Moeder haven

De hemel heeft gehuild boven de haven. Natte stenen, natte tenen. De slingerende schommel op een verlaten speelplein nodigt mij uit om even te verpozen en te genieten van de post-industriële depressie die tussen donkeren en klaren over het eiland waait.

De klaagzang van sirenes, van de wind en een roedel Roma-vrouwen zwerft door de magere skeletten van voormalige pakhuizen, weergalmt door de uitgeleefde rederijen van verweerd staal en beklad beton. Hier wonen de ratten. In de verte blazen stoere fabrieksreuzen hun stinkende adem over de skyline uit: ook dit is Gent. 

En dan plots, droogt de haven haar tranen: twee tortels in een perenboom, drie kinderen in een appelaar. Dash-fris ondergoed danst aan de waslijn op het dek van de woonboten. Op een steiger hengelt een eenzaat naar snoekbaars en tonijn, terwijl zijn vrouw hem in het Turks bekijft vanaf een brug langs de spoorlijn.

De rimpels van het bevende kanaal en het mistroostige aangezicht van de Muide zetten het idee van de oude, eenzame haven kracht bij. Hier is niets en toch zoveel. Ontdekkingsreiziger in eigen buurt. Hier huist klein geluk.

Ze is bijzonder onderhoudend voor al wie ze lief heeft, onze haven. Moeder van ‘les misérables inconnues’, van arme luizen en tegenwoordig ook wel van de ‘hipster jugend’. Jawel, dit is een eiland van uitersten; van arm en rijk, van klein en groot, van goed en kwaad, van schoon en lelijk.

En ofschoon die lelijkheid vaak het hardste roept, vindt men tussen de met mos doorspekte kaaien vaak woorden en beelden, gesprekken en gedachten die de moeite waard zijn om zich op het einde van een regenachtige zondagmiddag te herinneren …

Treinreizen

Ik hou van treinreizen. Wachten op het perron met de Metro-krant en beker koffie, plaatsnemen tegenover de mooiste man in de wagon, je handtas uitmesten en de rommel dumpen in het kleine vuilbakje onder het raam.

Stilzwijgend genieten van fluoriserende frustraties op oude fabrieksmuren, onbedoeld verheven tot Street Art, van achtertuintjes vol afdankers, die zij aan zij en rug aan rug het landschap verkavelen, van lapjes groen tussen Vlaamse lelijkheid. Ruimtelijke ordening onder de (stads)gordel. 

Mijn zwarte buurvrouw predikt het Woord van de Heere Jezus. De knappe overbuur knikkebolt dan weer met open mond tot in Welkenraedt, waar men volgens zijn vrouw (die naast hem zit) het Platdiets nog spreekt. Interessant.

Achter me vang ik conversaties op over Trump, ongesteldheid en hair extensions, al dan niet in dezelfde context. Vooraan zitten tieners met hormonen die al even hard doorrazen als deze trein. Ik ruik paprikachips en onraad. Jawel, daar komt Taylor Swift. Denk ik.

Na een half uur blijf ik selectief doof voor het gekakel van de mede-reizigers en hoor ik enkel nog de conducteur die met een nasaal stemgeluid de stations aframmelt langs dewelke we nog zullen passeren. Tot mijn hart een noodstop maakt, en ik besef dat dit waarschijnlijk toch niét de trein richting Waterloo is.

Vlees

Heeft u ook al gemerkt dat uw doos met oud papier stilaan op de toonbank van een keurslager begint te lijken? Heus. Moet er nog vlees zijn? Ik krijg spontaan het jicht bij de gedachte aan de decadente schranspartijen die volgende week weer eens op het menu zullen staan. De kinderboerderij op één bord! Fondue, gourmet, steengrill en teppanyakkes; formules die ook dit jaar weer garant zullen staan voor indigestie, flatulentie en laveloos in de zetel ploffen met een strip maagtabletten en een depressie omdat je op één avond weer drie kilo bij bent gekomen. 

Sommige winkels bieden beesten aan die ik zelfs nog nooit in het echt heb gezien. Of ben ik de enige die me niet direct een (levende) parelhoen of een ‘duke of Birkshire’ voor de geest kan halen?
Ik ben geen vegetariër maar uit principe eet ik geen lam en kalf. Fazanten en patrijzen eet ik dan weer niet om esthetische redenen, eend en schaap vind ik te vet, rund en kip te droog, struisvogels te exotisch en wild te duur. Hinde vind ik wél lekker maar doet me aan Bambi denken… Wat schiet er dan nog over? Juist, maar iets dat knort is dan weer ongezond.

Er worden op kerst niet minder dan 2,5 miljoen dieren geslacht! Shock! Vooral om rollade van te draaien. Dat heb ik zelf onderzocht door het aantal zoekacties op Smulweb te vergelijken. Ik was blijkbaar niet de enige die voor de gevulde ‘kalkoenrondo’ wou gaan…
Het meest sadistische aan al die reclamebladen en smulsites vind ik die tekeningen van vrolijke diertjes die hun eigen fijne vleeswaren aanprijzen. Alsof dat beest zou zeggen: “Smakelijk! Als ik jou was zou ik m’n vette reet eens proberen.” Stel je voor dat wij dat zouden doen!

Wie wil mag me met kerst dus gerust eens linzen, bonen of een tofuburger serveren. Op voorwaarde dat die anti-flatulentiepillen in de buurt blijven…

Imago

Gek toch hoe begrippen zoals trots, imago en zelfrelativering doorheen de tijd met heel andere maten en gewichten worden gemeten. Ooit droeg ik enkel en alleen maar zwart ‘om zo weinig mogelijk op te vallen’, kleren waarmee mijn oma doorgaans de ramen lapte en gympen die eerst vakkundig met slijk en stift werden bewerkt ‘opdat ze er toch maar niet te wit of te nieuw zouden uitzien’. Want nee, dat was niet cool.

Ook al was er op het eerste gezicht geen onderling verband; ik had iets tegen sloffen en sandalen, tegen pyjama’s, Jack Wolfskin en regenkledij, tegen sokken, fietshelmen en paraplu’s. Om nog maar te zwijgen van kappers; het vogelnest op mijn hoofd was daar een stille getuige van. Later volgenden alternerend nog ‘coupe Kim Kay’, ‘coupe kaketoe’ en ‘coupe scheelt-me-echt-geen-hol-meer’, waar ik niet verder over wil uitweiden wegens trauma.

Aan tattoos heb ik me echter nooit gewaagd, omdat men me thuis ‘het vel zou afstropen’ wanneer ik dat zou doen. Een piercing mocht wel, maar dan op een onzichtbare plaats. Geen flauw idee of die er ondertussen nog zit… Nou ja, het was het idee dat telde. Hoe duisterder en ‘mysterieuzer’, hoe beter. Dat resulteerde uiteindelijk in een pseudo-gotisch stijltje dat deed denken aan Siouxsie Sioux in muffe Harry Potter- kledij. Erg.

Maar op een goede dag betrap je jezelf erop dat je steeds meer op je kerstboom gaat lijken: fraai en vrolijk versierd, dennenfris, netjes gesnoeid en volgens de laatste mode opgedaan, ben je een en al gezelligheid, in ‘homewear’ van flanel en met wollige vilten sloffen aan, voel je je eindelijk helemaal ‘be cool’ zoals het theezakje dat iedere avond in je kopje danst. Of vraag je zonder schroom voor kerst om reflecterende broekspanners, fonkelende fietslichtjes en een fluo-hesje om (jawel!) zoveel mogelijk op te vallen!

Frietchinees

Nu het onbetaalbaar is geworden om in centrum Gent te parkeren, raad ik iedereen aan om eens te gaan winkelen in centrum Sint-Amandsberg. Adresjes hoef ik niet te geven want iedere winkel, café en restaurant heet er simpelweg ‘Sint Amands’, ‘Saint Amand’ of ‘Ten berg’. Zo is er bijvoorbeeld ‘Bazaar Sint-Amands’ waar men al vijf generaties uitpakt met ‘tuinkabooters allerhande, porseleinen geschenkartikelen en diverse gèsmachienen’. Verder is er nog Cave Sint-Amands én uiteraard frituur Sint-Amands, waar ik tijdens mijn apenjaren vaak frietjes ging halen met de schoolvriendinnen. Toen er nog wat zakgeld overschoot, en we geen genoegen meer namen met de zompige sandwichen van aan het thuisfront. Maar waar ooit de meester friturist Mark zijn klanten van goudbruine heerlijkheden voorzag, staat nu blijkbaar een Chinees achter de frietpot. Vorige week werd ik dan ook voor het eerst geconfronteerd met dat uiterst bizarre en tegennatuurlijke fenomeen.
Op zich geen probleem, ware het dat de beste man tenminste lekkere frieten wist te bakken. Maar naast mij zat een dame wiens tronie mij er onmiddellijk van weerhield de gebruikelijke ‘medium met mayo’ te bestellen. Wat op haar plateautje lag had immers nog minder kleur en smaak dan rauwe ‘petoaters’. Uit de boxen klonk ‘Smalltown Boy’ van Bronski Beat. ‘Run away, turn away,’ zong ie nog. Maar het was te laat…
Dan maar uit beleefdheid een croque monsieur besteld, oftewel, zoals de frietchinees hem haast vloekend placht te omschrijven: een ‘klokke mesjoe’. Wat kan je daar immers mis aan doen, buiten dat gerecht verkeerd uitspreken? Veel blijkbaar, want het kostte hem minstens een half uur om de boterham kaas/hesp te googlen en te bereiden. Doch, de uitbater had zijn best gedaan om het goed te maken door er een zoetzure wok van conservenblik-groentjes en een onverstaanbaar grapje bij te serveren.
Jammer dat een vaste waarde op zo’n manier naar de ‘flieten’ kan worden geholpen. Maar ik troost me met het feit dat zowel aan alle goede als slechte dingen ooit een eind komt. Mijn nostalgische zieltje zal je missen, frituur Sint-Amands, mijn geschoffeerde smaakpapillen daarentegen…

Pasfoto

Beste fotograaf

Pasfoto’s laten maken bezorgt mij altijd hetzelfde gevoel als de verkeerde kassa in de supermarkt kiezen, van alle openbare toiletten dat ene binnen binnen stappen waarvan de pot is vol gescheten, ‘ja’ zeggen als de kapper vraagt of hij zijn goesting mag doen of in een wegrestaurant ‘de suggestie’ bestellen: de uitkomst is al-tijd negatief. Ik had moeten weten dat sommige dingen echt nóóit veranderen.

En als ik u vraag of ik écht zo’n dik blaashoofd heb als op die foto, zegt u dan alstublieft niet doodleuk ‘ja, madame’. Hebt u er enig idee van welke consequenties dat heeft? Het ondermijnt niet alleen mijn zelfbeeld maar brengt me ook nog eens lelijk in nesten. Want u mag er zeker van zijn dat ik in de toekomst wél een boete zal krijgen, als ik zat en zonder licht naar huis fiets. Die foto is het bewijs dat ik er niet ‘gewoon per toeval’ zo gesneukeld uitzie. En wat moet mijn lief nu in zijn portefeuille steken? Of aan zijn vrienden laten zien wanneer hij beweert “een snel poepken” aan de haak te hebben geslagen? Men zal zich zeker afvragen of dat de voor- of de achterkant van dat poepken is. 

Van pure miserie ben ik nog een extra serietje gaan maken in zo’n lamentabele pasfoto-automaat. Toegegeven, dat ding liegt niet. Ik ben inderdaad misschien wel wat verouderd ten opzichte van de vorige pasfoto, vijf jaar geleden, maar daarin heb je tenminste drie slaagkansen, én spaar je op de koop toe vijf euro uit (die zeer nuttig kan worden besteed aan een potje dagcrème…)

ps: Wie écht op zijn pasfoto begint te lijken, moet naar de dokter!

Pink Flamingo’s

Sterfdatum van een van mijn stamcafés … (zoals het een echte Gentenaar betaamt heb ik er meerdere) Gisterenavond werd de begrafenisplechtigheid gehouden met bijhorend laatste avondmaal in de vorm van glazen boterhammen. Iedereen was er, om er nog een allerlaatste keer het beste of het slechtste van zichzelf te geven: de vaste vriendenkliek, diens ouders en kroost, de zatte zeikwijven, de poefdrinkers, de vechtersbazen, de uitvijzers, de coolcats en natuurlijk ook het toogmeubilair, dat er maar triestig bijstond omdat ze niet weten welk salon ze vanaf heden moeten decoreren. Het was fijn om iedereen nog een keer samen te zien en een inventaris op te maken van alle inspirerende levensverhalen, toogfilosofieën, zinloze discussies en andere onbenullige maar o zo gezellige cafépraatjes die ik er doorheen de jaren heb gehouden. De barometer der vriendschap mat gisteren hoge waarden op…
En nog een laatste boze vuist naar de slampamper die het pand verkocht aan een vastgoedmakelaar die er (naar zeer grote waarschijnlijkheid) weer een appartementsblok zal op neerpoten dat zoveel mogelijk kluiten moet opleveren. “Residentie Pink Flamingo’s”, ik zie het al staan…
Het ga jullie goed Pink Flamingo’s, spreid de vleugels en vlieg heen richting collectief Gents geheugen!

Scrabble

Wat is er nu gezelliger dan op een druilerige dinsdagmiddag Scrabble spelen met je oma?!
Ik hou enorm van dat spel, het biedt me een zekere gemoedsrust, het behaaglijke gevoel dat er nog zekerheden bestaan in deze dolgedraaide wereld: dat de vraag zal rijzen of het eerste woord dubbel moet worden geteld bijvoorbeeld, dat het zakje met letterblokjes weer vreselijk muf zal ruiken, er letters onder de tafel zullen verdwijnen en er in de zak zal worden gespiekt, oma steevast het woord ‘sex’ zal leggen, er druk zal gediscussieerd worden of sommige woorden al dan niet bestaan (hebben), leen- of dialectwoorden zijn of zonet werden uitgevonden, dat de letters X, Q en C vermoedelijke weer zullen overblijven, de punten verkeerd zullen worden opgeteld en die ouwe taaie je weer eens met driehonderd punten voorsprong zal inmaken…

Vlam

Het moment waarop je een oude vlam van op een afstandje ziet naderen terwijl jij, rustig van je soep slurpend op een bankje, doet of je hem niet meteen hebt gezien. Op de één of andere manier wil je een goede indruk wekken, hem laten zien wat voor een kanjer hij destijds zo harteloos (via sms) heeft gedumpt. Nu kan je er gelukkig wel om lachen, het is inmiddels 15 jaar geleden…

Je hebt nog nét genoeg tijd om een spiegeltje uit je handtas te vissen, je lippen bij te stiften en in het ergste geval die verwaaide ragebol op je hoofd terug keurig in model te kammen. Maar tijd gaat snel. Voor je het weet wandelt hij smizend voorbij terwijl jij nog tomatensoep van van je kin wrijft en een lok haar uit de beker vist.

Toch dringt zich, ergens diep vanbinnen, de behoefte op om hem te laten weten dat het fan-tas-tisch met je gaat. Dat je al eeuwen bij hetzelfde lief bent (dat wél iets in jou ziet), dat je samen een huis hebt gekocht en destijds je studies goed hebt afgerond, dat je nog slechts zelden pukkels hebt en je cup-maat sindsdien met minstens ‘een half handje’ omhoog is gegaan, dat je ondanks het feit je nog steeds in een winkeltje werkt ook heel hard bezig bent met een succesvolle schrijverscarrière. Kuch!

In de hoop dat er geen peterselie tussen je snijtanden is blijven steken, schraap je de keel en je moed bijeen en spreek je hem (op een allerbeminnelijkst toontje) aan met: “Hoi, lang geleden hé!”
Waarop hij antwoordt met de gevleugelde woorden: “Ken ik u van ergens?”

Campanië

Net terug uit Pompeii. Heerlijk voor wie van ruïnes houdt. Die vind je namelijk niet alleen op de befaamde archeologische sites maar langs de hele f*cking baai van Napels die ik niet anders zou kunnen omschrijven als een kruisbestuiving tussen de Dampoort, de Vikkingblokken en de Brugse Poort. Daar waar we gehoopt hadden geruite tafelkleedjes, lookbollen en oude wijngaarden te vinden, werden we ver(r)ast door een enorme luchtvervuiling, stranden van sluikvuil en de deprimerende sfeer van het godvergeten jaar 1979. 

Roestige speeltuintjes, kabelliften die al 25 jaar buiten gebruik zijn en reclame voor producten die ondertussen al lang uit de handel gehaald werden zetten het idee van vergane glorie extra kracht bij.
Een aftandse rammelbak boemelt je langs plaatsen waar geen zier te beleven valt en de beschaving van de wereldbol lijkt af te glijden. Herculaneum en Castellamare di Stabia (gisteren nog in het nieuws in verband met de kunstmaffia) liggen bedolven onder een dikke sluier stof, graffiti en verveling. De Vesuvius spuwde eerder al eens zijn gal uit over deze regio maar mag het van mijn part morgen nog eens over doen.

Maar tussen al die grauwheid hebben we uiteraard ook weer wat gekheid gevonden. Sorrento en Positano waren dan wél weer van die idyllische dorpjes zoals je ze op pastadozen vindt, met lekker eten, smakelijke wijntjes en charmante stukjes strand waar kleine vissersbootjes de kustlijn kleuren. Hoe ze die massa toeristen kunnen weg fotoshoppen is me echter een raadsel! De Amalfi-kust is volgens mij multi-cultureler dan de Muide. Ik heb medelijden met de plaatselijke bevolking die de hele dag overmoedige toeristen over de vloer krijgt die een verwoede poging doen om Italiaans te spreken. Vooral de Amerikanen konden er weg mee… Multow terribilow!

Deze ‘ervaringsreis’ heeft me echter doen inzien hoe goed ik het hier heb in Meulestee, dat dat ene zakje sluikvuil voor mijn deur nog wel mee valt en ik eigenlijk gewoon een onder-de-kerktoren-meid ben met een voorliefde voor nette wc-brillen en toiletpapier. Moest ik Campanië toch ooit beginnen missen spring ik wel de trein op richting Beringen-Mijn of zet ik me in een klapstoel langs de Afrikalaan. Maar tot zover: Arrivederci Campania en waarschijnlijk tot nooit meer!