flauw heuveltje afglijden. Alleen jammer van die ondergesneeuwde koeienvlaaien…

Tijdens de après-ski kregen we een kop zure geitenmelk en een stuk Toblerone waar ik dan nog een tand op heb gebroken. Een winterlief kon dus ook al vergeten! En daarna vroeg naar bed zodat de leiding zich eindelijk zat kon zuipen. Op de laatste dag had ik het écht moeilijk om niet uit pure miserie van ‘den teleferiek’ te springen. Ondanks de nostalgie verwondert het me dus niet dat het complex vorig jaar verkocht werd “wegens slinkend succes bij de jeugd.”

Tschuss Maloja, ik ga nog wel eens skiën op de Bararque Fraiture!